Met de ruim 150 balletten die Hans van Manen creëerde, kun je talloze sterke programma’s samenstellen. De ode die Het Nationale Ballet in Carré brengt aan de eind vorig jaar overleden meesterchoreograaf is zo’n programma. De drie stukken voor de pauze belichten de uitbundige kanten van zijn oeuvre: plagerig, erotisch en virtuoos. Weemoed overheerst in de afsluiter, het revolutionaire cameraballet Live. (meer…)
Ernst Meisner opende gisteren zijn eerste seizoen als directeur van Het Nationale Ballet met een frisse en licht humoristische speech waarin hij nieuwsgierigheid centraal stelde als historische en actuele drijfveer van het gezelschap. Het programma Legacies, een lange zit met drie ‘bomen van stukken’ van George Balanchine, Hans van Manen en Toer van Schayk, werd dan ook gecombineerd met een nieuw werk van choreograaf Kirsten Wicklund.
Verre van overschaduwd draagt Wicklunds Monumento volwaardig bij aan een avond die een imposant statement maakt over de sterkte van het gezelschap. In wat betreft het repertoire, ongetwijfeld, maar vooral ook in de kracht van de dansers zelf, die zich met een spreekwoordelijke vuist op tafel van hun beste kant laten zien. Eerste solist Riho Sakamoto ontving tijdens de première tevens de Alexandra Radius Prijs, een welverdiende erkenning voor haar technische capaciteiten en inlevingsvermogen, die gisteren wederom zicht- en voelbaar waren op het toneel.

Symphony in C van George Balanchine
Symphony in C, waarmee het programma opent, is een showstopper. Deze choreografie, door de grote dansmodernist George Balanchine gemaakt voor het Ballet de l’Opéra de Paris in 1947, is een ongeëvenaard monument voor het ballet zelf. Oorspronkelijk ‘Palais de Cristal’ genoemd, wordt ballet in dit paleis gevierd als code, als systeem voor de organisatie van het lichaam ten behoeve van een bepaalde esthetiek en artisticiteit, als abstracte taal.
Enkel drie kroonluchters hinten naar de traditionele sprookjeswereld van de beroemde balletten uit de negentiende eeuw. Verder is het spel formeel van aard. Volledig frontaal uitgevoerd en de complete compositie van Bizet volgend à la lettre, werkt Symphony in C als een lang divertissement dat enkel in het leven is geroepen om van de choreografische mogelijkheden binnen het balletidioom te genieten.
Per muzikale beweging verschijnt telkens een nieuwe groep dansers om het publiek te vermaken met hun techniek. Vijf miniaturen in totaal, waarbij bijna de gehele cast een rol speelt en vooral de solisten klaarblijkelijk genieten van de kans om hun kunnen te laten zien. Bij afwezigheid van andere franjes is de choreografie veeleisend. Je zou Symphony in C gerust de witte walvis onder de bekendste balletten uit de geschiedenis mogen noemen, en de dansers van Het Nationale Ballet veroveren die met verve.

Simple Things van Hans van Manen
Samen met Wicklunds Monumento vormt Simple Things, van Hans van Manen, het tweede luik van de avond. Oorspronkelijk gemaakt voor het Haagse jeugdgezelschap NDT2 in 2001, is de nieuwsgierigheid waar Meisner naar verwees hier al voelbaar in de aparte muzikale combinatie. De zwoele, speelse partituur voor accordeon, Scarlatti Fever van Guy Klucevsek en Alan Bern – toen net uitgekomen, wordt twee keer gespeeld en omringt zo twee pianostukken uit heel verschillende tijdperken, maar met een soortgelijke melancholische ‘vibe’: het Allegretto uit Haydns Pianotrio nr. 28 en Weisse Landschaft van Pēteris Vasks. Op choreografisch niveau is Simple Things een van de meest geslaagde stukken uit de Van-Manen-formule.
Het balletidioom wordt vervormd en gecombineerd met meer sinueuze en swingende lijnen in het lichaam. Tussen de vier dansers – twee mannen en twee vrouwen – zorgen verschillende combinaties en ruimtelijk spel voor een gevoelde en relationele spanning zonder duidelijke vertaling. Maia Makhateli, Timothy van Poucke, Young Gyu Choi en Salome Leverashvili, die samen met Riho Sakamoto en Anna Ol ons allemaal al hebben verbluft in het stuk van Balanchine, komen terug om deze andere kant van de mogelijkheden van ballet te verkennen. Het is wederom perfect uitgevoerd en alle vier de dansers zijn zeer bekend met Van Manens repertoire, maar deze vertolking mist wel enigszins het naïeve, jeugdige en licht-erotische élan dat in eerdere vertoningen van het werk door het NDT van het toneel afspatte. Het kan ook puur aan de volgorde in het programma hebben gelegen: tussen deze zeer verschillende stukken schakelen moet als danser geen makkelijke klus zijn geweest.

Monumento van Kirsten Wicklund
En dan: de wereldpremière van de avond. In strakke unitards in zilver- en goudkleurige tinten, die enigmatisch schitteren in het theatrale licht, bewegen vijf dansers zich tussen twee vrouwelijke zangers die vanuit weerszijden van het toneel, gehuld in lange, brede en donkere gewaden, het prachtige Monument to a Universal Marriage van Willem Jeths vertolken, samen met het balletorkest in de bak. Zonder meer decor dan een langzaam op- en aflopend zwart toneelgordijn dat geleidelijk meer of minder licht vanuit de diepte toelaat, lijken de vijf dansers zich onder te dompelen in de verschillende lagen van de muziek. Als vissen in ondiep water glinsteren en bewegen ze moeiteloos doch voorzichtig door de ruimte, zoeken elkaar op en stoppen om de rest te observeren.
Het voelt als een soort gedanste, zowel individuele als collectieve mijmering. Neigend naar minimalisme op alle vlakken, paste Monumento goed bij Van Manens stuk in dit tweede deel. Ook in Wicklunds choreografie worden verschillende choreografische spanningen opgezocht – bijvoorbeeld in het feit dat het om een oneven aantal dansers gaat zonder hiërarchie, wat de visuele harmonie verstoort en een onopgeloste vraag met zich meebrengt. En al is haar stijl dynamischer, losser en complexer van aard, biedt ook zij tijd en ruimte aan de bewegingen, er is oog voor detail. De dansers krijgen zo de kans om zich volledig te geven in de beleving van zowel het materiaal als de muziek. Op dat niveau is dit het volmaaktste stuk van de avond: als toeschouwers genieten we niet enkel, maar worden we ook geraakt door de innerlijke beleving van de dansers in hun spel.

Requiem van Toer van Schayk
Het slotstuk van de avond is Toer van Schayks Requiem, uit 1990. Op Mozarts dodenmis gemaakt en met een nadrukkelijk symbolische boodschap aan de toeschouwer over diens omgang met de natuur, biedt het een sterk verhalend contrast met de rest van de avond. Maar in het kader van Legacies, als statement over de gezondheid en reikwijdte van het gezelschap, is dit een begrijpelijke en relevante keuze. Zeker als we daarbij meenemen dat de milde en geliefde Van Schayk dit jaar zijn 90e verjaardag viert én dat HNB als instituut ook waakt over een belangrijk stuk Nederlandse dansgeschiedenis dat het verdient om op het toneel voort te leven. Daarbij mag ook gezegd worden dat Mozarts stuk de kers op de taart is van een ook op muzikaal gebied geweldige avond.
Foto’s: Altin Kaftira













