‘De thuiszorg’ heeft een naam, Mam, hij heet Semir!’ Wanhopig probeert dochter Misty Mae haar moeder aan het verstand te brengen dat mensen die voor je werken een naam hebben. Maar moeder Syl wil of kan het niet horen. Een erfenis uit het lange koloniale verleden van haar familie, afkomstig uit Indonesië.

Syl (Bodil de la Parra) staat in het midden tussen haar stervende moeder Oma Billy (Bo Bojoh) en haar kinderen Misty Mae (Isabelle Houdtzagers), Miles (Jan van der Plas) en Indra (Susannah El Mecky). Ze is er soms wel, maar ze is er ook niet echt. Getekend door alle trauma’s uit haar familiegeschiedenis, kan zij zich alleen maar staande houden door alles te regelen en bevelen uit te delen rondom het sterfbed van haar moeder.

Dochter Indra probeert op aandringen van stervende Oma Billy het verleden te reconstrueren en zo een passend graf voor haar te vinden. Ze krijgt daarbij hulp van het mythische dwerghertje Kantjil dat zich inspant als familiearchief. Een familiearchief echter met gaten erin, veroorzaakt door de tijger, hier symbool voor trauma en verdringing.

Kantjil en de tijger (8+) van De toneelmakerij, Oorkaan en Studio Figur is een complexe, veelzijdige theatrale en muzikale schets van het complexe en veelzijdige verleden van de familie Sousa, waarvan Indra de jongste telg is. In een wirwar van personages, muziekinstrumenten, schaduwspel en deuren die open en dicht gaan, ontvouwt zich een verhaal dat de toeschouwer een beetje begrip biedt voor en inzicht in het leven van een familie met Indonesische roots (plus Hollandse aanhang).

Dat oma Billy steeds maar niet sterft, komt doordat ze eigenlijk op Java begraven wil worden bij haar oermoeder. Maar wie is dat, waar ligt eigenlijk haar wieg, haar graf? Kleindochter Indra, die kampt met een ‘gat in haar buik’, oftewel ‘thuiswee’, is de enige die echt naar Billy probeert te luisteren. De gekke Kantjil, een slim dwerghertje dat in de traditionele fabels altijd de tijger te slim af is, helpt haar door in een razend tempo een aantal ijkpunten uit de Indonesische geschiedenis te tonen. Van de eerste Europeanen in 1498 hink-stap-springt Kantjil via de VOC (1602), het Cultuurstelsel (1830) en de Tweede Wereldoorlog naar de Indonesische onafhankelijkheid in 1949. Het is veelomvattend, emotioneel maar het geeft ook inzicht, hoewel de tijger steeds op de loer ligt om herinneringen uit te wissen. ‘Het spijt me, ik ben een louzy familiearchief’, zucht Kantjil dan ook na diens zoveelste aanval.

Tegelijkertijd krijg je een kijkje in hoe deze familie haar Indonesische roots met zich meedraagt. Kleine woordjes zoals ‘ajoh!’, ‘darrrling’ of ‘baboe’, het eten dat per sé bij de juiste toko moet worden besteld en oom Adé (Eddie B. Wahr) die in de kast onder de trap woont, geven kleur aan dit verhaal over hoe trauma’s door de eeuwen heen kunnen worden doorgegeven.

Regisseur Paul Knieriem laat de rijke tekst (Paulien Geerlings en Melissa Knollenburg) en muziek door elf uiteenlopende performers en musici over het voetlicht brengen. De musici van Oorkaan lieten zich inspireren door Indonesische klanken en instrumenten zonder in clichés te vervallen. Het is knap hoe Knieriem ruimte geeft aan spel, tekst, muziek en beeld – Studio Figur tekende voor de pop van Kantjil en het schaduwspel. Maar veel is het wel, heel veel. De toeschouwer moet goed alert zijn en de oren openzetten om deze windhoos aan indrukken te kunnen blijven volgen. Maar dat loont de moeite, alleen al omdat uiteindelijk dat holle gat in Indra’s buik toch wat meer gevuld is dan aan het begin.

Foto’s: Sanne Peper