Bo Tarenskeen
Kissinger
★★★☆☆
Associatieve theaterpoëzie rondom een geniale diplomaat
Kester Freriks
17 maart 2017
Gezien op 15 maart 2017, Theater Frascati, Amsterdam

Acteur Bo Tarenskeen zit eerst aan de linkerzijde van het podium achter een tafeltje, daarna achter een vergelijkbaar tafeltje rechts. Hij speelt de monoloog Kissinger met als ondertitel Een nieuwe voorstelling over een verdwijnende wereldorde. In samenwerking met essayist en romancier Joost de Vries maakt hij deze voorstelling, waarbij het tweetal zich laat inspireren door Henry Kissinger (1923). Kissinger is de geniale diplomaat onder de Amerikaanse president Nixon.  Tarenskeen is keurig gekleed in zwart kostuum met wit overhemd, zwarte strik om. Voor slechts een enkele seconde zet hij de voor Kissinger kenmerkende zwarte bril op. Even is er de gelijkenis met Kissinger, daarna neemt hij als solo-acteur het woord. De voorstelling heeft een gewijde sfeer, statisch ook, ergens zwevend op de grens tussen theater en associatieve poëzie.

In het eerste deel filosofeert Tarenskeen over begrippen als metafoor, wereldorde en theater als de meest nutteloze der kunsten. ‘Niemand zegt dat een acteur op moet’, stelt Tarenskeen. ‘Hij kan ook gewoon achter de coulissen blijven en niet opkomen. Alleen als een acteur op is, dan is hij op.’ Ook vraagt hij zich af waarom iemand sowieso een theateroptreden verzorgt. ‘Waarom zou je iets maken, voor een zaal gaan staan, vrienden en anderen uitnodigen naar iets te kijken dat niet echt is?’ Kissinger is voor Tarenskeen en De Vries de ultieme evenwichtskunstenaar die dit begrip in de politieke diplomatie heeft uitgevonden. Tijdens de Vietnam-oorlog, waaraan hij in de jaren zeventig onder president Nixon een einde zou maken, sloot hij met opzet Noord-Vietnam buiten, zodat de oorlog gewoonweg doorgang kon vinden. Op zijn gezag bombardeerde Amerika het weerloze Cambodja met vele duizenden onschuldige burgerslachtoffers. Desalniettemin ontving Kissinger de Nobelprijs voor de vrede. Informatief is de uiteenzetting van het begrip historical fallacy, wat betekent: als wij nu terugblikken op mensen en hun beslissingen uit het verleden moeten we de situatie van toen laten meewegen. Maar het is geen ontdekking van Kissinger; het begrip komt uit 1896.

Tarenskeen wisselt van tafeltje en leest een biografische schets voor van Kissinger. Geboren in Duitsland en in 1938 gevlucht wegens de jodenvervolging door Hitler. In Amerika aangekomen werkte hij zich snel op tot het brein achter de Nixon-doctrine. Openhartig schetst Tarenskeen de kwalijke kanten van Kissinger, onder meer zijn verantwoordelijkheid voor de gruwelijke bombardementen op Noord-Vietnam en Cambodja.  Dat is het spannendst: biecht, zelfbeschuldiging en zelfrechtvaardiging vormen een onontwarbare kluwen. Op associatieve en uiteindelijk raadselachtige wijze meandert Tarenskeen van Kissinger naar een Chinese wijsgeer, hij is hiertoe geïnspireerd door het verschil tussen schaken en een Chinees damspel. De westerse mens, en vooral de Amerikaan, houdt van de agressie en de territoriumdrift van schaken, maar een Chinese damwedstrijd kan gerust anderhalf jaar duren. Het gaat er niet om met agressie te winnen maar om de lege velden te omspelen.

Dit motief kan gelden als metafoor voor de werkwijze van Kissinger. Tarenskeen komt tijdens deze langdurige gedaanteverwisseling van westerling in Chinese wijsgeer, steeds meer in harmonie met de gloedrode achtergrond van het toneelbeeld. Hij legt het fenomeen kintsukuroi of kintsugi uit, de techniek een gebroken porseleinen schaal of vaas met lijm vermengd met goud te repareren. De aldus herstelde schaal, met goudglanzende breuklijnen, is kostbaarder dan het origineel. Het is een prachtige metafoor, maar niet uniek. In 2014 noemde zanger en dichter Spinvis zijn ‘gedanste opera’ Kintsukuroi naar dit Japanse ritueel. Tarenskeen heeft het over een eeuwenoude Chinese werkwijze, hierbij welbewust toesturend op enige verwarring bij de ingewijde toeschouwer. In de Chinese filosoof kunnen we Lao-Tse herkennen, en hierbij sluit Tarenskeen aan bij de Chinese opera’s waarvoor Kissinger belangstelling heeft. Dat geeft mij weer de associatie met de opera Nixon in China (1987) van John Adams waarin Kissinger optreedt als zanger (bas).

Ondertussen zijn we in het taoïstische gedachtengoed beland, waarvan de persoon en het denken van Kissinger ver verwijderd zijn. Tarenskeen laat zien dat iedereen slechts een rol speelt, iedereen is als een gebroken vaas die weer hersteld moet worden. Maar is Kissinger dat ook? Is hij een gebroken man? Dat laatste, beslissende antwoord laat Tarenskeen in het midden. Kissingers politieke optreden is omstreden en hij heeft genadeloze bombardementen op zijn geweten. Hoe ingetogen Kissinger is geschreven en wordt gespeeld, ik had graag ook de hardere, zwartere kanten willen zien. De flirt met Chinese filosofie verzacht en verhult teveel.

Foto: Jorn Heijdenriljk

Elders

NRC Handelsblad
★★★☆☆

'Waarom zou je nog theater maken als iedereen in de wereld al theater speelt? Het is geen nieuwe vraag, maar het is goed dat hij op zijn tijd gesteld wordt, zeker als dat zo poëtisch en met zulke toegewijde ernst gebeurt als in Kissinger. Deze monoloog, van romancier Joost de Vries en theatermaker Bo Tarenskeen, en gespeeld door Tarenskeen, is een vernuftig opgebouwde zelfbeschuldiging van Henry Kissinger, de minister van Buitenlandse Zaken van de VS in de jaren 70.' Ron Rijghard

Het Parool
★★★☆☆
'In de fijnzinnige tekst is alles met elkaar verbonden. Schijnbare terzijdes zijn metaforen voor iets anders. De legitimiteit van theater in een wereld waarin 'doen alsof' de norm is geworden, bijvoorbeeld. Of waarom onze westerse hang naar steeds iets nieuws een vergissing is.' Joukje Akveld

Reageer

Uw E-mail adres zal niet gepubliceerd worden.