In Return of the King beschrijft meesterverteller Sadettin Kırmızıyüz hoe zijn vader na vijftig jaar in Nederland terugkeert naar zijn vaderland. Schakelend tussen heden en verleden, tussen baba, Prins Teveel en een aantal ongenode gasten maakt hij een epische reis, zijn vader achterna, van Turkije naar Nederland. En weer terug. (meer…)
In zijn solo King Cannabis creëert Yannick Jozefzoon een verrassend mengsel van twee genres: het egodocument en het verslavingsdrama. Het briljante spel van Jozefzoon draagt de voorstelling, maar ook de spannende montagestructuur maakt indruk.
‘Holy ganja!’ Yannick Jozefzoon laat er in de eerste scène van King Cannabis geen grass over groeien. Als spirituele voorganger in een heilige mis bezingt hij in een verdienstelijk Jamaicaans accent de wonderen van ‘the herb’ – marihuana dus. Wiet als gift aan de mensheid, als connectie met Caraïbische roots, en als verzetsmiddel tegen de productiviteitsdwang van een kapitalistische wereld – Jozefzoon neemt ons overtuigend mee in zijn liefde voor die djonko.

In de voorstelling neemt Jozefzoon ons mee door zijn stormachtige liefdesrelatie met cannabis, die hij al jong begon. Het spannende daaraan is dat iedere scène zijn eigen insteek kent, ver weg van de directe vertelvorm die we van theatrale egodocumenten gewend zijn. Na de openingsscène speelt de acteur even een versie van zichzelf, om ons te verwelkomen, maar daarna is hij opeens een buurtbewoner in zijn jeugd die hem wat wijze levenslessen meegeeft, en daarna een walgelijke witte vader die onbeschaamd op Jozefzoons twaalf-jarige zusje geilt (‘soooo dat is wel véél vrouw voor een meisje van twaalf!’). Bij aanvang van iedere scène moet je daarom steeds hercalibreren – Wie is dit nu weer? Hoe verhoudt het zich tot het overkoepelende verhaal? – en door de actieve kijkhouding die dat vergt zit je van begin tot eind op het puntje van je stoel.
Al die schakels vergen veel van de hoofdrolspeler, maar die taak is bij Jozefzoon in goede handen. Het is adembenemend om te zien hoe makkelijk hij van rol naar rol glijdt, ook binnen de scènes zelf, die vaak de vorm van een dialoog aannemen. Op meesterlijke wijze weet hij typematig en ingeleefd spel af te wisselen – bijvoorbeeld als hij ons meeneemt op een vrolijke, meertalige reis langs de landen waar hij allemaal jointjes heeft gerookt, tot hij plotseling bij zijn vader op bezoek is en de totale verstilling toeslaat. De stotterende stem en trillende handen van de oude man laten opeens de schaduwzijde van een wietverslaving zien.

Het is schitterend hoe Jozefzoon en regisseur Ludwig Bindervoet zo zijn enorme acteerkwaliteiten inzetten om de onderliggende thema’s van de voorstelling kracht bij te zetten. In de tekst verbindt hij zijn drugsgebruik zelf met zijn creativiteit, en het geweldige, vitale spel van de acteur heeft op het publiek zelf ook een verslavende werking. Het plezier van zijn komische spel laat je meezweven met zijn highs om vervolgens je met een onverwachte schakel keihard te laten crashen naar de dieptepunten. (Het zou me niet verbazen als Martin Scorsese’s The Wolf Of Wall Street hierin een inspiratiebron is geweest – in ieder geval komt Jozefzoon dicht in de buurt van DiCaprio’s legendarische acteerprestatie in die film).
Het enige kritiekpunt is dat King Cannabis zich uiteindelijk tóch te veel naar de codes van het verslavingsdrama voegt. De latere scènes – hoewel nog altijd meesterlijk uitgevoerd – zijn daarmee wat voorspelbaarder dan de eerste driekwart van het stuk; Jozefzoon beweegt zoals het genre voorschrijft van interventie naar therapie naar terugval. Wél vermijdt hij in de slotscène een te rond einde: wat eerst naar vaderschapssentimentalisme lijkt te gaan neigen ontpopt zich tot iets onverkwikkelijkers.
Daarmee houdt King Cannabis tot het einde vast aan de insteek die de voorstelling zo spannend maakt: een eerlijk portret van een leven waarin marihuana een ondersteunende, verlichtende, liefhebbende, maar uiteindelijk ook wurgende rol speelt.
Foto’s: Julian Maiwald













