De opening van Nee, jouw kop is kermis van Klub Karmijn heeft alle schijn van een performance. Iemand ligt kromgetrokken op een blok, terwijl uit zenuwachtige stemgeluidopnamen een ingewikkelde ouverture wordt opgebouwd. De actrice staat op, doet een poëtisch openingswoord. Dan ineens: gestommel, een deur slaat open, en een ander komt oprennen, blauwe IKEA-tas onder haar arm. (meer…)
Midden in Het Amsterdamse Bos trekt Evy te Pas vanachter een paar bomen een kampeertentje tevoorschijn. Lijkt het haar cabaretpartner Micky Bruins wat om, ‘nu we toch in het bos zijn’, even lekker te gaan kamperen?
Bruins en Te Pas, twee jonge theatermakers afkomstig van cabaretopleiding De Koningstheateracademie (KTA), spelen in het Amsterdamse stadsbos hun voorstelling Het is niet altijd kermis. Het tweetal speelt onder de naam Birgit en de Rest; een gebbetje als artiestennaam, waarom ook niet. Bruins en Te Pas zijn ‘de rest’, Birgit de grote onbekende.
De twee zijn niet op eigen houtje in het bos neergestreken, maar als onderdeel van Bosfest. Het theaterfestival beleeft dit jaar zijn derde editie en laat zich aanzien als een kleinere en rustigere variant van De Parade. Net als op De Parade kan je er uiteenlopende voorstellingen zien van pakweg een half uur, in een sfeer van gezellige lampjes, picknicken, eten en drinken. Alleen hier geen kermisachtige lichten en geluiden en theatertenten. Wel: kleinschalige openluchtpodia, een sjoelbak en een enorm Jenga-spel.
Tussen poëzie, acrobatiek en muziek bevindt zich dus ook een cabaretduo. Bruins en Te Pas zijn niet alleen een duo, maar ook: tegenpolen. Tegenpolen op een podium schept meestal duurzame brandstof (oftewel: veel materiaal) voor een cabaretvoorstelling. Zo opent de kampeervraag een bredere discussie over verschillende soorten vakanties. Nee, natuurlijk wil Bruins niet lekker samen kamperen, luidt haar reactie. En als de contouren van Te Pas’ vakantieplan duidelijker worden (Te Pas: ‘Ik heb ook twee vouwfietsen. Kunnen we even lekker op avontuur’) wordt de boel er voor Bruins bepaald niet aantrekkelijker op: ‘Heb jij óóit de woorden vouwfiets en avontuur in dezelfde zin gehoord?’ Zij niet.
Het duo kibbelt dit soort verschilletjes in voorkeur tot dusdanig grote hoogten dat je haast vergeet dat het hier gaat om vakanties en niet om een existentieel ideologisch dilemma. Dit doen ze met komisch acteerwerk en fijn getimede komische sneertjes richting de ander. De tentscène draait uit op lichte slapstick. Nadat Bruins na stevig aandringen toch even gaat proberen hoe zo’n tent nou precies ligt (‘Het ruikt een beetje naar zweet en paniek hier’), volgt al snel de onvermijdelijke paniek in de tent.
Bruins wil op haar beurt juist samen naar Bali. Met Corsica, Vietnam of Australië kan ze eventueel ook leven. Te Pas wil ‘grounden in een bos’, Bruins wil ‘flyen’ naar verre oorden. Uiteindelijk blijkt deze ogenschijnlijk wat futiele kwestie uiteraard te klein voor zo’n conflict. Net als bij de andere verhalen uit de voorstelling – over dates en een gezamenlijk museumbezoek in Drachten – en vermoedelijk bij negentig procent van alle ruzietjes of conflicten tussen mensen, ligt hier eigenlijk iets anders, iets gróters op tafel. De een blijkt wel erg snel in relaties terecht te komen, de ander wel erg langzaam. Beiden verpakken twijfels over de eigen relatieneigingen in stellige opvattingen over zoiets als vakanties.
Het resultaat is een vermakelijke voorstelling van twee jonge makers die duidelijk wat in hun mars hebben. Wel hoop je dat een volwaardige avondvullende voorstelling uiteindelijk meer gaat behelzen dan het grappig en breed uitspinnen van onderlinge karakter- en meningsverschillen. Op het podium biedt dit zoals gezegd duurzame brandstof, maar na enige tijd kan het ook resulteren in een wat voorspelbare route.
Foto’s: door Kim van der Weerden op en voor Festival Boulevard














