De vraag is opgeworpen of het niet allemaal te veel wordt. Maar het derde deel van de theatertrilogie over Hendrik Groen heeft als ondertitel: Opgewekt naar de eindstreep. Over de twee eerste voorstellingen heeft Kester Freriks op deze plaats, vijf en drie jaar geleden, geschreven, genuanceerd, kritisch, maar ook een beetje mopperend over de vele herhalingen: is het wel nodig na de populaire boekuitgaven en de geliefde televisieserie een hele reeks toneelstukken te spelen over dat niet meer zo geheime Geheime Dagboek van Hendrik Groen?

Zelf kom ik er echter nu fris inrollen, ik heb de eerste twee delen niet gezien, de boeken niet gelezen en het televisiefeuilleton alleen sporadisch bekeken. En ik was behoorlijk ontroerd. Al direct in het begin als de oude Hendrik Groen een wals danst met een klein meisje en ik niet eens weet wat dat betekent. Maar ook verderop in het stuk, dat is geschreven door Jibbe Willems en geregisseerd door Eddy Habbema (de oorspronkelijke bewerker Léon van der Sanden en de eerste regisseur Gijs de Lange zijn paradoxalerwijs kort geleden gestorven), was er veel te lachen, te glimlachen en, ja, ook veel dat ik ontroerend vond.

Hendrik Groen, intussen 90 jaar oud, is gedwongen verhuisd naar een ander bejaardenhuis. Het decor van de voorstelling (door Ascon de Nijs) geeft dat eenvoudig aan als een ouderwetse huiskamer, ook als de scène op straat of in een supermarkt speelt. Lichte, grijze, half doorzichtige gordijnen laten zien dat hij langzamerhand in een mist verkeert.

Hij was eerst een vrolijke, sociale, energieke man, oprichter van de aanstekelijke OMaNiDo-club (Oud maar niet dood). Nu wordt hij steeds vergeetachtiger, is hij bang dat hij zal gaan dementeren en benoemt hij alle etappes van zijn eigen aftakeling, die hij niet kan tegenhouden. Hij neemt zich voor een vrolijke dementerende te worden, maar kan dat wel lukken? Sommige van zijn oude vrienden zijn al dood. Hij verliest steeds meer de greep op zijn leven en gaat steeds meer in zijn fantasie leven.

Troost en steun heeft hij van zijn vriendin Léonie en het kleine meisje Frida voor wie hij een gezellige bonus-opa wil zijn. Maar hij wordt ook soms zomaar boos, en begint grof op iemand te schelden. Praten over de dood is niet altijd plezierig, soms is hij een hele dag zoek en heeft dan het idee dat hij bij zijn dode boezemvriend in diens graf op visite is geweest.

Ook denkt hij steeds meer aan zijn overleden vrouw en vooral aan het dochtertje Aafke, die ze op vierjarige leeftijd hebben verloren. Zij is verdronken in een sloot achter hun huis: ‘levenslang verdriet, levenslang schuldgevoel’ mompelt hij. Het wordt hem niet in dank afgenomen als hij wildvreemde kinderen streng verbiedt bij het water van een vaart te blijven staan. Hij spreekt Léonie steeds meer aan met namen van andere vrouwen in zijn leven en in Frida ziet hij steeds meer de kleine Aafke. Aan het eind is het bijna alsof hij zijn dochtertje nog één keer terug heeft, als hij Frida even tegen zich aandrukt.

In deze reeks stukken worden de bejaarden niet door oude mensen gespeeld. Acteur Beau Schneider is amper dertig, hij wordt als Hendrik Groen niet oud geschminkt en hij is ook niet bezig ons een oude man voor te toveren, wel een man die steeds meer in verwarring is, die de greep op zijn leven kwijtraakt en zich steeds eenzamer voelt. Dat doet hij buitengewoon mooi. Britte Lagcher is zijn trouwe vriendin Léonie. Daniëlle Deddens, Leendert de Ridder en Nikki Kuis doen een verbluffend aantal zeer verschillende andere rollen. Vier meisjes spelen afwisselend de kleine Frida. Amber Beishuizen vond ik op de première hartveroverend.

Ik kan me niet voorstellen dat Kester Freriks dit derde deel over Hendrik Groen nog altijd overbodig zal vinden. Ik vind dat in elk geval niet. In korte, soms heel korte scènes, die vloeiend in elkaar overlopen, gaan we door de allerlaatste etappes van het leven van een sympathieke oude man. Geen vrolijke stoerdoenerij meer, maar overgave aan het onontkoombaar naderbij komende einde.

Foto: Raymond van Olphen

Credits

producent Bos Theaterproducties regie Eddy Habbema met Beau Schneider, Britte Lagcher, Nikki Kuis, Leendert de Ridder en Daniëlle Deddens kindercast Amber Beishuizen, Sara de Jong, Pien Mulder en Sterre Sjouwerman bewerking Jibbe Willems decorontwerp Ascon de Nijs lichtontwerp Marc Heinz en Wilfred Loopstra kostuums Arien de Vries regie-assistentie Sara Bergen productie, tourmanagement en kinderbegeleiding Janiek Bouman