Met de choreografieën I Am My Ancestors Wildest Dreams van Sheree Lenting en Still Going Strong van Lloyd Marengo betreden we het terrein van de autobiografie. De behoefte om vanuit autobiografisch materiaal voorstellingen te maken blijft voor veel makers een krachtige drijfveer. (meer…)
Wingewest: in de oudere literatuur kom je het woord nog wel eens tegen, maar in het huidig spraakgebruik komt het eigenlijk nooit meer voor. Terwijl vergeleken met ‘kolonie’ als het meest gebruikte woord, het zo veelzeggender is voor waar het nu precies om ging.
Dat er door de eeuwen heen zowel in het Caraïbisch gebied als in de Amerika’s altijd groepen zijn geweest die het bestaan als slaaf ontvluchtten en vrije, onafhankelijke gemeenschappen wisten te stichten, is de laatste tijd onderwerp van verschillende theater- en filmproducties, waaruit blijkt hoe krachtig het verzet vanuit deze gemeenschappen tegen de koloniale overheersers was. De voorstelling Kabiteni voegt een welkome choreografische loot toe aan dezelfde stam.
Voor aanvang worden er op een scherm en een gordijn beelden geprojecteerd van een stroom water. Het publiek kan er zeker van zijn dat we ergens aan de oever staan van een van de grote rivieren van Suriname. Dan komt de kabiteni (kapiteinse is niet de juiste vertaling hiervoor: zij is namelijk zelf de kapitein en niet de vrouw ervan) Georgetina ons verwelkomen en beginnen de vier dansers in haar kielzog hun aanstekelijke parade van dansnummers. Ondertussen houdt de kabiteni alles in de gaten, levert haar eigen bijdragen en stimuleert vooral haar volk.

Deze dansen laten een volstrekt eigen mengeling zien van hiphop met Surinaamse awasa (ook: awassa) dans. De voorstelling wordt zelf een rivier van dans die niet aflaat, een stroom die met zijn versnellingen, verandering van richting, getijden, gegolf en gespetter het publiek uitnodigt zich heerlijk te laten meedrijven op de oorspronkelijke moves die deze groep vertoont in de choreografie van Lloyd Marengo en de regie van Marjorie Boston.
Er zijn korte ensembles, soms synchroon, soms juist met individuele moves waaruit dan weer korte lyrische soli komen bovendrijven met nadruk op hand- en heupbewegingen, of gespierde duetten met razendsnelle salto’s, radslagen en sprongen. Tableaus worden gevormd in hoog tempo, vormen van threading waar soms zelfs het kapsel in verwerkt wordt. De totale choreografie is opgebouwd uit korte frases, snelle afwisselingen en voortdurende veranderende samenstellingen. Aldus integreert hiphop moeiteloos vormen die in de marrongemeenschap tot bloei zijn gekomen.
Ook al is de stedelijke context waarbinnen de hiphop ontstond een andere dan die waarbinnen de marrondorpen hun dansen ontwikkelden, er is een gemeenschappelijke drijfveer die maakt dat de twee stijlen volstrekt organisch kunnen samengaan. Ook een pangi kun je tot een bandana knopen, en aldus krijgt het zo betekenisvolle textiel met zijn kenmerkende ruitpatronen er een extra betekenis bij. Aan elkaar geknoopt bekrachtigen zij in het hart van de voorstelling de saamhorigheid die hier gevierd wordt.

Er wordt geen lineair verhaal verteld, en evenmin gaat het om een betoog: de hele voorstelling voelt als een uitnodiging, een welkom aan het publiek zelfs. De gemeenschap laat zien hoe ze zich door samenwerking in harmonie staande weet te houden, onder steeds veranderende omstandigheden. Spel in de vorm van dans wordt tot een wezenlijk onderdeel van het mens zijn: de homo ludens staat centraal, en misschien is het daarom dat de voorstelling zo direct tot het gemoed spreekt en hij erin slaagt het hart te openen om het leven als een dans te beschouwen.
Ook al kun je als buitenstaander misschien niet alle referenties thuisbrengen, en ook al worden niet alle teksten vertaald: deze gulle voorstelling is een integere demonstratie van een levensvisie en een levenswijze die het publiek achterlaat met een frisse dosis positieve energie – en het heilige voornemen voortaan niet meer om de tafel te gaan zitten voor een vergadering. Een voorstelling als een cadeau.
Foto’s: Bart Grietens












