Er zijn geen rollen, geen dialogen, er is geen intrige, er is geen illusie van, nauwelijks een verwijzing naar de werkelijkheid: in La Luz de un Lago van El Conde de Torrefiel wordt er een eigen werkelijkheid op toneel gecreëerd. Daarbij kunnen alle theaterelementen in stelling gebracht worden zonder dat er sprake is van een hiërarchische ordening: voor deze voorstelling bijvoorbeeld zijn de teksten pas toegevoegd als de laatste etappe in het creatieve proces. Dit Barcelonese collectief werkt dus via wat postdramatische principes heet. Het is een terugkerende gast op het Noorderzon festival.

Voor aanvang kijkt het publiek naar wat misschien wel het beste beschreven kan worden als een onbeschreven blad. Een wit scherm en een dito vloer. Gaandeweg de voorstelling zal de vloer opgetakeld worden, het scherm splitsen, komen er uit de toneelkap andere schermen en worden er aldus steeds wisselende configuraties gecomponeerd van een hoog abstract gehalte.

Bij tijd en wijle wordt er ook op schermen geprojecteerd, maar ook dat is bijna nooit herkenbaar uitgewerkt: het blijven overwegend veelkleurige zeeën van pixels die traag over het projectiescherm stromen. Af en toe lijkt een figuur op te doemen, in één geval herkennen we een vrouw die ons tegemoet treedt naar een man die haar kennelijk opwacht, maar erg concreet wordt het allemaal niet.

Ondertussen worden de teksten van vier verhalen geprojecteerd en gesproken door een vooraf opgenomen stem. Elk verhaal speelt in een andere Europese stad en heeft een vorm van liefde als thema: een ontmoeting tussen een jonge man en vrouw op een concert in Manchester, een afspraak in een louche bioscoop in Athene tussen twee mannen die daar regelmatig seks hebben, een transgender in Parijs die de afscheidsbrief leest die haar grootmoeder haar schreef voor zij overleed, en tot besluit de actie van een politiek collectief dat een avant-gardistische voorstelling in een Venetiaans operahuis onmogelijk maakt. De verhalen spelen zich ook in verschillende tijden af: het eerste verhaal in een recent verleden, het laatste in een nabije toekomst.

In de introductie is ons verteld dat de verhalen niets met elkaar te maken, maar steeds blijkt wel dat in het volgende verhaal het vorige gegeven is verwerkt tot een kunstwerk: respectievelijk tot een film, een roman, in het laatste geval tot opera. De verhalen worden ons letterlijk als geschreven verhaal gepresenteerd: de (Engelse) tekst wordt in leestempo geprojecteerd, de Spaanse tekst is op monter zakelijke toon ingesproken. Ondertussen verplaatsen de drie performers-theatertechnici op muzikale wijze de aanwezige schermen in alle richtingen.

In elk verhaal speelt een bepaald muziekstuk wel een zekere rol, zoals een nummer van Massive Attack in het eerste verhaal, een trompet, een chanson in de andere verhalen. Die muziekstukken zijn vaag in de verte te horen tijdens het verhaal, maar het wezen van deze voorstelling zit vooral in het gebruik van geluid als het centrale medium. Het gaat de gebruikelijke soundscape ver voorbij, want het speelt hier een zelfstandige rol die niet iets ondersteunt, maar van zichzelf beelden en sensaties wil oproepen. Hierbij wordt de pijngrens niet geschuwd want de makers zijn expliciet op zoek naar de fysieke beleving die manipulatie van geluid kan geven.

De toeschouwer wordt actief aan het werk gezet om op basis van geprojecteerde en ingesproken teksten, dwingende, zelfs opdringerige geluiden, abstracte verplaatsingen en spaarzame beeldelementen een ervaring te ondergaan die het best als intrigerend beschreven kan worden. Het publiek krijgt een afstandelijke wereld voorgeschoteld waarin het soms aangenaam, soms onaangenaam toeven is, waarin vragen onbeantwoord blijven, politiek niet te bevatten – maar alom aanwezig – is en waar liefde onvoorspelbaar zijn gang gaat. Een artificiële wereld dus, maar wel een die verdacht veel op de werkelijkheid kan lijken.

Foto: Phandra Macchia