Een onheilspellende performance over het vacuüm tussen dood en geboorte, een beeldende etude over het leven en een Beckettiaans theaterritueel over de dood. De drie afzonderlijke korte voorstellingen in het drieluik Unboxed-tour #1 vormen gezamenlijk een cyclus die de hele rit, van leven tot dood tot reïncarnatie, omvat. (meer…)
Misiconi is een Rotterdams dansgezelschap met een gemixte cast van dansers met en zonder beperking. Vanuit een eigen artistieke methodiek ontwikkelt het gezelschap nieuwe bewegingstalen en voorstellingen waarin fysieke diversiteit het vertrekpunt vormt. Dit bijzondere uitgangspunt vormt niet alleen de kern van hoe het inclusieve dansgezelschap zichzelf profileert, het is ook een uitnodiging aan de kijker anders naar een Misiconi-voorstelling te kijken.
De verwachting van ruisende tutu’s of extreem lenige, fysieke dans moet je even terzijde laten. En dan ontvouwt deze voorstelling Interval – een ode aan de tussentijd zich als een ontroerend dansverhaal waarin zorgzaamheid en toewijding de opvallendste vormkenmerken zijn.
Neem de scène waarin een danseres over ijsblokken ‘danst’. Ze zet voetje voor voetje neer, de blokken glijden weg, danspartners ondersteunen haar. Dat anders leren kijken wat de voorstelling vereist, doet zich nu sterk gelden: het gaat helemaal niet om fysieke virtuositeit maar om een ongewone dimensie: tasten, reiken naar houvast, steunen en vertrouwen op de ander, zoekend dansen als het ware – en toch erin slagen overeind te blijven. Spannend. Het is de kracht van choreograaf en artistiek leider Joop Oonk dat zij de fysieke diversiteit van haar gezelschap omarmt en transformeert tot iets teders en subtiels.

Bij binnenkomst in de zaal krijgt de toeschouwer de keuze uit drie mogelijkheden: heel dichtbij zitten, dat impliceert op het podium om de puurste ‘Beleving’ te krijgen; iets verder weg de rij ‘Ontdekking’ en vanaf rij twee iets meer afstand of ‘Overzicht’.
Interval is ontwikkeld samen met Scapino Ballet Rotterdam en V2_ Lab for the Unstable Media. Het begint behoorlijk duister, met nauwelijks belichting en een elektronische compositie door Mink Steekelenburg; het lijkt de verbeelding van een begintijd met ijle klanken uit de verte. Langzaam komt het groepje van vijf dansers op, elkaar vasthoudend, contact zoekend met sierlijke bewegingen in een patroon van vasthouden en langs elkaar heen glijden.
Oonk vindt hierin verrassende vormen: armen die steun zoeken op de rug van een ander en weer wegglijden. Bewegingen waarin de groep in tweeën valt en weer tot eenheid komt. Het lijkt of elke bewegingsvorm en aanraking iets losmaakt bij de ander, en zo ontstaat een coherent, vloeiend geheel. Geleidelijk neemt de theaterbelichting in intensiteit toe.
In het toneelbeeld van Ludmila Rodrigues trekt een blauw object alle aandacht; het lijkt een reuzenpaddenstoel. Als de dansers die hoed eraf halen komen er glanzende ijsblokken tevoorschijn. Die koesteren ze als een dierbaar bezit, ze laten het publiek erin delen door ze aan de eerste twee rijen rond te geven. Het ijs is kristalhelder, schittert en glanst. Een van de dansers gaat op zijn rug op de blokken liggen en glijdt ermee door de ruimte. Koesteren van ijs, is dat niet een mooie metafoor van de tussentijd? IJs is immers een stadium waarin vloeibaar water bij lage temperatuur stolt en weer vloeibaar kan worden onder invloed van warmte.

Paul Boereboom ontwierp wijdvallende kostuums die enkele dansers iets robuusts geven en de anderen de rankheid van een ’traditionele’ ballerina. Die robuustheid versus rankheid creëert een dynamiek die je niet vaak ziet in dans, en intrigeert daardoor. Het spel met ijsblokken als objecten refereert ook aan het thema van interval: gaat het ijs smelten in handen van de dansers, in het licht van de theaterlampen?
Er is een beroemd toneelstuk van de Amereikaan Eugene O’Neill, Strange Interlude uit 1928. Hierin krijgt het thema van interval, van het leven van de mens dat niet meer is dan een vreemde tussentijd tussen geboorte en dood, een dramatische uitbeelding. Bij Misiconi is de ’tussentijd’ niet zozeer dramatisch, eerder een uitnodiging tot empathie en het evolueren van individu naar groei en weer terugvallen tot de eenling die je bent. Dat lijkt Interval vooral uit te drukken: een samenspel van verbondenheid en individualiteit, in ingetogen en bij vlagen explosieve dans. Toegewijd vooral, de dansers onderling aan elkaar en de dansers gezamenlijk jegens het publiek.
Foto’s: Annelien Nijland












