Als het kabinet alweer gevallen is en de aanloop naar de verkiezingen grimmig verloopt, wat kun je dan doen? Bob Schwarze legt aan het begin van Lijst nul uit dat hij besloot te stoppen met het obsessief kijken talkshows en debatten. In plaats daarvan maakte hij samen met Wim Bouwens een voorstelling over de verkiezingen en vooral over politieke onvrede.

De artistiek leider van Theater Branoul gaf daarbij zichzelf de onmogelijke opdracht om geen zure voorstelling te maken over de politiek. Hij vroeg zes toneelschrijvers om een scène te schrijven die reflecteert op de verkiezingen en het huidige politieke klimaat. Een deel van de schrijvers zit al langer in het vak, een deel studeert nog. De aaneenschakeling van deze zes teksten is Lijst nul geworden, gespeeld door Bouwens en Schwarze in een minimalistisch decor.

‘Waar is het misgegaan?’, vragen de twee zich af in de openingsscène, geschreven door Jeroen van den Berg. Twee vrienden, vroeger krakers die samen naar Berlijn afreisden om de val van de muur mee te maken, willen niets liever dan een schuldige aanwijzen voor het populisme. Was het Hans van Mierlo, Matthijs van Nieuwkerk of toch de postcodeloterij?

De twee vrienden zijn de eerste in een reeks boze burgers die voorbijkomen in Lijst nul. De politieke onvrede komt in allerlei facetten voorbij. In de ene scène gaat de frustratie over de prijs van een appel in de supermarkt, in de ander over het asielbeleid of de manier waarop de Tweede Kamer reageerde op de coronapandemie. De Hagenezen die uit drang naar verandering hun trainingsjacks verruilen voor stropdassen en zelf een partij oprichten in de scène van Ava-Luna Stradowski staan in Lijst nul naast een man die zich laat ophitsen om met een fakkel voor het huis van Sigrid Kaag te staan in een monoloog van Frans Strijards.

Een pessimistisch verhaal
Daar tegenover staan de politici in de voorstelling. Zij zijn vooral met andere dingen bezig: een imago beschermen, tegenstanders vernederen of een huwelijksaffaire geheimhouden. Lijst nul vertelt daarmee een pessimistisch verhaal, maar geeft ook gehoor aan mensen die in de verkiezingsperiode boos zijn, verward zijn, of even niet meer weten hoe ze zich moeten voelen.

Al missen er dan nog wel wat stemmen. Bijvoorbeeld, het enige vrouwelijke personage wier politieke stem echt wordt uitgewerkt, is een onzichtbare entiteit in de scène van Stradowski. Als een soort stem uit de hemel grijpt ze in bij het door mannen gedomineerde verkiezingsdebat en moet ze dé vrouwenstem vertegenwoordigen. Het is een interessant gegeven, maar het wordt ook schrijnend wanneer dit slechts één van de twee vrouwelijke personages in de voorstelling is.

Lijst nul nodigt zes keer uit om even mee te leven met een andere stem in de democratie. Het levert weinig echt nieuwe perspectieven op, maar geeft Schwarze en Bouwens wel de mogelijkheid om hun veelzijdigheid als acteurs te laten zien. Het meest interessante gedachte-experiment zit in de laatste scène, Stemmen tellen van Marit Koops. Zij stelt de vraag wat er zou gebeuren als de opkomst in de stemhokjes nul zou zijn, uit opstand tegen de democratie. Welke politicus durft dan zelf nog wel te stemmen? En is er een noodplan als de democratie volledig in elkaar stort?

Uiteindelijk keren Schwarze en Bouwens terug naar de beginvraag: ‘Waar is het misgegaan?’ Ze trekken de conclusie dat er altijd tekenen aan de wand zijn als het populisme verder oprukt, en dat we altijd te laat zullen ingrijpen. Wegblijven van een zure blik op de politiek is niet helemaal gelukt. Door vooral personages te laten zien die zoekende zijn in een vastgedraaid politiek systeem, laten ze ook zien hoe zij als makers zoeken naar de juiste reactie op de actualiteit. En zoeken mag, altijd.

Foto: Paulien Versluis