Prinsesje Reutemeteut woont in een brandschoon paleis, maar haar eigen kamer is een explosie van rommel: speelgoed, kleren, etensresten van gisteren. Haar moeder walgt van ieder stofje en dreigt met straf als ze haar kamer niet opruimt. Theatergezelschap Dolfijn met benen maakte een charmante jeugdvoorstelling die chaos omarmt en viert.

Het verhaal van prinsesje Reutemeteut en de onbedwingbare wirwar is heerlijk absurd, voornamelijk door de fantasierijke personages die de revue passeren. Er is een oom die in het vogelverblijf woont en het midden houdt tussen mens en ooievaar, een pluizig rommelmonstertje en een klagende, aangevreten tosti.

Suus Hoppenbrouwers floreert in het spelen van al deze verschillende typetjes, steeds met scherpe komische timing. Schijnbaar moeiteloos wisselt ze van deftige koningin naar plat Amsterdamse tosti. Ze houdt met haar hoge tempo en grapdichtheid zowel de volwassen als de jonge bezoeker bij de les. Voor een voorstelling waarbij ook vrolijke chaos mag ontstaan (bijvoorbeeld in een sokkengevecht met het publiek) is het bewonderenswaardig hoe ze de aandacht van zelfs de jongste kijkers altijd weet vast te houden.

Het verhaal springt alle kanten op, wat de voorstelling energiek houdt, maar er ook voor zorgt dat er weinig ruimte is om je emotioneel te verbinden met de personages. Halverwege de voorstelling zingt de prinses dat ze het moeilijk vindt haar kamer opgeruimd te houden, omdat haar hoofd minstens net zo vol zit. Hier raakt de voorstelling even iets diepers, dat herkenbaar zal zijn voor veel kinderen en volwassenen in de zaal. Het maakt nieuwsgierig naar meer van deze innerlijke belevingswereld van de drukke en rebelse prinses, maar er wordt in de rest van de voorstelling weinig op doorgebouwd. In plaats daarvan snelt de voorstelling zich richting een ontknoping die net zo chaotisch en blij is als de kamer van Prinsesje Reutemeteut zelf.

Wat opvalt, is dat Het verhaal van prinsesje Reutemeteut en de onbedwingbare wirwar zeker geen braaf sprookje is. De prettig brutale toon wordt in de eerste minuten gezet wanneer de prinses het publiek wat theaterregels opdraagt. Niet praten of hoesten, altijd lachen als ze een grapje maakt, en vooral: ouders mogen niet gaan mailen met klachten achteraf. De boodschap is duidelijk, je komt niet naar theater om iets braafs te zien. Dan moet je volgens de makers maar televisie kijken.

Regisseur Bas van de Ven schetst een vrolijke wereld waarin prinsessen naar punkmuziek luisteren en het hart op de tong hebben. De tekst, geschreven door Van de Ven, Hoppenbrouwers en Cristel van Kuik, schuwt een enkel scheldwoord niet en zit vol met ‘volwassen’ grapjes. Toch wordt de voorstelling ook nergens echt grof – de makers hebben een goede balans tussen een sprookjeswereld en duistere humor gevonden. Je voelt daarin dat Dolfijn met benen diens doelgroep serieus neemt en het maakt nieuwsgierig naar toekomstige jeugdvoorstellingen van dit jonge gezelschap.

Foto: Froukje Klop