Wie de film Sister Act uit 1992 nog niet kent, krijgt elk jaar wel een paar keer de kans om hem op televisie te zien. De hit met Whoopi Goldberg en Maggie Smith, over een levenslustige zangeres die een in elkaar gedut kerkkoor wakker schudt, werd in 2009 tot musical bewerkt. (meer…)
Hadestown is de beste musical die in jaren in Nederland is verschenen. Het poëtische libretto en de jazzy composities van singer-songwriter Anaïs Mitchell zijn een genot om naar te luisteren, en komen tot leven door een uitstekende cast van Nederlandse en Britse spelers. Theaterliefhebbers doen er goed aan om de komende maanden naar Koninklijk Theater Carré te reizen. Met water voor de zomerhitte, en zakdoekjes voor de tranen.
Voor musicalfans is Hadestown een begrip. Anaïs Mitchells moderne bewerking van de Orpheus-mythe won maar liefst 8 Tony Awards, en is een van de weinige musicals op Broadway die al jarenlang succesvol is. Niemand had dat kunnen dromen in 2006, toen Mitchell de eerste versie speelde in het Langdon Street Café in Vermont. Wat begon als een reizend community theater project, groeide in dertien jaar uit tot een musical die we nu een moderne klassieker kunnen noemen.
Dat is een voorbeeld voor nieuwe Nederlandse musicals die de afgelopen jaren experimenteren met workshops: met genoeg tijd en middelen kan een goed concept zich ontwikkelen tot een internationale hit. In de dramaturgie en de compositie van Hadestown voel je de opbrengst van al die jaren aan herschrijvingen: alles klopt en vult elkaar aan.
Madeleine van der Zwaan zal het daar mee eens zijn geweest. De directeur van Koninklijk Theater Carré bracht de musical naar Amsterdam, met zowel acteurs uit Nederland als uit Londen: een constructie waar we in de toekomst hopelijk meer van gaan zien.

In Hadestown zien we hoe de idealistische zanger Orpheus (Jeangu Macrooy) een lied componeert die de wereld kan verlossen van heersende klimaatrampen en hongersnoden. In die barre wereld probeert Eurydice (Sara Afiba) te overleven. Ze valt als een blok voor de zoetgevooisde zanger, maar wanhoop drijft haar in de handen van Hades (Edwin Jonker), de god van een industriële onderwereld, die als een wrede CEO zijn werknemers tot in de eeuwigheid laat doorploeteren. Orpheus laat het er niet bij zitten en probeert zijn geliefde te bevrijden. Met zijn lied en een beetje hulp van Hades’ vrouw Persephone (Joy Wielkens), lukt het hem om Hades te overtuigen. Hij mag Eurydice meenemen, op één voorwaarde: hij mag niet omkijken.
Best een kort verhaal voor een avondvullende musical, zou je zeggen. Bovendien is het een mythe waar we de uitkomst al van kennen. Wat Hadestown bijzonder maakt, is de poëzie die Mitchell als singer-songwriter consequent in haar liedteksten verwerkt, en die is doorgevoerd in alle onderdelen van de musical: van de regie van Rachel Chavkin tot het decorontwerp van Rachel Hauck.
De speakeasy die Hauck heeft ontworpen voor de eerste akte werkt bijvoorbeeld beter als metafoor dan als een letterlijke locatie: het is een plek waar mensen samenkomen, drinken, dansen en zingen, kortom: mens kunnen zijn. Het staat in schril contrast met de industriële onderwereld die later volgt, waar werkers in herhaalde, staccato-bewegingen aan het werk zijn en enkel verlicht worden door elektrische lampen.

