In de nieuwe voorstelling Ik ben hier niet om vrienden te maken zegt L’Amour Toujours eigenlijk het tegenovergestelde: we zijn juist wél op aarde om vrienden te maken. Het levert een aangenaam maar weinig verrassende verzameling sketches op.

Het hoogtepunt van Ik ben hier niet om vrienden te maken zit meteen aan het begin van de voorstelling. Na een soort langzame geboorte waarin Lilou Dekker opstaat vanuit een berg kledingstukken, ontstaat tussen haar en Leon Brill een lange, gerijmde blik op het leven vanuit het perspectief van vriendschap. Vanaf de geboorte tot het graf vangen de theatermakers de rol die vriendschap in ons bestaan speelt, waarbij ze elkaar telkens aanvullen en de rijm steeds op onverwachte manieren wordt ingezet.

Na die rijmende levensloop blijken we in een voorstelling te zitten die het midden houdt tussen cabaret en theater, met verschillende sketches en persoonlijke ontboezemingen, die worden gelardeerd met audiofragmenten van interviews met mensen van alle leeftijden over wat vriendschap voor hen betekent. De charme van de spelers en het kabbelende tempo leveren een voorstelling op die in ieder geval altijd aangenaam blijft om naar te kijken.

Het probleem is echter dat de voorstelling na het magistrale begin ook nergens meer boven het niveau van ‘aangenaam’ uitstijgt. Om het in Gen Z-termen te zeggen: bijna álles aan Ik ben hier niet om vrienden te maken is kinda mid. Het spel van Dekker en Brill is adequaat maar springt nergens uit de band, de teksten (zowel die van de spelers als van de geïnterviewden) zijn zeer herkenbaar maar daarmee ook weinig verrassend, de insteek van de sketches is steeds net wat te voor de hand liggend en de meeste scènes gaan net iets te lang door of komen te vaak terug (zoals een spelletje hints, de zwakste scène in de voorstelling, die drie keer wordt herhaald).

Vooral dat laatste punt is bevreemdend, want Ik ben hier niet om vrienden te maken duurt anderhalf uur – alle ruimte dus om darlings te killen en een veel strakkere voorstelling te maken. Regisseur en co-auteur Teun Smits had echt wat strenger mogen zijn voor het materiaal dat in de montagefase op tafel lag; als er al een lange scène wordt gewijd aan hoe Brill zou reageren als Dekker zwanger zou worden, hoeft er echt niet óók nog een scène te komen waarin zij met een weerwoord vol platitudes komt.

Desalniettemin is het basisniveau van de voorstelling dus nooit minder dan aangenaam, en af en toe is er een écht geslaagde grap of sterke scène. Een goed voorbeeld is het moment waarop Brill iemand in het publiek aanspreekt en die persoon vertelt dat ze helaas geen vrienden kunnen worden omdat hij hem té wild aantrekkelijk vindt. Het is een geestige omkering van het concept van de friend zone die een scherp nieuw licht op dat toxische begrip werpt: is vriendschap niet net zo waardevol als een romantische relatie?

Zo voelt Ik ben hier niet om vrienden te maken nog het meest als een afspraak met nieuwe vrienden met wie het uiteindelijk toch net niet genoeg klikt: zeker geen verloren tijd, en je hebt best met elkaar gelachen, maar je had toch op iets meer gehoopt.

Foto’s: Jan Willem Groen