Als jong meisje zag Djûke Stammeshaus de musical Annie en ze wilde meteen zelf zo’n Annie zijn. Liedjes zingen, teksten schrijven, optreden. Later, als 9-jarige, zag ze op televisie de aanslag op de Twin Towers in New York en vanaf dat moment wilde ze zich inzetten om de wereld beter te maken. Beide passies komen samen in haar eerste solovoorstelling Hoeveel kunnen we aan, een mix van geëngageerde stand-upcomedy en een theatercollege.
Na haar studie Psychologie, Antropologie en Internationale Betrekkingen werkte Stammeshaus op het ministerie van Buitenlandse Zaken en al snel werd ze stagiair bij de Europese Commissie op de afdeling Migratie. Daar was ze getuige van hoe op Europees niveau met dit onderwerp wordt omgegaan. Zo hield ze wekelijks in een Excel-bestand bij hoeveel vluchtelingen er op zee verdronken waren.
Het maakte haar niet cynisch. Integendeel: ze bezoekt een vluchtelingenkamp op het Griekse eiland Lesbos en organiseert een filmavond voor Syrische jongeren in de Brusselse probleemwijk Molenbeek. Op het programma staat Jurassic Park, maar er komt niemand opdagen. Ze krijgt promotie en wordt in Brussel de Nederlandse vertegenwoordiger bij de commissie Oekraïne & Rusland. Ook daar merkt ze hoe verlammend de bureaucratie van 27 lidstaten kan werken.
In 2022 besluit ze haar Brusselse ervaringen te verwerken in een theatervoorstelling. Samen met regisseur David Meijer werkt ze aan Hoeveel kunnen we aan en deze week was daarvan de première. Sinds Annie heeft ze zoals ze dat zelf noemt ‘een musicalknop’, dat wil zeggen dat ze haar gedachten en gevoelens regelmatig verwerkt in liedjes. Niet altijd is dat een ideale manier van kennisoverdracht, maar als ze zingt over haar ervaringen op Lesbos en het redden van Afghaanse vluchtelingen, is dat ronduit aangrijpend. Af en toe zien we ook filmbeelden, onder meer van premier Rutte (stop de migratie) en aangespoelde reddingsvesten op het strand van Lesbos. Zo’n filmpje zegt overigens meer dan woorden of cijfers.
Stammeshaus staat aanvankelijk nogal hyper en iets te blijmoedig op het podium. Je zou haar in haar performance iets meer rust en reflectie gunnen. Maar haar grote drang om het publiek inzicht in haar werk en gedrevenheid te gunnen, is zonder meer innemend. En ze spaart zichzelf niet: ook zij heeft last van vooroordelen over migranten.
Grappig is de interactie met de zaal, waarin wij enthousiast meezingen met het leidmotief Hoeveel kunnen we aan, en met vlaggetjes van Europese lidstaten wapperen. Ik dacht dat ik het vlaggetje van Italië in handen had, maar het bleek Hongarije te zijn.
Foto