Een lichaam dat zich eerst verborgen houdt in rook, maar zich steeds verder blootgeeft: KENKI KRIN KRIN van Cherella Gessel, gemaakt bij Well Made Productions, is een fysieke zoektocht naar een zelf dat niet langer wil worden ingeperkt. Dans, paaldans, rap en spoken word komen samen in een sensuele performance over herinnering, gender en zelfbeschikking.
In het halfduister tekent Cherella Gessels silhouet zich af. Alleen de contouren van romp en ledematen zijn zichtbaar. Op trommels en drums kronkelt hen vanuit de heupen, cirkelt met de armen, alsof diens handen iets uit de lucht proberen te scheppen. Wanneer het licht hen volledig vangt, klinken de woorden: ‘Geef mij maar papier.’ Papier als vrijplaats voor wat zich in het hoofd afspeelt en zich elders, in de maatschappij, moeilijk laat uitspreken. ‘Op mijn negende heb ik al mijn dromen weggestopt.’
Die tegenstrijdigheid, van jezelf wegcijferen en tegelijkertijd ruimte opeisen, vormt de onderstroom van KENKI KRIN KRIN. De titel betekent in het Sranantongo ‘transformatie naar oprechtheid’. Gessel, multidisciplinair maker en performer, maakt die transformatie op een sensuele, dan weer stoere manier, al is het geheel, geen overzichtelijk verhaal. De performance beweegt associatief tussen jeugdherinneringen en seksualiteit, maar ook tussen gender, spiritualiteit en de vraag hoe je je eigen lichaam kunt bewonen.
Daarbij is het lichaam Gessels belangrijkste instrument. Op een paaldansvloer, omringd door lichtgevende verticale palen, beweegt hen van de vloer naar het hoogste punt van die paal. De scènes volgen elkaar vliegensvlug op en krijgen telkens een nieuwe muzikale en visuele lading: dromerige klanken worden ingeruild voor harde beats, paarswit licht voor rood. De paal is achtereenvolgens danspartner, podium en machtsobject.
Gessel beheerst die ruimte met veel anzelfsprekendheid. De priemende blik in diens ogen blijft je oneindig lang volgen, een beetje zoals de Mona Lisa, die hetzelfde effect bewerkstelligt wanneer je ervoor of schuin naast staat, zelfs wanneer hen hoog boven het publiek hangt. ‘Ik heb voor jullie geoefend’, zegt Gessel op innemende wijze, waarna een acrobatische demonstratie volgt: een split, ondersteboven het staal, het lichaam om de paal gevouwen als een zenboeddha. Het is verleidelijk om alleen naar de virtuositeit te kijken, maar de paaldans krijgt betekenis doordat Gessel die inzet om ideeën over mannelijkheid, vrouwelijkheid en seksualiteit open te breken.
Dat lukt vooral wanneer beweging en tekst elkaar versterken. ‘Ik ken een man die zijn mond houdt. Ik ken een man die een lach opzet en wegrent.’ De herhaling maakt de woorden bijna bezwerend. Daarna gaat het over het ongemak rond seks, seksuele uitbuiting en de manier waarop vrouwen-, trans- en queerlichamen worden bekeken en gebruikt anno 2026.
Gessel zoekt vervolgens nadrukkelijk het plezier en de macht van het eigen lichaam op. In het nummer Bad bitches, danst hen op hoge stiletto’s, terwijl de tekst de culturele invloed van zwarte sekswerkers en strippers benoemt. ‘Ik ben hier met alle lagen van mijn zijn. Inclusief mijn seksuele en sensuele zelf.’
Juist de onverwachte beelden maken de performance menselijk. Zo slingert Gessel met de norse maar geliefde Sesamstraat knuffel-Bert rond de paal, de voeten vastgeklemd, steeds opnieuw om de stang heen. Het is absurd en aandoenlijk tegelijk: een volwassen lichaam dat terugkeert naar het kind dat ooit ‘al diens dromen’ wegstopte. Niet iedere associatie krijgt evenveel ruimte om te landen; sommige tekstpassages blijven cryptisch en de opeenvolging van registers is net te veel. Maar in die overvloed zit ook de intensiteit van de voorstelling. Gessel probeert zichzelf niet terug te brengen tot één identiteit of één verhaal. Hen laat juist zien hoeveel lichamen, stemmen en herinneringen er onder één huid kunnen schuilgaan.
Foto: Elisa Michelle