De Living, een stuk van de Duitse regisseur Ersan Mondtag, intrigeert door het woordeloos drama van een zwarte vrouw. Dat ontrolt zich in spiegelbeeld voor onze ogen. Alles is hier zwanger van betekenis. Helaas mist de voorstelling de scherpte om echt een punt te maken. (meer…)
Living Apartment Together is een intrigerend spel tussen afstand en nabijheid. In een filmtechnisch hoogstandje zoomt de voorstelling in op de levens van een groep flatbewoners. We zijn getuigen van hun parallelle levens, maar kijken ook in de diepte van hun zielen.
Het wordt meerdere malen dag en nacht in het script van Angelo Tijssens en Yves Degryse (scenario en regie, tevens artistiek leider van collectief Berlin als NTGent), maar buiten waar het publiek met koptelefoon is opgesteld in luie strandstoelen neemt het daglicht rond half tien afscheid als een jong stel hand in hand komt aanrennen en verdwijnt in de flat.

Via beeldprojecties volgen we de weg naar hun appartement op een van de hoogste verdiepingen, vervolgens zijn we getuigen van hun vrijage. De intieme beelden gaan echter op in een reeks nieuwe projecties, waarin we kennis maken met andere bewoners van de flat, zoals de kleine Sophie die door haar telescoop graag naar de sterren kijkt. Sterren zijn er ook werkelijk op deze zwoele augustusnacht en dat geeft de voorstelling vleugels.
Een zeventiental personages kent het script en uiteraard treffen we verschillende generaties. Naast Sophies moeder – een alleenstaande verpleger – is er het oudere koppel (Frieda Pittoors en Stefan Lennert) dat zich voorbereidt op het verlaten van de flat. De bijbaan van een groep studenten die maaltijden bezorgt vormt een lichtvoetige rode draad, zowel live door het komen en gaan van hun fietsen als in het filmscript dat inzoomt op de bestelberichten op hun telefoon. Een homokoppel symboliseert een global world. Een van de twee is steward, de ander kan niet slapen omdat hij zich zorgen maakt over zijn verre familie in het Midden-Oosten.

Soms zien we meerdere appartementen in doorsnedes geprojecteerd, op andere momenten worden beelden uitvergroot. Er zijn prachtige, ronde projecties als de camera de tekening van de doodshoofdvlinder vergroot of inzoomt via het oog in de voordeur. De beeldmontage zit ingenieus in elkaar, ook qua timing. Zo nu en dan kiest de regie voor tekstprojecties, vooral in het begin van de voorstelling. Dat helpt bij het volgen van de verschillende verhaallijnen. Wat zuur is het gegeven dat de flat in Den Bosch een bakstenen constructie kent, dit heeft invloed op de kwaliteit van de projecties. De beelden zijn daardoor minder helder dan beoogd.
Intussen passeren ook de werkelijke bewoners van de flat regelmatig, wat niet alleen de context van de voorstelling oprekt, maar de kijker ook dwingt tot alertheid. Geluid en muziek zijn onmisbaar in de emotionele beleving en komen via de koptelefoon direct het lichaam in. Die emoties lopen op als we meegenomen worden in het sterfproces van een van de bewoners. Zagen we aan het begin nog een onbezonnen koppel, in de loop van de voorstelling slaat in hun levens het noodlot toe. We beleven het zowel in de intiemste momenten van de twee individuen als in het rituele afscheid, dat qua beeld samenvalt met een repetitieve actie van de conciërge.

We leven in sociaal isolement, relaties zijn fragiel en het lichaam is net zo breekbaar als het leidingsysteem van een flatgebouw. Living Apartment Together (LAT) is een wat sturende titel voor een voorstelling die veel meer omvat dan zij suggereert.
Foto’s: Karin Jonkers













