Onlangs besloot Charlie Panneman dat ze afwijzingen maar eens moet gaan vieren. Ze herinnert zich haar middelbareschoolversie: op het voetbalveld vroeg ze verkering aan Milan, die haar resoluut afwees, waarna zij bij haar vriendinnen in een ontembare slappe lach verzeild raakte. (meer…)
En ja hoor, luister, daar zingt Gelsomina het ‘Tema Della Strada’, de mooiste melancholie in klanken vervat van filmcomponist Nino Rota. Dat was in 1954, in de film La Strada van Frederico Fellini en zong actrice Giuletta Masina het thema. Nu zijn we op de Amsterdamse Parade beland, bij de voorstelling La Strada, en zingt de jonge actrice Elvis de Launay de melancholieke melodie. Haar brute tegenspeler is nu acteur Tarik Moree, in de film was dat Anthony Quinn.
La Strada is meer dan een remake op toneel van de beroemdste en misschien wel een van de allermooiste Italiaanse films. Regisseur en tekstschrijver Gilles Groot weet in nog geen half uur de essentie te vatten van het meisje Gelsomina dat door haar moeder, na de dood van haar zusje Rosa, voor duizend lire wordt verkocht aan het rondreizende circus van krachtpatser en boeienkoning Zampanò.
In de tent Shambles krijgt het circus – een van de grote thema’s van Fellini – een passende sfeer. De Launay is bijna het evenbeeld van Masina, niet dat dat per se hoeft, maar haar ronde gezicht met vrolijke ogen, haar levendige bewegingen en vooral de uitstraling van optimisme maken haar een ideale actrice voor deze rol. Zij is de traditionele ingenu in het theater. Juist deze lieftalligheid zelve komt in de ban van de hardvochtige Zampanò die het meisje wreed behandelt.
Gelsomina gaat met het circus mee, als hulpje, en dat is een riskante onderneming. Ze zit hotsend achterop de motor bij de krachtpatser die als een coureur, schitterend mimisch verbeeld door Moree, zijn voertuig luid grommend over de landwegen jaagt. Zij moet zijn zogenaamde krachtpatsertoeren, waarin hij met spiergeweld de ketting rondom zijn borst laat breken, met haar aandoenlijke spel begeleiden.
Als ze dat eerst niet goed doet, krijgt ze ervan langs. Geleidelijk vindt ze geluk in haar nederige rol, toch verlaat ze Zampanò, ze voelt zich vernederd door hem. Dan laten zowel de regie als acteur Moree zien dat Zampanò wel degelijk van haar houdt. Mooie, subtiele momenten van innigheid.
Een belangrijke rol in deze versie vormen de grote poppen of marionetten die beeldend kunstenaar Ton Zwerver ontwierp. Aan het begin en het slot treedt een van de poppen op, in zilverwit gewaad gestoken, lange mouwen, geheimzinnig van uitstraling. Hij hijst ook Gelsomina in een soort clownskostuum en zo dansen ze samen, op de nieuw gecomponeerde muziek van Boris Post.
Wat La Strada als Parade-voorstelling zo goed maakt, is dat we de magie van het theater proeven uitsluitend opgeroepen door spel en rekwisieten. Je voelt als het ware de lange weg die Gelsomina en Zampanò afleggen, je leeft met hem mee als hij de harde realiteit van geld verdienen op jaarmarkten moet ondergaan en je leeft vooral ook met haar mee als zij, tegen alle onrechtvaardigheid in, toch blijmoedig is. Totdat het slot bitter is. Er kwam onder meer een derde personage in het spel, een gek. Dat werkte niet. Hier schiet de uitvoering tekort, omdat het masker dat Moree draagt te excentriek is, te uitzinnig in contrast tot de frêle Gelsomina.
Theater maken van bestaande films lijkt eenvoudig, maar het is ingewikkeld. Te snel verlies je je als maker in imitatie. Dat gebeurt in deze versie ook, maar Groot en zijn groep maken er werkelijk toneel van. De ontroering van de film werkt ook nu. We zijn getuige van blijmoedigheid versus cynisme, van melancholie versus hopeloosheid. Misschien geldt als nadeel dat de meer dan mansgrote pop die aan het begin en eind opkomt té raadselachtig is, te surrealistisch. Het was misschien beter geweest ook hier een poëtisch realisme te laten overheersen, en geen groteske overdrijving. Dit slot jaagt de verstilling weg.
Foto: Juliette de Groot












