Het Nationale Ballet
Hans van Manen Live
★★★★☆
Geraffineerd spel van timing, muzikaliteit en inzicht
Francine van der Wiel
14 september 2015
Gezien op 12 september 2015, Nationale Opera en Ballet, Amsterdam

Kijkend naar sommige balletten van Hans van Manen zou je bijna kunnen denken dat het simpel is, zo’n choreografie maken. Gewoon, mensen op tijd laten opkomen en afgaan en slim verdelen over de ruimte, beetje schakelen tussen snel en traag, tussen vloeiende beweging en felle accenten, een herhaling hier en daar, met de muziek meegaan maar er vaker nog iets omheen creëren, een blik in de juiste richting op het juiste moment en zie daar: er ontvouwt zich een woordeloos verhaal, een geschiedenis van een bewogen relatie. Een uitwisseling vol spanningen, speldenprikken, verleidingen en uitdagingen, irritaties en frustraties.

Two Gold Variations, nieuw op het repertoire van Het Nationale Ballet, is zo’n choreografie waarin alles vanzelfsprekend lijkt, maar die in werkelijkheid een geraffineerd spel is van timing, muzikaliteit, ruimtelijk en dramatisch inzicht en een inventieve omgang met een uitgekristalliseerd idioom. Van Manen maakte Two Gold Variations in 1999 voor het Nederlands Dans Theater (het wordt op slappe schoen gedanst) op twee delen uit het Goldrush Concerto van Jacob ter Veldhuis. Een compositie waarin slaginstrumenten luidruchtig de boventoon voeren, met grillige tempi en onverwachte effecten, zoals een plotse voice-over met teksten die betrekking hebben op de gouden bergen waarop de Amerikaanse gelukszoekers hoopten.

Het zorgt voor een vervreemdingseffect in een choreografie die focust op het centrale paar, Igone de Jongh en Jozef Varga. Zij vechten, in volkomen gelijkwaardigheid, hun relationele strijdpunten uit, waarbij ze worden onderbroken – of becommentarieerd – door zes paren in synchrone ensembledansen of verschillende deelformaties. De Jongh bewijst haar muzenstatus weer met haar prachtige optreden, de spanning die zij weet te leggen in het optillen van een gestrekt been, de ingehouden wellust waarmee zij sommige bewegingen uitvoert. Bij de mannen is het vooral Young Gyu Choi die indruk maakt, onder andere in mannenduetten waarin duidelijke dwarsverbanden met het twee jaar eerder gemaakte Solo, die wervelende trio-estafette.

Altijd mooi in een aan één choreograaf gewijd programma is de mogelijkheid een ontwikkeling aan te wijzen. Zo is Metaforen, uit 1965, nog veel ballettesker, met klassiekere passen en patronen, een opbouw en groepsbehandeling waarin de invloed van Van Manens denkbeeldige ‘meester’ George Balanchine te herkennen valt. Metaforen zou overigens ook Arabesken kunnen heten. Zeker in het eerste deel, maar ook later in het ballet, is dat waarschijnlijk de meest gebruikte pose. Het is ook bij uitstek een houding die heldere lijnen in de ruimte tekent, zodat deze choreografie vol spiegelingen en symmetrische patronen een tijdloos kunstwerk is. En dus niet alleen om die beroemde schouderlift in het mannenduet – die is zo onnadrukkelijk dat iemand die het werk nu voor het eerst ziet er geen moment bij stil staat dat die destijds werd beschouwd als choquerend, smakeloos zelfs.

Zeven jaar na Metaforen was Van Manen al veel meer Van Manen, zoals te zien is in het duet Twilight. De choreograaf liet Alexandra Radius, op wie het stuk is gemaakt, dansen op hoog gehakte pumps; een detail dat destijds (en nog lang daarna) opzien baarde. Helaas worden de relatieperikelen in de uitvoering van Anna Tsygankova en Artur Shesterikov niet zo op het scherp van de snede uitgevochten als destijds door Radius en Han Ebbelaar. De geïrriteerde pasjes zijn tammer, van een erotische vonk is geen sprake. Tsygankova overheerst de wat slome Shesterikov, waardoor het oorspronkelijke beeld van een dynamisch machtsevenwicht verkruimelt tot een net uitgevoerd duet.

Van Manens andere fameuze, misschien wel beroemdste ‘ballet voor twee’ is Live (1979). De live opgenomen en geprojecteerde choreografie werd voor Theater Carré gemaakt en was een instant sensatie, niet alleen wegens het destijds hypermoderne gebruik van videoprojectie. Igone de Jongh heeft zich de rol van de vrouw eigengemaakt. Als speelse verleidster koestert ze zich in de blik van de cameraman (Henk van Dijk, die die rol/functie al sinds de première vervult). De meer concrete attenties van Marijn Rademaker brengen haar in verwarring. Ze wil wel, maar uit angst voor intimiteit, angst om zichzelf te verliezen, wijst ze hem af.

Rademaker is een mooie partner, maar zeker op camera schiet hij in expressief opzicht wat tekort. Jammer is ook – al is dat een kwestie van smaak – dat de nieuw opgenomen flashbackscène in de studio de rauwheid mist van de oorspronkelijke: keurige trainingskleertjes, geen haartje uit het gareel. Maar Live kan zowel een minder ideale speelplek als Het Muziektheater als een dergelijk minpuntje zonder meer hebben. Het blijft een ijzersterk stuk.

Foto Two Gold Variations: Angela Sterling

Elders

De Volkskrant
★★★★☆

'Uit een hoop dansparen, zeven in totaal, de mannen spierbundels, de vrouwen tornado's, destilleert zich langzaam, eindelijk, dat ene centrale stel, Igone de Jongh en Jozef Varga. Hoe stevig hij haar middel ook omarmt, haar verzet en irritatie verdwijnen niet. Een onbuigzaam been, een geflexte voet, een felle haal. En dan tot slot die dodelijke blik waarmee ze op hem neerkijkt.' Mirjam van der Linden

Trouw
★★★★☆
'Het gebruik van video is meer regel dan uitzondering in de hedendaagse danspraktijk, maar met zo'n fantastische sensitiviteit gebracht als in het destijds baanbrekende Live zie je het nooit. Door het oog en vóór het oog van de camera, werpt de toeschouwer een blik in het gevoelsleven van de ballerina, dicht op de huid, en toch met een distantie die weemoedig stemt.' Sander Hiskemuller
Het Parool
★★★★☆
'Het stuk voor orkest en twee percussionisten staat bol van het effectbejag: sterk wisselende klankkleuren, golvende marimbapatronen die worden afgewisseld met beukende ritmes, en gesampelde teksten die iets te maken hebben met de goudkoorts. Het contrast met Van Manens befaamde soberheid is groot. De choreograaf moet de tegen de kitsch aanleunende uitbundigheid intomen, wat knetterende en schurende taferelen oplevert.' Fritz de Jong

Reageer

Uw E-mail adres zal niet gepubliceerd worden.