Parijs, het chanson, Rob Kemps kan er lyrisch over vertellen, net als over begraafplaats Père Lachaise waar zoveel grootheden hun laatste rustplaats vonden. Hij maakte er een tv-reeks over, schreef een boek, ‘Hemel op Aarde’ en nu is er een theaterprogramma met dezelfde titel. Voegt dat toe? De verhalen zijn wonderlijk en aanstekelijk leuk, de moeite waard om te blijven vertellen en live is een ervaring met meerwaarde, zo blijkt.

Op het podium vermengt Rob Kemps de verhalen met een inkijkje in zijn eigen leven: zijn verknipte verhouding tot de dood, de stilte die hij zoekt en het overlijden van dierbaren. Dat biedt een noodzakelijke diepere laag, al schuilt de lach om elke hoek. Een enkele keer raken zijn verhalen echt, want iedereen in de zaal kent verlies, maar pijnlijk wordt het nooit. Daarvoor is hij te veel een entertainer.

Rob Kemps is de man van feestact Snollebollekes, hij krijgt tijdens concerten duizenden mensen zover dat ze van links naar rechts springen. En weer terug. Achter die vrolijkheid schuilt een erudiet man die zich oprecht verdiept in het wonderlijke gedrag van mensen om dat vervolgens met enthousiasme te delen. Op zijn 24ste ging hij naar Parijs, raakte verliefd op die stad, op het Franse chanson en op Père Lachaise waar hij ontelbare uren heeft doorgebracht en waardoor hij levendig kan vertellen over de doden.

Het decor van Hemel op Aarde is echter geen hof vol zerken om tussendoor te dwalen, Rob Kemps staat en zit op het podium op een zolder, het is het Parijse kamertje waar hij heeft gewoond bij een hospita. Er staat een fauteuil, een tafel met twee stoelen, een karaf water (een verteller moet goed drinken) en er hangt een lijst waarin foto’s en tekeningen worden geprojecteerd van Franse grootheden, ook van onbekendere mensen die op de begraafplaats liggen en waarover Rob Kemps een verhaal paraat heeft.

Als het publiek de zaal binnenkomt wordt de sfeer opgewarmd met Franse chansons als ‘Le Chasseur’ van Michel Delpech en ‘Soul le ciel de Paris’, van Patachou, het zijn namen die later in het programma terugkeren. Op een videoscherm is te zien hoe Kemps door Parijs beweegt, de metro pakt en uitstapt bij de zijingang van Père Lachaise. Dat is de plek waar hij zelf voor het eerst de begraafplaats binnenging.

Als een gids geeft hij het publiek in de zaal een rondleiding langs de lanen waar de doden liggen met wiens levensverhalen hij zich verbonden voelt. Edith Piaff die haar minnaars gouden manchetknopen gaf, Patachou die als zangeres is begonnen in een bakkerij en is vernoemd naar deeg voor soezen en de schrijfster Colette wiens man Willy met haar succes aan de haal ging, Rob Kemps vertelt er betrokken over.

Zijn verhalen zijn licht van toon, informatief, bedoeld om te vermaken, maar heel af en toe klinkt verontwaardiging door, bijvoorbeeld als hij signaleert dat mensen op het graf van zanger Henri Salvador stappen om een foto te maken van het graf van Edith Piaff waar hij naast ligt. Ook trekt Rob Kemps lijntjes tussen het verleden en het heden door journalist Victor Noir en zijn missie voor de vrijheid van meningsuiting te koppelen aan Charlie Hebdo. Het indrukwekkendste verhaal gaat over een staatsman die níet op Père Lachaise ligt begraven, maar bij zijn dochter met Down. Terloops komt het ter sprake.

Veel namen zijn eerder beschreven in het boek ‘Hemel of Aarde’, maar in het theater is het gelukkig geen een-op-een vertaling. Kemps vertelt ook over de opa en oma van zijn vader en dat hij hun graf op het kerkhof in Best vaak heeft bezocht. Ook verwijst hij naar drie tantes die tegen zijn zin in dat graf willen ruimen en tweelingbroers van 81 die hem adviseren de tantes op de mouw te spellen dat hij het graf zelf zal gaan onderhouden. Ook is er een verwijzing naar begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam waar veel BN’ers liggen. Dat maakt de vertelling breder.

Zijn persoonlijke vertellingen bieden Kemps de mogelijkheid om een beetje te acteren, al doet hij dat voorzichtig en een tikkeltje onwennig. Hij stapt in de huid van de drie tantes, van de twee broers op leeftijd, spreekt in hun dialect, articuleert met zijn handen en verheft zijn stem. Dat spel voegt iets toe aan de beleving, al speelt hij op safe en kleurt hij veilig binnen de lijntjes. Kemps is geen ervaren acteur, geen stand-upcomedian, geen cabaretier, hij is een hartstochtelijk verteller en komt het best tot zijn recht als hij dicht bij zichzelf blijft.

Een stapje dieper gaat hij als hij vertelt over zijn eigen verlieservaringen, de dood van kinderen uit de buurt als hij zelf klein is. Dat maakte indruk op hem en dat gevoel brengt hij over. Die persoonlijk touche is te danken aan regisseur Diederik van Vleuten die Kemps uitnodigde eens goed na te denken over de diepere reden waarom hij zoveel uren op kerkhoven doorbrengt. Dan kom je vanzelf dichter bij de kern.

Hemel op Aarde is heel aardig gedaan, qua vorm en qua intensiteit, ook vanwege het enthousiasme, maar er kan nog een stapje bij zodat de vertelling werkelijk raakt. Niet alleen springerig, van links naar rechts, maar dieper naar binnen, naar het hart. Dat ie af en toe benadrukt dat zijn boek na afloop te koop is helpt daar niet bij.

Foto’s: Floris van Bergen