Marjolijn van Kooten maakt zogeheten psychiatrisch cabaret. De angststoornis die sinds haar 23ste met haar meereist, vormt de rode draad van al haar verhalen. In eerdere programma’s waren de vele therapieën die ze volgde en haar soms wankele staat van zijn het uitgangspunt. (meer…)
Nee, Het wakker liggen van Wanda gaat niet over vrouwen van een zekere leeftijd die door hun hormonen geen nachtrust meer is gegund. Femke Arnouts, dertiger, baseerde haar fijne regiedebuut op interviews met meer dan vijftig vrouwen tussen de 40 en 60 jaar, maar in haar voorstelling komt de gewraakte insomnia niet aan de orde. De tekst, die ze zelf ook schreef, gaat clichés niet per se uit de weg, maar zet daar vervolgens een geestig verzet tegenover. En de troef van de voorstelling: het duo Nanette Edens en Carly Wijs.
Zoeklicht aan: daar staat Wanda. In haar handen: twee delen van een stofzuigerslang. Ze heeft haar trouwring opgezogen. Niet expres, ze houdt van haar man. Volgende scène: haar man kondigt aan haar te verlaten – na het ontbijt. Commentaar: sindsdien gelooft Wanda in voortekenen.
Van een afstandje bekijkt ze hoe hij zijn kwark met cruesli kauwt, om te constateren dat hij behoorlijk schilferig oogt, rood ook, en dat voor iemand die nooit iets uitvoert. Waar Wanda voortdurend bezig is met van alles en nog wat, loslatende plinten bijvoorbeeld. Langzaamaan begint dan het besef van haar eigen onzichtbaarheid zich aan haar op te dringen.
Arnouts, actrice, theatermaker en schrijfster, in 2017 afgestudeerd aan de Amsterdamse Toneelschool & Kleinkunstacademie, oogstte eerder lof met onder meer Dat gat (2024), waarin ze zelf ook speelde. Haar eerste regie nu heeft ze aldus opgebouwd uit korte scènes met scherp geobserveerde, grappige details en onvermoede, kleine wendingen. In het eerste gedeelte wordt Wanda allerinnemendst neergezet door Nanette Edens, en geeft Carly Wijs vol overgave gestalte aan al die mensen die Wanda niet zien. Daarna vallen de personages verrassend samen, maar dat is pas later.
Afwisselend onzeker én woest wordt Wanda van haar status. De neerbuigende toon van de HR-medewerker tijdens een functioneringsgesprek, haar eigen gebrek aan doortastendheid tijdens een workshop kleien, de moeite die het kost in een bar een biertje te bestellen, de knappe serveerster in het restaurant die de reserveringslijst checkt en letterlijk zegt: ‘Ik zie u niet staan’ (Wijs, hilarisch op haar onverschilligst). Het hakt erin. Haar puberdochter die geen sjoege geeft tijdens haar smeekbede om samen eens iets gezelligs te gaan doen – het aangrijpendste stukje, waarin Edens geweldig schakelt van enigszins laconiek naar behoorlijk wanhopig.
Het is pijnlijk en lekker absurd tegelijkertijd: op enig moment ontketent Wanda haar duivels en gaat los. Ik ben chill en ik kan doen wat ik wil want niemand ziet me, luidt haar redenering. Ze kan overal gaan liggen, op de band richting kassa bijvoorbeeld. Seks hebben met een willekeurige vent in een park. Onzichtbaarheid als feature, doe er je voordeel mee, waarom niet. En het kan nog gekker.
En dan vinden Edens en Wijs elkaar uiteindelijk als Wanda’s die samenvallen, als vrouwen die – vanaf pakweg hun 40ste -door de maatschappij niet meer worden gezien, opgaan in (een decor van) rook, maar hier ook behoorlijk veel pret kunnen hebben en hun fantasie alle kanten op laten gaan. In het besef dat het allemaal weinig uitmaakt. Tuurlijk, ook best kut, maar ja.
Foto’s Bas de Brouwer














