Gevangen in stilstand: een mooiere typering is nauwelijks te vinden voor de solovoorstelling La codista van Marleen Scholten, lid van acteursgroep Wunderbaum en woonachtig in Milaan. Zij vertelt in haar monoloog het verhaal van Giovanni Cafaro, een werkeloos geworden communicatiewetenschapper die tegen betaling voor anderen in de rij gaat staan.

Het verhaal is waargebeurd, Scholten las erover in de krant en ze besloot Cafaro te ontmoeten en te interviewen. Ze ging ook zelf om ‘ervaringsdeskundige’ te worden in de rij staan en schreef tijdens de lockdown haar toneeltekst. Inmiddels is die in Italië in première gegaan en verwierf ze er de nationale toneelschrijfprijs Antonio Conti mee.

Nu is te solo te zien tijdens het Holland Festival in theater Frascati. Opvallend is de pure soberheid: Scholten komt op in een bruine lange mantel, donkere kleren eronder, een naamloze ambtenarentas in de rechterhand. Ze gaat onder een carré van hard tl-licht staan en zo begint ze, kalm en precies vertellend, nagenoeg zonder enige gestiek. Elk drama en elke dynamiek schuilt in de woorden.

Haar tekst is een soort minimal music met kleine variaties binnen een lange verhaallijn. De ‘codista’ die zij vertolkt is een wachtend persoon in een rij, een coda. Wachten is een fenomeen dat iedereen kent, maar zover ik weet is er nauwelijks over geschreven en evenmin theater over gemaakt. Begrijpelijk. Wachten is saai, frustrerend, gekmakend soms, vooral als het wachten onvrijwillig is. In het bureaucratische Italië is wachten een wijdverbreid fenomeen, want alle instanties, zowel de gemeentelijke als die van de overheid, laten mensen urenlang in de rij staan. Waartoe kan dat niet anders?

De initiator van het wachten, Cafaro zelf, stond ook vrijwillig in de rij: voor een Zwitsers horloge, voor een nieuwe iPhone (8 uur) of om een kaartje te bemachtigen om backstage bij Beyoncé te kunnen zijn. Hij sliep een nacht voor de kassa om een entreekaart te krijgen voor La Traviata. Maar mooier dan zijn dadeloze en doelloze wachten is het wachten van Peruanen bij Cafaro in zijn straat in Rome: zij koken eten, slapen in tenten en bouwen al wachtend een heel dorp.

Al snel overstijgt Scholtens monoloog de anekdotiek en neemt ze de toeschouwer mee in boeiende, filosofische bespiegelingen over het fenomeen wachten en vooral: wat doet wachten met je? Wachten is een aanslag op iemands identiteit. Dat blijkt prachtig uit een scène over solliciteren: de brieven met afwijzingen reppen er telkens over dat er ‘een ander’ is gekozen, dat ‘uw profiel niet voldoet’ en dat de selectie ‘de voorkeur geeft aan een ander profiel’. Scholten draait zich resoluut om en ontsteekt in een ingehouden woedeuitbarsting.

Het spel met identiteit voert ze steeds verder door: ze geeft zich uit voor de vrouw van een advocaat, voor haar buurvrouw, ze haalt medicijnen op bij de apotheker voor haar opdrachtgever en beeldt zich ook het leven in van de mens achter de balie: hoe hij of zij al die van ongeduld trillende mensen voor zich ziet. Maar dat trillen verkort het wachten niet. Zo maakt ze overtuigend duidelijk dat wachten ongeveer gelijk staat met het kapot maken van iemands eigenheid. Het is een soort mentale gevangenschap.

De kern van het werk van Cafaro – Scholtens inspiratiebron – is ook een soort toneelspel: het is niet Cafaro zelf, maar hij is de ander voor wie hij in de rij staat. Aan het slot komt een verrassende en in theatraal opzicht ingenieuze verrassing, die de hele tekst in een dramatisch perspectief plaatst. Als toeschouwer heb je je aldoor afgevraagd wat er toch schuilgaat in die zielige tas met die zielige hengsels. Voor het antwoord moet u de voorstelling gaan zien.

Scholtens theatersolo La codista is een filosofische verhandeling over het wachten, vol met bespiegelingen en trefzekere details. Ze brengt de tekst welbewust onopgesmukt en zonder enige versiering. Dat is het knappe ervan. Daarom begint de voorstelling met het trekken van een nummertje, daarna de wanhopige blik op de teller aan de muur: nog vele tientallen wachtenden voor u. Daarna die merkwaardige tijdspassering die wachten heet, een mengeling van berusting en spanning.

Foto: Luca Chiaudano