Highfivend rent hij langs het publiek, de zelfverklaarde redder van het volk, strak in het smetteloze pak, want voor het vuile werk is hij niet gemaakt: showbizzkoning Minos is geland in, ehm, Groningen, dat geteisterd wordt door een monster dat de aarde op haar grondvesten laat trillen. Als een volleerd volksmenner bespeelt hij zijn miljoenenpubliek: ‘We zijn weer samen!’

Jonge makers Koen ter Braak en Jeroen van Arkel situeren hun absurdistische, aan meligheid grenzende werk graag in fictieve varianten van kleine Noord-Nederlandse dorpen. In hun eigenzinnige afstudeervoorstelling Moddergat (waarmee ze in 2023 geselecteerd werden voor Het debuut van Rudolphi Producties en waarvan ze later nog een uitgebreidere versie maakten) voerden ze twee vogelaars in het Friese dorpje Moddergat op, die zich noodgedwongen verhouden tot de sleur van het vogelen.

Ditmaal katapulteren ze de meeslepende mythe van de Minotaurus in het misschien minder meeslepende Noordoost-Groningse dorpje Loppersum. Daar rekruteert koning Minos (Van Arkel) zoals elk jaar vijf tamelijk onvrijwillige vrijwilligers uit het toegestroomde publiek (‘Jullie kans om een echte held te worden!’), die in het doolhof een kans ‘mogen’ wagen het monster te verslaan. Kleine kanttekening: tot dusver keerde geen van deze koene helden terug – al draagt dat ongetwijfeld bij aan de aantrekkingskracht van deze goedverzorgde spektakelshow.

Geroutineerd bouwt Minos nog even een plichtmatig herdenkingsmoment voor alle gesneuvelde voorgangers in de show in, terwijl sirenen en centauren ondertussen het dans- en showballet verzorgen. Het publiek smult van al dit theatrale opofferingsgeweld.

Maar vlak voordat de vijfde potentiële held de piste mag betreden, werpt ene Theseus (Ter Braak) zich vrijwillig op: een oer-nuchtere Groninger die zijn afwezige, onbereikbare vader (zeegod Poseidon, die steevast naar de voicemail overschakelt) trots wil maken.

Ter Braak en Van Arkel hebben hilarisch materiaal in handen, waar bovendien veel boeiende en relevante thema’s in verscholen liggen: wanneer ben je een held, wat drijft iemand tot grootse daden, hoe houdt angst een volk in de greep, hoe blijf je trouw aan jezelf onder de druk van een verwachtingsvol miljoenenpubliek?

In de sneltreinvaart van deze Parade-setting blijven die thema’s vooralsnog steevast aan de oppervlakte, en zo is Loppersum vooral nog een aaneenschakeling van leuke vondsten. Met name het afgeraffelde einde doet geen recht aan de potentie van deze fijne voorstelling: het voelt alsof de makers eigenlijk een voorstelling van een uur aan het maken waren, maar halverwege ontdekten dat ze maar dertig minuten speeltijd kregen.

Het grootste wapenfeit van Loppersum zijn de twee droogkomische spelers, die onderling een mooi contrast uitspelen. Met Van Arkel, die zijn gezicht in alle mogelijke bochten kan wringen, is welhaast een nieuwe Jim Carrey uit de Hollandse klei opgestaan. Tegenover zijn uitgesproken en uitgestreken mimieken en sterke fysieke spel, plaatst Ter Braak een ingetogen, lievige Theseus, wars van fratsen (‘Een ster? Ik?’) – al is ook hij, goddank, niet bewapend tegen de meeslepende aantrekkingskracht van onverwachte liefde op het eerste gezicht.

Hopelijk krijgt Loppersum, net als voorganger Moddergat, nog de kans om in iets uitgebreidere versie aan het publiek te worden getoond – voordat de makers weer een ander noordelijk gehucht door hun absurdistische mangel halen.

Foto: Casper Koster