Op dit moment gebeuren er overal ontelbaar dingen tegelijkertijd. Een baby wordt geboren, iemand overlijdt, een eerste kus wordt gegeven, iemand zegt het ja-woord, iemand besluit te verhuizen en iemand wordt nu voor de eerste keer verliefd. Dat alles, en nog zo veel meer, allemaal op hetzelfde moment. (meer…)
In 1899 schrijft de Javaanse feministe en voorvechter van vrouwenrechten Raden Adjeng Kartini (1879-1904) in een brief aan haar Nederlandse penvriendin, Stella Zeehandelaar: ‘Mijne vrienden hier zeggen, dat wij verstandig zouden doen, door een jaar of honderd lang te slapen – als wij ontwaakten, dan zou dat net een goede tijd zijn voor ons.’
Op 20 september 2025, 126 jaar nadat Kartini over de toekomst droomt, gaat de voorstelling Kartini en ik, van theatermaker Isabelle Houdtzagers, in première in Frascati. In de indrukwekkende monoloog vervlecht Houdtzagers, die precies 87 jaar na de sterfdag van Kartini is geboren, de brieven van de Javaanse schrijfster met persoonlijke, geschiedkundige en actuele verhalen. Zo toont ze: de tijd is elastiek.
Kartini’s brieven vormen het hart van Houdtzagers’ monoloog. In de brieven – in 1911 gebundeld in Door duisternis tot licht – schrijft Kartini over haar leven als Javaanse vrouw in een koloniale, patriarchale samenleving. Ze vermengt persoonlijke verhalen met reflecties op onderdrukking, klassenverschillen, vrouwenrechten en de noodzaak van onderwijs voor meisjes. Ze wordt maar 25 jaar oud, maar Kartini’s nalatenschap in Indonesië is enorm.
Houdtzagers koppelt deze brieven aan haar eigen zoektocht naar haar voormoeders en hun verhalen, die vaak onverteld bleven. Want waar Kartini, dochter van een Javaans regent, toegang had tot boeken en tot de Nederlandse taal, gold dat voor de meeste Javaanse vrouwen niet, vertelt Houdtzagers.
Haar eigen familiegeschiedenis bijvoorbeeld, zit – zelfs na een workshop stamboomonderzoek in het Nationale Archief in Den Haag – nog vol gaten. Ze kent de namen van haar oma’s, Betsy en Jacoba, en hoort flarden over hun levens via haar vader: Betsy sprak geen Nederlands, rookte onafgebroken en werd toch 94 jaar oud; Jacoba sprak met trots Nederlands, stond erop dat iedereen om haar heen dat ook deed en leefde tot aan haar dood als huishoudster bij rijke families. Over hún moeders weet Houdtzagers bijna niets. Halve namen, vage vermoedens, ‘niet meer dan mijn fantasie over haar werkelijkheid’.
En dus schetst ze in de voorstelling een geschiedenis van Indonesië waarin vrouwen geen spreekrecht hebben en in stilte gehuld gaan. Ze vertelt over de talloze Javaanse vrouwen die een relatie kregen met Europese mannen, vaak zonder dat er sprake was van een officieel huwelijk. Zodra de wettige echtgenote uit Europa arriveerde, werden deze vrouwen opzij geschoven en gescheiden van hun kinderen. Geen pen, geen stem, geen gehoor, stilte.
Die stilte – het ontbreken van stem, getuigenis en zeggenschap – blijkt gedurende de voorstelling de oorzaak van een minstens zo groot probleem: een systematische ontmenselijking die tot op de dag van vandaag voortleeft. Nu ze zelf moeder is geworden, snijdt de geschiedenis dieper, vertelt Houdtzagers. Met een nieuw begrip van moederliefde rijst ook de vraag: konden de mannen die deze vrouwen van hun kinderen scheidden het verdriet niet voelen? Of hadden ze de vrouwen zo ver van hun mens-zijn ontdaan dat hun verdriet niet meer bestond?
En daar zitten we dan, in Frascati, vroeger het epicentrum van de Indonesische tabakshandel, met al haar koloniale misdaden. Daags nadat in de Tweede Kamer besloten is dat zieke en gewonde kinderen uit Gaza niet in Nederlandse ziekenhuizen zullen worden opgevangen. Op de achtermuur drie vlakken: één wit, één zwart en één groen. Een beeld dat Houdtzagers afmaakt door haar rode slippers onder de vlakken te zetten en op blote voeten door te spelen.
En zo worden de geschiedenisles en de persoonlijke vertelling van Houdtzagers griezelig actueel en universeel. Tijd is elastiek en Kartini’s ontwaken kwam, niet eens 100, maar 126 jaar nadat ze haar brief aan Stella schreef, alsnog te vroeg. Want nog altijd varen er bootjes met namen van koloniale heersers door de grachten van Amsterdam, prijkt een VOC-schip als pijnlijke herinnering voor het Scheepvaartmuseum en vinden we het in het Westen belangrijker om te discussiëren over de definitie van genocide, dan om te luisteren naar de moeders die op gruwelijke wijze hun kinderen verliezen.
Samen met muzikant Roos van Tuil maakt en speelt Houdtzagers een prachtige, gelaagde en actuele voorstelling. Ze weet het persoonlijke moeiteloos te verweven met het universele, het toen met het nu en de verwondering met de woede. De zoektocht naar een taal om haar verhaal te vertellen, mondt uit in een voorstelling die muzikaal, poëtisch en ritmisch is. Bij vlagen licht, vrolijk en soms ‘messy’, maar vooral ook schrijnend en urgent.
Het levert een voorstelling op die zoekt en meandert, maar eindigt in een krachtig pleidooi voor spreekrecht. Voor het erkennen van wie wél en wie géén verhaal mochten nalaten en waarom dat ertoe doet. De vraag die de voorstelling voorlegt – hoe is het mogelijk dat we, ondanks alle lessen uit de geschiedenis, opnieuw verstrikt raken in mechanismen van ontmenselijking? – is pijnlijk en siddert en schuurt, ook na het applaus, nog lang door.
Foto: Lila Rodrigues












