In de duister-absurdistische tekst Kras, die Judith Herzberg in 1988 schreef, wordt een alleenstaande oudere vrouw geplaagd door een inbreker die iedere nacht terugkomt. In de spannende regie van Paul Knieriem wordt het een beklemmende parabel over ouderdom, eenzaamheid en de angst om een buitenstaander in je eigen leven te zijn.

Ina (Marlies Heuer) en haar oudste dochter Do (Malou Gorter) staan in de huiskamer. Om hen heen ligt Ina’s hele huisraad verspreid over de grond. De ravage is het resultaat van een inbraak, waarbij echter niets is ontvreemd – het is alleen ‘een beetje anders ingericht’, zoals Ina met enig gevoel voor understatement zegt. Langzaam druppelen ook Ina’s andere kinderen binnen, bezorgd maar toch vooral bezig met hun eigen sores.

Regisseur Paul Knieriem zet in zijn bewerking van het stuk van Judith Herzberg de kloof tussen Ina en haar kroost centraal. Heuer speelt Ina als een vrouw die gewend is zichzelf weg te cijferen, om in functie van haar kinderen en ex-man te staan, maar verraadt met haar grapjes, lachbuien en scherpe opmerkingen dat er een soort ingehouden woede in haar raast – een wil tot zelfbeschikking die te lang is onderdrukt om nu nog terug te halen. Wat vooral opvalt is de breekbaarheid die Heuer aan de dag legt. De paar keer dat ik het genoegen had om haar in actie te zien was dat altijd in rollen die een bepaalde hardheid en onverbiddelijkheid in zich droegen, waardoor het des te indrukwekkender is om haar in Kras een totaal ander palet te zien hanteren.

Het waanzinnig gedetailleerde spel van Heuer, die in iedere beweging en iedere inflectie iets prijsgeeft over Ina’s binnenwereld, geschiedenis en relatie met haar kinderen, draagt de voorstelling. Knieriem en zijn cast hebben goed begrepen dat Kras eigenlijk een solo in ensemblekleren is: de egocentrische bekommernissen van haar kinderen en aanhang worden dik aangezet en dienen er vooral toe om de vervreemding van Ina ten opzichte van haar eigen leven voelbaar te maken. Het is bijzonder knap hoe goed de acteurs erin slagen om een balans te treffen tussen groteske overdrijving en psychologisch realisme, zodat het stuk ongrijpbaar blijft en niet tot klucht wordt gereduceerd.

Kras speelt zo een spannend spel met identiteit en geheugen. Ina, die door haar man voor ene jongere vrouw werd verlaten, ziet de geschiedenis zich herhalen als haar zoon William (Tjebbo Gerritsma) aan haar bekent dat hij verliefd is geworden op iemand anders. De gelatenheid van zijn vrouw Agnes (Samora Bergtop) herinnert Ina aan zichzelf. Zo worden de verhalen van haar kinderen echo’s van haar eigen huwelijk, stille verwijten dat haar kinderen het voorbeeld van de ouders compleet hebben geïnternaliseerd, ‘alsof het erfelijk is!’. In haar nachtelijke gesprekken met de ongeziene inbreker lijkt het alsof ze niet zozeer met een dief spreekt, maar met de verstrijkende tijd, of met dementie, of de naderende dood, een ongrijpbare, vernietigende kracht die haar aan het eind van haar leven toont dat ze niets heeft opgebouwd en als een schim in het leven van anderen heeft gefigureerd.

Het besef van Ina’s ultieme eenzaamheid wordt prachtig onderstreept door het decorontwerp van Catharina Scholten, die de verstikkende kunstmatigheid van haar wereld symboliseert door tweedimensionale kopjes en schotels en een getekende huiskamer. Ze vult dit aan met duister-absurdistische animaties waarin een eenzaam dansende Ina door een zwarte stripfiguur wordt beslopen. Het is meer dan terecht dat Toneelschuur Producties haar ontwerp in de foyer heeft uitgelicht (het zou alleen wel netjes zijn om haar naam daar ook bij te vermelden, en niet alleen die van de regisseur!).

Kras
is verraderlijk. De humor van de teksten en het groteske spel staat ten dienste van een pikzwart verhaal over eenzaamheid en spijt dat flink onder de huid kruipt. Paul Knieriem had voor zijn afscheid bij Toneelschuur Producties geen beter slotakkoord kunnen componeren.

Foto: Sanne Peper