In wat misschien ooit wel het gymnastieklokaal is geweest van een oud schoolgebouw speelt de festivalvoorstelling Little Love Machine van Ornan Braier zich af voor de hele familie. Bij binnenkomst staat een groot object centraal, vermoedelijk is het de Love Machine uit de titel. Het lijkt op een forse, manshoge kast waar verschillende beweegbare onderdelen aan-, op- en inzitten: ronde luikjes, een zwengel, raderen, knopjes, lampjes en geheimzinniger onderdelen. 

Als het licht aan het begin van de voorstelling aangloeit, ontdekt het publiek twee benen in pyjamabroek die op de vloer aan de rechterkant uit de machine steken. Daarnaast staat een wekker, die al snel af gaat. De eigenaar van de benen probeert met zijn tenen de wekker tot zwijgen te brengen, maar deze wekker leidt een eigen leven en laat zich niet gezeggen. De benenmens moet uiteindelijk tot drastischer maatregelen zijn toevlucht nemen om de wekker uit te schakelen, maar de wekker heeft wel zijn werk gedaan. De man die vervolgens zichtbaar wordt, is wakker geworden. Klaar om aan een nieuwe dag te beginnen.

De machine blijkt zijn woonstee te zijn. Daarin maakt hij zijn ontbijt klaar en kleedt hij zich aan om zich voor te bereiden op de nieuwe dag. Maar net als de wekker, is deze hele machine behept met een eigen wil. Als de man een kopje wil vullen met een opgewarmde drank, wil dat kopje niet op dezelfde plek stil blijven zitten. Onderdelen van de machine klappen open en sluiten zich op onvoorspelbare wijze. Een pijl projecteert zich op een zakdoek die de man ophoudt, waardoor de man gedwongen wordt de zakdoek steeds in een andere richting te manipuleren. Soms komt er rook uit of merkwaardige geluidjes, en als hij de was wil doen, belandt hij zelf in de trommel. Kortom: de machine wordt tot een medespeler, een heuse antagonist zelfs.

Er is niet echt een verhaal, maar in de afwisselende reeks incidenten voltrekt zich een dag in het leven van de protagonist, die dit alles met een optimistische positieve energie ondergaat. Hij doet wel zijn best om in te grijpen en orde te scheppen in de gebeurtenissen, maar perspectieven veranderen, mechanieken verdraaien, geprojecteerde beelden wisselen met geanimeerde sequenties die alles op losse schroeven zetten: het is een aanstekelijke dolle boel en het mist zijn uitwerking op de aanwezige jeugd niet.

Er zijn twee klassieke dramatische eenheden die bij alle anarchie toch wel aangehouden worden, namelijk eenheid van ruimte en eenheid van tijd: de actie voltrekt zich op dezelfde plaats en ook nog eens binnen een etmaal. Tegen het eind wordt het duidelijk dat de protagonist aan het eind van zijn werkdag (of is leefdag een beter woord?) gekomen is en maakt hij aanstalten om weer te gaan slapen. Maar voor het zover is, moeten er nog heel wat obstakels overwonnen worden en aan heel wat raderen gedraaid totdat hij zich eindelijk weer te ruste kan leggen en zijn pyamabenen weer rechts op vloer uit de machine kan steken. Met een nieuwe wekker, want morgen begint alles weer van voor af aan.

Foto: Yossi Tzveker