De Nationale Opera
Lohengrin
★★★★☆
Zwaanloze Lohengrin balanceert virtuoos tussen licht en donker
Oswin Schneeweisz
11 november 2014
Gezien op 10 november 2014, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam

‘Waar is die zwaan gebleven?’, vraag je je af bij de entree van ridder Lohengrin bij De Nationale Opera. Alleen een paar getekende zwanenveren op een kamerscherm en een bijeengebonden bundel roeispanen in het slotbeeld refereren nog aan het mythische dier dat de ridder in de legende naar de mensenwereld brengt. Lohengrin, een productie uit 2002 die nu in De Nationale Opera & Ballet (voorheen Het Muziektheater) zijn eerste reprise beleeft, is een van Audi’s meest abstracte producties.

Iets te abstract, wat mij betreft. Het verhaal raakt zo wel erg los van de historische context. Zeker omdat Audi ook nog suggereert dat Elsa helemaal niet zo’n lieverd is en haar broer wel degelijk heeft vermoord om dichter bij de kroon van Brabant te komen. Waarom loopt ze anders zo verdwaasd rond in de eerste minuten van de voorstelling en bezwijkt ze in de slotakte, wanneer Lohengrin haar dode broer uit de dood laat herrijzen? Bij Audi, die met deze Wagner weer een voortreffelijke personenregie afleverde, is de herrezen broer trouwens een kind: een symbool voor de enige onschuldige en zuivere mens in de hele opera?

Audi’s Lohengrin balanceert virtuoos tussen goed en kwaad, licht en donker, schuld en onschuld. Het simpele stalen decor van kunstenaar Jannis Kounellis is twaalf jaar na de première nog steeds imposant: massief, zwaar, een beetje saai, maar toch ook wel suggestief en tijdloos. Ook de fraaie kostuums zijn nog altijd een lust voor het oog. Twaalf jaar geleden bezegelde deze Lohengrin de eerste samenwerking tussen dirigent Edo de Waart en Pierre Audi. Nu stond Marc Albrecht in de bak en dirigeerde op grandioze wijze het immense koor en orkest. Hij had niet alleen oog voor de grote lijnen en spanningsbogen, maar toverde ook een rijkdom aan details tevoorschijn en zorgde voor een perfecte balans tussen koor, solisten en orkest.

Deze reprise was tevens de vuurdoop van de nieuwe artistiek leider Ching-Lien Wu van het DNO-koor. Je zal als koordirigent maar met de Lohengrin je entree mogen maken. Meer kun je niet wensen, want Lohengrin is een kooropera bij uitstek en niet alleen vanwege het bekende bruidskoor in de derde akte. Wu bracht de meer dan honderd zangers tot een perfecte eenheid. Voeg daarbij de fenomenale prestaties van het orkest en je hebt een Lohengrin die het waard is om gezien en gehoord te worden.

Dan moet je overigens wel wat wisselvalligheden in de solistencast voor lief nemen. Sopraan Juliane Banse (Elsa) begon sterk, maar kreeg na een uur of drie hoorbaar moeite met de zware rol, Michaëla Schuster (Ortrud) bleef tot en met haar laatste noot scherp en dramatisch, maar Nikolai Schukoff (Lohengrin) was een typisch gevalletje van miscasting: hij zong Wagner alsof het Puccini was.

Voorafgaand aan deze reprise werden met een minuut stilte de slachtoffers van de MH17-ramp herdacht, waaronder een oud-medewerker van De Nationale Opera. Een indrukwekkend begin van een indrukwekkende voorstelling.

Foto: Ruth Walz

Elders

NRC Handelsblad
★★★★☆

'De reprise van die destijds zeer succesvolle productie in de regie van Pierre Audi en met de desolate decors van kunstenaar Jannis Kounellis voelt na zo’n lange periode bijna als een nieuwe voorstelling, ook omdat de cast geheel vernieuwd is. Maar de conclusie blijft dezelfde: wie in Lohengrin troost wil vinden, komt bedrogen uit. Bij Audi en Kounellis rest slechts een asgrijze sfeer van verlating. Weliswaar slaagt Lohengrin erin de in een zwaan omgetoverde troonopvolger Gottfried terug te veranderen, maar hij blijkt een broos knaapje naar wiens heroïsch geheven speer niemand omkijkt.' Mischa Spel

Volkskrant
★★★★☆
'Als vanaf de tweede akte de slechteriken het voortouw nemen wordt zowel het verhaal als de muziek meteen een stuk interessanter, al blijft het een opera van de lange adem. Het slotbedrijf biedt naast de befaamde bruidsmars fraaie dialogen tussen de zwanenridder en de domme gans Elsa, op de bekende onnadrukkelijke manier perfect geregisseerd door regisseur Pierre Audi, wiens trefzekere hand ook in de choreografie van de massascènes duidelijk te herkennen is.' Frits van der Waa
Trouw
★★★☆☆
'Juliane Banse zingt die rol hier voor het eerst. Een donkergetimbreerde stem die in de hoge regionen hoorbaar aan haar grenzen komt en glans ontbeert. Bij Nikolai Schukoff, die debuteert in de titelrol, is die glans geheel en al afwezig. Een kleine, droge stem die in de laatste akte alle kleur heeft verloren en in de hoogte akelig kaal klinkt. Michaela Schuster (Ortrud) heeft volume en venijn, maar zingt soms op het karikaturale af. Jevgenji Nikitin (Telramund) en Günther Groissböck (Heinrich) voldoen beter, al heeft ook Nikitin hoorbaar problemen. Blijft over Bastiaan Everink die eindelijk in Nederland te horen is. Zijn Heerrufer staat als een huis en Audi heeft zijn uitdossing gelukkig aangepast. Al met al een van de mindere DNO-Wagners.' Peter van der Lint