Als op de vrijdagmiddagborrel plotseling de kinderwens op tafel ligt, komen de vier millennials in een wervelwind van emoties terecht, geheel conform de regels van het geraffineerde, snel schakelende en goedgeschreven relatiedrama. (meer…)
‘Ik ben er niet verantwoordelijk voor dat jij je mislukt voelt’, roept moeder (‘ma’) Andrea haar dochter Joosje toe. Dit gebeurt in de zwarte komedie Katwijk door Compagnie Red Yellow & Blue. De ondertitel luidt ‘Queer, burn-out en je moeder’. Hiermee is in enkele steekwoorden de hele fascinerende tragedie gegeven van dit toneelstuk over de schrijnende verhouding tussen een moeder en een dochter, gespeeld door Raymonde de Kuyper en Eline van Gils. Tekstschrijver Daan van Bendegem is tevens de derde speler, Laurens.
De voorstelling begint met een geweldige scène waarin Laurens, een vriend van Joosje, kookt voor moeder en dochter. Andrea drinkt haar witte wijntjes op een barkruk aan het keukenblok en is onophoudelijk aan het woord, met veel gênante uitspraken. ‘Homo’s kunnen altijd goed koken.’ Joosje, al een half jaar in een burn-out, zit op een stoel op de achtergrond, als een dreigende aanwezigheid. Haar moeder is overtuigd VVD’er, maar beweert dat haar twee dochters een VPRO-opvoeding hadden. Toen Joosje ‘uit de kast kwam’ en haar lesbische overtuiging uitdroeg, reageerde haar moeder niet per se afkeurend, maar vanaf dat moment kwam er wel een diepe, niet meer te genezen breuk tussen moeder en dochter.

De spanning is ongelooflijk groot, en zelfs ondraaglijk af en toe. De dialogen zijn bijtend, hard, grof, vilein. Vooral in de tweede akte explodeert alles, zodat je als toeschouwer denkt: dit komt nooit meer goed. De tekst door Van Bendegem en co-auteur Brecht De Backer biedt een conflictdramaturgie (zoals dat zo mooi in het Duits heet) die zijn weerga niet kent. Op elke empathische toenadering van de dochter heeft moeder een cynische tegenwerping. Joosje wil door haar moeder gezien worden, maar haar moeder wil een ‘normale’ dochter en ze vindt alles wat met ‘niet-normaal’ te maken heeft aanstellerij.
Het is af en toe te pijnlijk om van deze verbale strijd getuige te zijn. Joosje lijkt weerloos tegen moeders almacht, maar gaandeweg breekt het pantser dat De Kuyper zo briljant opbouwt met haar wat donker-omfloerste stem en haar lichaamstaal. Het omgekeerde geldt ook: Joosje pareert genadeloos moeders heteroseksuele levensovertuiging.
De voorstelling kent ijzige hoogtepunten, zoals de monoloog van Laurens die gekookt heeft om de lieve vrede te bereiken tussen moeder en dochter. Maar vergeefs. Er wordt fiks gedronken, door zowel Laurens als Andrea. De monoloog van de moeder die bij elke nieuwe levensfase van haar dochter óók een stukje verleden van haar dochter verliest (baby die peuter die kleuter die meisje die vrouw wordt…) getuigt van moederliefde én van moederverdriet. Joosje verzet zich tegen dit sentiment, maar ze is tegelijk ook weerloos. Die complexiteit van haar rol geeft Van Gils ontroerend vorm.

Eerder maakte Van Bendegem met zijn Compagnie een queer-versie Who’s afraid of Oscar Wilde? (2023-2024), een briljante hedendaagse hertaling van de klassieker Who’s afraid of Virginia Woolf? (1962) van Edward Albee. Hierin speelde ook Eline van Gils mee. Van Bendegem heeft sowieso oog voor traditie. In Katwijk herkennen we veel van Am Ziel (1981) van Thomas Bernhard; ook een alsmaar pratende moeder die haar dochter verbaal vernedert.
Theaterhistorisch gezien is het interessant dat Raymonde de Kuyper in de Nederlandse voorstelling van Am Ziel die moederrol speelde in het Badpaviljoen Domburg tijdens het Zeeland Nazomer Festival 2011. Plaats van handeling van Am Ziel is Katwijk aan Zee, vandaar de titel van het huidige stuk. Arnon Grunberg deed destijds mee in de rol van jonge toneelschrijver. Ook in Katwijk speelt het schrijven een cruciale rol: Laurens is auteur en Joosje heeft, tijdens haar burn-out, een romandebuut geschreven, waarin ze haar haat-liefdeverhouding met haar moeder uitdrukt. Als Andrea het script in handen krijgt en de eerste bladzijden leest, exploderen de wederzijdse gevoelens van onvrede, pijn, frustratie. En toch ook genegenheid koste wat het kost.
Regisseur Mara van Vlijmen, een van de oprichters van De Warme Winkel, geeft aan Katwijk een intense psychologisch-realistische kracht mee, wat gezien haar achtergrond bij De Warme Winkel interessant is. Het decor van Hester Jolink is een fijn kitchen-sink, zoals we dat lange tijd niet zagen. De afloop van Katwijk is verrassend, als toeschouwer krijg je er bijna tranen van in de ogen. Goedbeschouwd gaat het hele drama tussen het drietal over identiteit. De knappe ondertoon is dat identiteit niet iets van jezelf is, maar deels door anderen aan je wordt opgedrongen. De beroemde spreuk van de Franse auteur Simone de Beauvoir luidt: ‘Je wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt.’ Dat is de zin als beginpunt van het feminisme die zowel moeder als dochter hoog in het vaandel hebben, en dat bindt hen ondanks alles toch samen. Katwijk is een onthutsende theaterervaring, misschien hier en daar iets over de top, de wanhoop wordt tot grote hoogte opgejaagd, maar een voorstelling als deze laat je wel ontroerd achter.
Foto’s: Liza Kollau















