Er bestaan van die jeugdboeken die nooit gaan vervelen, hoe vaak je ze ook voorleest. Die altijd fris, grappig of verrassend blijven. Het zijn er niet veel, maar ze bestaan. Nu mijn derde kind van tweeënhalf ook fan is, durf ik te stellen dat Heb je mijn zusje gezien?, getekend en geschreven door Joke van Leeuwen, zo’n boek is. (meer…)
Halverwege de poëtische vertelvoorstelling Levenslust zingt en croont Joke van Leeuwen echt als jazz: ‘You will never leave me alone’ luidt de tekst. Ze maakt er een hartbrekende song van. De begeleiding door de jonge trombonist Nabou Claerhout sluit hierbij aan.
De ondertitel van het optreden, uitgebracht door beeldend theatergezelschap Hoge Fronten, is ‘Een poëtische trip over het leven’. Die trip gaat niet alleen ‘over’ het leven, maar vooral ‘door’ het leven. Met haar gelijknamige, felgeel uitgevoerde dichtbundel uit 2019 in de hand, waaruit ze soms voorleest en vaak ook niet, neemt Van Leeuwen de toeschouwer mee in een epische vertelling die begint met geboorte en zwangere moeders met ‘blozende borsten’ en eindigt ergens in het nu, in de verwarrende tijd ook van ouder worden en tóch vitaal zijn, met altijd nog talloze mogelijkheden in het verschiet.

De setting is zomerachtig, met een witte hoge tent gedrapeerd over de beide uitvoerenden en voor de toeschouwers een kring van witte strandstoelen. Claerhout (1993) doet meer dan alleen trombone spelen, ze componeert of improviseert live een soundtrack die aansluit bij de teksten. Van Leeuwen (1952) is behalve kinderboekenschrijver en illustrator ook dichter en performer; ze werd veelvuldig bekroond met literaire prijzen. Na studies beeldende kunst en geschiedenis nam ze in 1978 deel aan het Camerettenfestival, won alle prijzen, en kwam hiermee in het cabaretcircuit terecht. Haar optredens zijn een combinatie van cabaret, literatuur en beeld. Met Levenslust sluit ze het meest aan bij de literatuur, hoewel er mooie en lichte cabaretachtige passages in de voordracht schuilen.
Vanuit een hoge stoel leest ze voor, ook beweegt ze zich over het podium. Soms zoekt ze een plek naast Claerhout, en gaat met haar een klankrijke dialoog – zonder woorden – aan. Het gedicht Levenslust bestaat uit tachtig strofen van tien versregels, en bevat enkele tekeningen van de auteur. Aanvankelijk zijn de sprankelende observaties over de prilste babytijd tot aan het sterven toe universeel geldig, geleidelijk komen er strikt individuele waarnemingen bij.

Het zijn observaties die iedereen herkent, zoals deze: ‘je eerste bal toen je gekostumeerd / komen moest als schemerlamp’. Of die waarin ze stelt dat ‘heenreizen stiekem ook terugreizen’ zijn. Ze heeft het over ‘glaasjes met opwaartse belletjes’ die we drinken en we nemen er gezondheidscrackers bij.
Opvallend zijn de vele associaties en metaforen met de taal zelf, met mensen die slapen alsof er ‘witregels’ tussen hen in liggen of deze: ‘blijf nog/ blijf blijf, heb geduld als het wit/ van erkannogvanallespapier’. Humor schuilt ook in Levenslust, en dan komt haar cabaretverleden om de hoek kijken; neem deze over een schilderij van Napoleon: ‘napoleon, hem/ heeft die ingres zo weten te schilderen dat/ het verdwijnpunt het roodhermelijnpunt/ het zowilikzijnpunt precies is/ te vinden op keizermans pik.’
Hoofdletters en leestekens ontbreken nagenoeg, dat hoor je niet. Wat je wel hoort, is de melodieuze ritmiek van enjambementen (spanning opbouwende regelafbrekingen) en een vloeiend metrum. Van Leeuwens voordracht heeft een hoog tempo, soms is het te snel en zelfs iets gejaagd, wat jammer is, want bijna elke observatie moet je wel tot je laten doordringen. Wij, als toeschouwers, horen alles voor het eerst, bijvoorbeeld deze strofe over slachthuizen: ‘de dieren die gillend/ van slachtangst niet snappen met/ wat voor verlangen de vachtloze/ wezens met sierlijke klauwen hen/ rauw aan een haak willen hangen’. Dat is niet een strofe waar je snel overheen moet gaan.
Het is mooi dat Claerhout heel zichtbaar laat zien hoe bijvoorbeeld de echo werkt door het pedaal met de hand in plaats van met de voet te bedienen. Dat zijn mooie muziek-theatrale details die goed werken. Van Leeuwen legt niets uit, ook dat is een treffende keuze. Poëzie-voordrachten gaan meestal vergezeld van een uitleg door de dichter en dan volgt het gedicht. Dat doet Van Leeuwen niet. De eerste tekstflarden bijvoorbeeld klinken al nog voordat ze is opgekomen en dan val je als toeschouwer meteen in haar poëzie, die beeldend is, klankrijk, associatief, soms intiem en fluisterend dan direct en rechtstreeks. Vrijwel moeiteloos bespeelt ze de registers waarin woord en klank, ritme en taalkracht samenvallen. Het optreden is een ode aan het leven zelf.
Foto’s: Bjorn Frins











