‘Je bent een wrede vrouw, waarom maak je mij ongelukkig?’ Met deze woorden richt graaf Almaviva zich tot Susanna in Mozarts Le nozze di Figaro (1786), nu opgevoerd door het Orkest van de Achttiende Eeuw. Heel het vrouwonvriendelijke karakter van deze muzikaal zo rijke opera zit in dat ene zinnetje verscholen: de ik-betrokkenheid van de man die de macht in handen denkt te hebben en dáárom het verwijt aan de vrouw, die dan ‘wreed’ heet te zijn. Het vreemde is weer dat jonge Susanna desalniettemin ingaat op de avances van de  oudere graaf. Hij heeft één doel voor ogen: het aangekondigde huwelijk tussen het stelletje Figaro en Susanna uitstellen, want de graaf vindt dat hij het recht heeft op de eerste nacht van de bruid.

Regisseur Jorinde Keesmaat plaatst kanttekeningen bij de rol van de vrouwen in de Nozze, getuige haar opmerking in het programmaboek: ‘Het is voor mij toch onvergeeflijk dat de Gravin de Graaf aan het einde vergeeft.’ Deze graaf Almaviva, bariton James Newby, is verliefd op Susanna (sopraan Nikki Treurniet) en wil haar voor zich hebben. Maar via ingenieuze rolverwisselingen en verkleedpartijen – Susanna en de gravin wisselen van kleren – wordt zijn overspeligheid ontmaskerd. Hoewel gravin Almaviva (sopraan Katharine Dain) in de prachtig gezongen aria aan het begin van de derde akte treurt om het vreemdgaan van haar man, en een complot smeedt met Susanna om hem mores te leren, blijft ze hem welgezind.

De uitvoering is semi-geënsceneerd, maar dat neemt niet weg dat er visueel en dramaturgisch van alles is te beleven en vooral te interpreteren. Achter het orkest, met Benjamin Perry Wenzelberg als dirigent, staan drie glazen vitrines opgesteld waarin de handeling zich afspeelt. Aanvankelijk achter een gazen doek, dat wordt in een latere akte weggehaald.

Rechts op de voorgrond speelt Nuria Kouwenhoven als ‘meisje’ met een poppenhuis. Dat is een veelzeggend symbool. Ze speelt met de poppen en via een video-ontwerp door Frouke ten Velden zien we haar spel afgebeeld op het doek. Kouwenhoven zal zich later ook in het decor begeven, maar niemand ziet haar staan.  Haar rol betekent dat we als het ware via de ogen van een meisje dat met poppen speelt naar de uitvoering kijken. Met andere woorden, deze Nozze is als een veilig en beschut poppenhuis waarin alles weliswaar spel is, maar geleidelijk neemt een hardere realiteit het over.

Ook in het kostuumontwerp van Sanne Oostervink, tevens verantwoordelijk voor de art direction, is het poppenachtige aanwezig: graaf Almaviva bijvoorbeeld draagt een krankzinnig rode, buitensporig grote stropdas en loopt rond met een speelgoedgeweer waarmee hij ‘jaagt’ op Susanna. Bariton James Atkinson als Figaro is jongensachtig gekleed en blond gekapt.

Het ledikant uit de eerste scène gold ooit, in de achttiende eeuw, als een té pikant rekwisiet en mocht eigenlijk niet getoond worden; nu blijft het alle vier bedrijven pontificaal in beeld. En let ook eens op de bruidssluiers die het decor vullen; het zijn er vele waarmee de personages een spel spelen: de mannen gooien de sluiers boos van zich af, uit frustratie, de vrouwen hullen zich erin.

Er zijn versies van deze opera die extreem komisch zijn, kijk maar eens naar vooral Duitse of Engelse registraties. Ook De Nationale Opera bracht bijvoorbeeld in 2016 een vermakelijke Nozze, geregisseerd door David Bösch. Deze regie van Keesmaat is nadrukkelijk ernstig, al zijn er volop komische elementen aanwezig als jezelf verstoppen achter een gefiguurzaagde plant, achter een kist of een gordijn. Echt uitbundig of lichtzinnig aangezet is het niet, eerder getemperd.

Ook in de overigens krachtige muzikale begeleiding overweegt de ernst. Dirigent Wenzelberg zet de drie contrabassen en de liefst vier cello’s krachtig aan. De afwisseling tussen licht en zwaar is een van de meeslepende elementen van deze uitvoering, dat blijkt al meteen bij de ouverture en de eerste scènes: er is het stralende begin tussen de verliefde Susanna en Figaro die zich opmaken voor hun huwelijk en bruidsnacht, maar zodra de graaf ten tonele verschijnt breekt alles aan stukken. En gaat de muziek naar ‘mineur’.

Befaamde en geliefde aria’s als ‘Voi che sapete’ door Cherubino (mezzosopraan Maria Warenberg), ‘Non più andrai, farfallone amoroso’ door Figaro zelf of het heerlijke duettino ‘Sull’aria… che soave zeffiretto’ door de gravin en Susanna vormen in deze enscenering de hoekstenen, samen met de schitterend gezongen klacht ‘Dove sono…’ over de verloren liefde van de gravin.

Liefde, liefde en nog eens liefde, daar draait het om in deze Nozze, dat geldt ook voor de ‘bijrollen’ van Marcellina (mezzosopraan Esther Kuiper) en Barbarina (sopraan Sharon Tadmor). Het is qua regie een lastig conflict waarin Keesmaat zich begeeft. Genderongelijkheid, seksisme en klassenstrijd (de aristocratie van graaf en gravin versus de bedienende klasse waartoe Susanna behoort) zijn onlosmakelijk verweven in plotlijn en libretto van Da Ponte. Mozart zelf speelde ook vernuftig met muziek, rolinterpretatie en tekst. De vrouwen zelf moeten met behulp van briefjes en kostuumwisseling zich behelpen om de mannen de waarheid te vertellen; het lijkt verzet, maar ze schikken zich ook in mannelijke verwachtingen en mannelijk perspectief.

Tegen het slot draait het ‘meisje’ van het poppenhuis alle geschilderde portretten van de graaf om, zodat zijn felrode stropdas en macho uitstraling uit het zicht verdwijnen en de achterwand van het decor gitzwart wordt. En er gebeurt nog meer aan het slot, maar dat laat ik aan de toekomstige toeschouwer. Als u denkt aan de Afscheidssymfonie (1772) van Joseph Haydn, dan ziet u wellicht een treffende overeenkomst, en een ernstig commentaar van de regie op de frivoliteiten van de Nozze.

Foto’s: Janko Duinker