Graaf Almaviva als blowende hippie, de barbier op een scooter: is dat leuk? Het publiek bij de Nationale Reisopera in Enschede lachte zich een kriek. Het is allemaal niet bijster origineel, maar al met al is de nieuwe productie van de reisopera, Rossini’s Il barbiere di Siviglia, goed voor een aardig avondje uit.

Je kunt naast alle bezuinigingsellende wel merken dat ze bij de Reisopera, behalve van alle bezuinigingsellende, nog aan het bekomen zijn van de grote Tristan-productie. Het simpele decor (drie verrijdbare modules) mocht duidelijk niet al te veel kosten en ook Het Gelders Orkest in de bak bleek flink uitgedund.

Voor zanger-regisseur Laurence Dale was het alweer de vijfde productie die hij regisseerde bij dit gezelschap. Ver weg wilde hij blijven van de ‘typetjes’ en het ‘regie-theater’, liet hij in het programmaboek weten. Maar vreemd genoeg werd het podium juist bevolkt door typetjes. Hoe moet je de koddige Bartolo en de blowende hippie-graaf anders omschrijven? En vele scènes bleken juist tot in het oneindige doorgeregisseerd, met gekunstelde gebaren en voorspelbaar ren- en vliegwerk. Wie voor het eerst een Barbier meemaakt kan daar nog wel om lachen, maar voor de meer ervaren Rossini-ganger heeft Laurence Dale toch weinig verrassends te bieden.

Ook het orkest sleepte zich met name in het eerste bedrijf met uiterst trage tempi voort, wat bij Rossini een doodzonde is. Het haalt alle scherpte en vitaliteit uit de partituur. Er werd, onder leiding van de Italiaan Antonio Fogliani, nogal vlak gemusiceerd. Een euvel dat in het tweede bedrijf gelukkig enigszins werd hersteld. Al die mitsen en maren werden ruimschoots gecompenseerd door de vocale prestaties. Wat een prachtige Rosina zette Karin Strobos neer! Haar stem bleef gloedvol tot in de kleinste nuances. En naast haar overtuigden Mark Milhofer als Graaf Almaviva en Peter Bording als Figaro.

Foto: Marco Borggreve