Dood Paard
Macbain
★★★★☆
Een raak treffen van Shakespeare en grunge
Wendy Lubberding
4 april 2015
Gezien op 3 april 2015, Amsterdam

‘We zijn toch geen toneelstuk? Dit is toch geen toneelstuk?’ Wanneer de wanhopige, waanzinnige koning in een van de laatste scènes deze vraag naar zijn al even verwarde koningin blaft is het pijnlijk duidelijk. Deze twee hebben zichzelf gevangen gezet in hun idee van wat een leven als koningspaar zou moeten zijn. Ze speelden een spel om de macht. Hun onvermogen om te gaan met wat ze hebben aangericht richt ze te gronde.

Het is een prachtige zet van Dood Paard om een parallel te trekken tussen Shakespeare’s Macbeth en het legendarisch onaangepaste grungekoppel Kurt Cobain en Courtney Love. Lang waren koningen en koninginnen het onderwerp van sprookjes, in onze tijd zijn het rock- en filmsterren. Beide stellen speelden een merkwaardig spelletje schaak met hun talenten, posities en ambities en zetten zichzelf volledig schaakmat met over-the-top gedragingen en de weigering verantwoordelijkheid te nemen. Macbeth en zijn Lady geven elkaar de schuld van hun schuldgevoel. De wurggreep van Cobain en Love eindigde evenzeer in een impasse. Cobain is dood en Love zit gevangen in haar eigen hel, niet in staat nog een noot te spelen. Grunge, eens op weg de muzikale waarheid van een hele generatie te worden, is iets van vroeger.

Ook de manier waarop Dood Paard de twee verhalen in een voorstelling samenbrengt is raak. Grofweg bestaat deze Macbain uit drie delen. Het eerste deel is een dubbelinterview met de twee rocksterren, gebaseerd op bestaande interviews. Gillis Biesheuvel en Manja Topper zijn beurtelings kleffe, welwillende interviewer en raaskallende, manipulatieve Kurt/Courtney. Hierdoor wint de scène aan kracht en kleur; met overgave schieten de spelers van geplaagd talent (of over het paard getilde schreeuwlelijk?) in de rol van de journalist die te veel fan is om een kritische vraag te stellen. De grunge-outfits en make-up zijn typerend. Intussen wordt er als junkies gefriemeld, gewiebeld en gegiecheld. Het wereldbeeld is uitgesproken scheef, de fundering daaronder zwaar discutabel. Ze lachen om elkaar aan te moedigen. Het kan haast niet gekker.

Of toch wel, want in een wolk van rook vliegen de twee spelers achter de groene bank om in deel twee met een hele berg kinderspeelgoed de belangrijkste stukken uit Shakespeare’s Macbeth te poppenkasten. Het is vet aangezet, de ogen van Gillis Biesheuvel priemen door zijn zwarte sluier wanneer hij een van de heksen speelt, de kakelstem van Manja Topper laat zich niet dempen ook al ligt ze dubbelgevouwen achter de bank om een hoedje te wisselen. Het is snel en pakkend, er is ruimte voor terzijdes en grappen. In alle hilariteit werkt het. En de muziek in dit deel verbindt de twee lijntjes die nu zijn uitgezet. Het zijn Middeleeuws klinkende versies van Cobains nummers met fluit, harp en draailier: Come As You Are als de Lady zichzelf in een bloedrood gewaad presenteert, Lithium voedt het plan om koning Duncan te vermoorden.

En dan volgt het door angst en weerzin gedreven derde deel. Telkens onderbroken door een intens en dreigend, fysiek voelbaar geluidsdecor worden we de diepte van deze nieuwe tekst van Gerardjan Rijnders in getrokken. Een wereld van pijn, bloed, weerzin, mislukking en walging. Een deel waarin het stuk onder de oppervlakte reikt om de gore consequenties van de handeling op te duiken. Het spel wordt grimmig en de figuren vallen nu samen. De tekst is kaal, meedogenloos en sterk, de hele ruimte staat te schudden. De misdaad is gedaan, de gevolgen zitten hier op de bank. De koningin keert zich van haar koning af. De koning moet voortdurend kokhalzen. Ze hebben samen een chaos geschapen maar geven elkaar de schuld. Deze figuren zijn al onwaarschijnlijk lang uitgeluld maar praten maar door. Ze verlangen naar het einde. In een krachtig slotbeeld worden de twee uiteindelijk letterlijk verpletterd. Ze kunnen het zien aankomen en doen niets om het tij te keren. Opgelucht braakt de koning eindelijk.

Dankzij de sterke opbouw en het flexibele spel, van licht vreemd via hilarisch naar diep tragisch, neemt dit stuk de kijker mee. De koppeling van de twee verhalen werpt een interessant licht op de verschijnselen ambitie en zelfdestructie. Een licht dat ons erop wijst dat die twee schijnbaar conflicterende menselijke drijfveren ook heel dicht bij elkaar kunnen liggen.

Foto: Sanne Peper

Elders

de Volkskrant
★★★★☆

'Deze kapotte mensen worden door Topper en Biesheuvel genadeloos en bijna angstaanjagend consequent gespeeld: zij jongleert opnieuw met toonhoogten en stemmingswisselingen die even gevaarlijk als ontroerend zijn; hij is amechtig en wanhopig op zoek naar verlossing – de taal is hun houvast.' Hein Janssen

Het Parool
★★☆☆☆
'Biesheuvel en Topper hebben het geaffecteerd neurotische en het ontwijkende van de hyperbewuste supersterren uit de jaren negentig goed in de vingers. Rijnders’ dialoog voor een destructief koppel doet denken aan zijn relatie-stukken als Silicone en Pick-up, maar haalt nergens de scherpte van zijn eerdere werk.' Simon van den Berg