Een lied als Why We Build The Wall kan letterlijk worden opgevat: het is een call and response nummer waarin Hades zijn volgelingen aanspoort om een muur te bouwen die vreemdelingen tegenhoudt. Maar toen Amerikanen het in 2019 hoorden, werd het opgevat als een kritiek op Donald Trump en zijn plannen om een muur te bouwen. Mitchell schreef het lied echter tijdens het presidentschap van George W. Bush. Het lied krijgt dus steeds een nieuwe betekenis, maar de onderliggende thematiek – hoe populistische leiders hun volk aansporen om zich tegen een vijand te weren – blijft dezelfde.
De komst van Orpheus in de onderwereld zit ook vol met symboliek. Zijn lied blaast nieuw leven in de uitgebluste romance tussen Hades en Persephone, maar het bevrijdt ook de werkers. De Fates (April Darby, Aïcha Gill en Joni Ayton-Kent) waarschuwen Eurydice dat werkers in de onderwereld apathisch worden en hun naam vergeten. We zien een fabriek waar arbeiders vervreemd zijn geraakt van hun menselijkheid. Orpheus geeft ze die menselijkheid terug door te zingen, wat vragen oproept over de verstomming van kapitalisme en het (on)vermogen van kunst om daar een alternatief op te bieden. Daar is geen eenduidig antwoord op, want we weten dat Orpheus er niet in slaagt om Eurydice en haar nieuwe collega’s echt te bevrijden.
Zo raakt Mitchell verschillende thema’s aan, zonder ze te letterlijk te maken. Hadestown gaat over een veranderend klimaat, over xenofobie en populisme, over hoop in barre tijden en de vraag of kunst echt een verschil kan maken in onze wereld.
Dat Hadestown een sterke musical is, moge duidelijk zijn. Maar deze Nederlands-Britse versie heeft ook een uitstekende cast. Orpheus is altijd een probleemkindje geweest in de ontwikkeling van de musical: hij kan te arrogant en opdringerig zijn, waardoor je niet met hem meegaat. Met Jeangu Macrooy is dat geen probleem. Hij zingt de rol prachtig, en speelt Orpheus met een enorme innemendheid en optimisme. Dit is iemand die echt overtuigd is van de kracht van muziek om de wereld te helen, waardoor hij weer een mooi koppel vormt met de nuchtere Eurydice. Wielkens is een ware wervelwind op het podium, en stopt de show met nummers als Livin’ it up on Top.

Voor Edwin Jonkers Why We Build the Wall zou ik vrijwillig naar de onderwereld afdalen. Het lied is vervlochten met de karakteristieke basstem van Patrick Page, die de rol speelde op Broadway. Er zijn acteurs geweest die niet de stem of het gevaar van Page evenaren, maar Jonkers doet beiden moeiteloos. Hij haalt de lage noten, en trekt de rol en het lied geheel naar zich toe.
Dat lukt Claudia de Breij nog niet in haar vertolking van Hermes. Hermes (afwisselend gespeeld door De Breij en Maarten Heijmans) is de verteller, die het publiek meeneemt in de vertelling en besluit het verhaal net zo lang te vertellen tot het eindelijk goed afloopt. Het is een dragende rol, maar De Breij is te bescheiden in een groep spelers met meer musical-ervaring.
De grote ontdekking van deze voorstelling is zonder meer Sara Afiba, die een ijzersterke Eurydice speelt en zingt. Je kan een voorstelling als Hadestown meerdere keren zien, en steeds weer een nieuw hoogtepunt ontdekken. Deze keer was dat Afiba’s prachtige vertolking van Flowers, waarin een in de onderwereld opgesloten Eurydice verlangt naar de bloemenvelden van de lente.

Nog zo’n hoogtepunt: ‘Here’s the thing. To know how it ends, and still begin to sing it again. As if it might turn out this time. ‘Die zin horen we van een geëmotioneerde Hermes, die na het tragische einde besluit om het verhaal opnieuw te beginnen. Deze Hadestown wordt gespeeld in een jaar waarin alles mis lijkt te gaan. Extreemrechte leiders winnen overal terrein, een genocide gaat onverminderd door, de klimaatcrisis wordt erger, geletterdheid neemt af. Toch doorgaan en proberen om de toekomst beter te maken is misschien naïef, zoals Orpheus dat is, maar toch zijn er mensen die dat onverminderd blijven doen. Dat maakt het einde van deze musical enorm hoopvol.
Foto: Danny Kaan
















Vreemd, geen woord over de musici. Zonder de geweldige trombonist en zijn collega’s is het een poëzieavond, en geen musical.