Als de Romeinse halfgod Hercules wordt afgebeeld, is dat bijna altijd naakt en met een enorm gespierd lichaam. Hij is dan ook een van de grote helden van de Grieks-Romeinse oudheid, een van de Argonauten bovendien die tal van veldslagen leverden. Daarnaast heeft hij in opdracht twaalf werken moeten verrichten, waaronder het doden van een leeuw, een veelkoppige slang, het vangen van vleesetende paarden en een stier. Voorwaar een Man.

In Zaal 4, het onderkomen van jonge theatermakers die onder begeleiding van Zaal 3 van Het Nationale Theater jaarlijks op De Parade een voorstelling maken, verschijnt theatermaker Koen ter Braak in een latex kostuum waarin hij twee keer zo groot en gespierd is dan in het echt. Armen als kabels, spierballen, opgezwollen aders, woeste kop. Maar nep dus.

In zijn voorstelling Her€ules World Tour (eindregie Just van Bommel) speelt Ter Braak deze klassieke he-man als een moderne held op wereldtournee. Na Madison Square Garden in New York doet hij nu De Parade in Den Haag aan. Samen met Guusje Walstra, die mede de muziek heeft gemaakt en hier als dj en geluidstechnicus fungeert, voert hij met de moed der wanhoop zijn show op.

Want Hercules is moegestreden, dat zie je aan alles. Hij probeert zichzelf op te peppen met stoere praatjes over zijn succes in muziek en films, en hoe fanatiek hij die twaalf gevaarlijke opdrachten  heeft uitgevoerd. Op zijn T-shirt staat het woord RAW. Maar hij is onderdeel van een fout circuit geworden, van merchandising, geld, gossip, en showrubrieken – en dat trekt hij niet meer.

In wezen doet Ter Braak aan een vorm van omgekeerde travestie: hij verandert niet in een dragqueen maar in een halfgod – geen nepwimpers, maar spieren en een snor. Aan het eind houdt hij het voor gezien en ontdoet zich van zijn knellende latexpak, terwijl Walstra een prachtig nummer zingt (werktitel: Apotheosos). De bedoeling is duidelijk: heldendom, roem en macht kunnen je ook murw maken.

En dan is het afgelopen, terwijl je verwacht dat er nog iets van een diepere betekenis komt. Maar misschien is dat de intens lege blik van Ter Braak zelf, losgezongen uit zijn opgepompte identiteit.

Foto: Caroline de Winter