In het bos bij Formerum, op Midden-Terschelling, staat een bijzondere installatie, zwart aan de buitenzijde. Slechts twee personen per keer mogen naar binnen. Daar is als een diorama een schouwburg in miniatuur nagebouwd met rode, pluchen stoelen, eerste balkon. Alles is van hout.

Het verbeeldt de schouwburg van Paramaribo waar in 1906 de opera Het pand der goden de première beleefde, een opera door de Surinaamse componist J.N. Helstone (1853-1927). Het decor was van de eveneens Surinaamse ontwerper en schilder G.G.T. Rustwijk (1862-1914). De kunstenaars waren bevriend.

Rustwijk is de betovergrootvader van theatermaker Mathieu Wijdeven (1991). Hij maakte eerder over hem de bekroonde voorstelling Het waarom beantwoord en de podcast Een verborgen Surinaamse schat. Hieruit kwam Rustwijk te voorschijn als een tegenstander van het koloniale systeem; ook was hij dichter, postuum verscheen de bundel Matrozenrozen (1915).

Bij de Werkplaats van Oerol krijgt Wijdeven nu de gelegenheid om met publiek aan een locatievoorstelling te werken. In dit liefdevolle en voorbeeldig nagebouwde miniatuurtheater, door Pim Kraan en Peter Leeuwenburgh, zien we de zoektocht geprojecteerd van Wijdeven naar Helstone en zijn betovergrootvader. Hij spreekt met een docent aan het Conservatorium van Paramaribo, met familieleden van Helstone, een journalist en andere betrokkenen. Het onderzoek moet in 2026 tot een nieuwe voorstelling bij Theater Rotterdam leiden.

Het verhaal van Helstone is opmerkelijk. Hij werd geboren op de voormalige plantage Berg en Dal aan de Surinamerivier, onderwezen door de Duitse zendelingenbeweging Hernhutter en daarna ontdekt door een muzikantenechtpaar. In 1880 werd hij naar Leipzig gestuurd, waar hij zijn ontwikkeling voort kon zetten. Later keerde hij terug naar Suriname. Over hem is best veel bekend en hij werd gevierd; in 1948 werd te Paramaribo ter gelegenheid van de 95e geboortedag het monument Musicus Helstone onthuld. Op 15 februari 2024 dirigeerde Otto Tausk het Concertgebouworkest in de succesvolle Nederlandse première van Het pand der goden, in samenwerking met Capella Amsterdam.

Het is verrassend en ook wonderlijk om in de theatrale installatie M8: Helstone fragmenten uit de laat-romantische compositie van Helstone te beluisteren. Hoe kwam het zo dat hij geheel in westerse muziekstijl schreef en niet in Surinaamse? In Paramaribo werd de opera destijds enthousiast ontvangen. We krijgen een fraaie uitleg door een musicus en muziekdocent over Surinaamse muziek versus westerse. Een journalist moet lachen om de westerse invloed: Suriname, dat is het land van bosgeesten en watergeesten. Zwaar aangezette Wagneriaans muziek is van een geheel andere orde, daarom is het des te interessanter Wijdeven in zijn zoektocht te volgen. Waar haalde Helstone zijn inspiratie vandaan? Wijdeven en de Surinaamse journalist kijken omhoog naar imposante kapokbomen langs de rivier: ‘Kijk, die boom moet Helstone ook gezien hebben.’