‘Mijn huid is een testament, mijn lichaam een bibliotheek’: dit zijn de woorden van de oudere man Noah, die losgeraakt is van het leven. Op de versleten jas over zijn gebogen rug zijn stukjes papier geplakt met sleutelwoorden als ‘Samen’ en ‘Aandacht’.

De poëtische dansvoorstelling Huidschrift van choreograaf Bo Jacobs wordt opgevoerd tijdens het Limburg Festival, dat zich afspeelt op tal van verrassende locaties in Midden-Limburg. ‘Ode aan de vrouw’, is het thema. Huidschrift is te zien in de ECI Cultuurfabriek, een voormalig robuust gebouw van de Electro Chemische Industrie. De voorstelling is gemaakt in samenwerking met Via Zuid, Cultuurhuis Heerlen en schrit_tmacher Festival.

Vijf performers brengen Huidschrift, waarbij een vrouw de rol van Noah vertolkt. Op ingenieuze wijze krijgt de vereenzaamde binnenwereld van Noah gestalte in een combinatie van tekst, muziek en dans. Het decor (Katrin Henns) is sterk gelaagd. Soms bevinden we ons met Noah in zijn woonkamer met een soort bidbankje uit de kerk als meubel, er zijn boeken omheen geplaatst, lampenkappen zweven door de lucht, het ziet er verweesd uit. Een ouderwetse straatlantaarn geeft de buitenlocatie aan, een straat of park, met een bankje waar Noah passanten ontmoet. Langzaam schuiven die binnenwereld en de buitenwereld samen.

Maar je kunt je ook en vooral voorstellen dat het decor Noah’s geest symboliseert. Twee performers verbeelden zijn schoolgaande jeugd; het zijn meisjes in witte blouses en met kniekousen. Ze vormen op een prachtige manier een twee-eenheid., ze spiegelen elkaars dansbewegingen, slingeren zich om elkaar heen, lezen tegelijkertijd hetzelfde boek.

Tegenover hun jeugd staat een ander tweetal dat nachtmerrieachtig is gekostumeerd (ontwerp: Davina Versteeg en Esra Westerburgen) met achter dreadlocks verhulde gezichten. Waar de jeugd open en toegankelijk is, is dit duistere tweetal ontoegankelijk.

Er zit veel tekst in de voorstelling van Sander van Egmond. Geluidsmanipulatie vervormt de voice-over, herhaalt de laatste woorden, vertraagt; we luisteren naar een monoloog van Noah waarin traumatische herinneringen aan eenzaamheid telkens terugkeren. Zo herhaalt hij voortdurend dat hij het ‘aanzien van de anderen’ nodig heeft, dat zij onmisbaar zijn. Op ingenieuze wijze klinkt de stem alsof die wordt afgespeeld op een ouderwetse grammofoon met tikken erin. Dat is mooi gedaan; het verhindert weliswaar de verstaanbaarheid maar het heeft iets van een gebroken stem uit een ver verleden.

Jacobs maakt met Huidschrift een wonderlijke combinatie van vertellend theater en dans. De soundscape van Ser Sebico is een bijna surrealistische mengeling van popliedjes, knarsende en bijna grimmige klanken en zelfs een vleug jazz. Het popliedje van Ruby & The Romantics is werkelijk een vondst, het gaat zo: ‘Hey there lonely boy, lonely boy/ Let me make your broken heart like new / Oh my lonely boy, lonely boy / Don’t you know this lonely girl loves you?’ Het is een sleutellied, want het hart van de ‘lonely boy’ is weliswaar gebroken, maar het meisje is net zo ‘lonely’. Dat geldt eigenlijk ook voor de eenzaamheid van Noah: hij kan verbinding en omarming zoeken bij de andere performers, en geleidelijk doet hij dat ook.

Na het meer vertellende eerste deel neemt de dans geleidelijk de hoofdrol over. In vertraagde bewegingen, vol ingehouden energie, cirkelen de dansers om elkaar, soms als een geheel, daarna vallen ze weer uit elkaar. Mooi is het beeld van de slapende Noah onder de lantaarn op een bank, je herkent het meteen, een dakloze. Een van de nachtmerrieachtige wezens kruipt lenig over de grond, als een panter. De tweeling wervelt eromheen, vormt één wezen.

De choreografie van Jacobs is voor alles karaktervol; de eenzaamheid van Noah wordt tastbaar en voelbaar. De performers verbeelden een droomwereld waarin angst én verlossing, vereenzaming én afhankelijkheid elkaar afwisselen. De vertraagd-intense dans biedt een scala aan momenten waarop een vreemde paradox tot uiting komt: iemands eenzaamheid in een groep.

Foto’s: Antoine Bongers