Dit jaar was het mijn eer om deel uit te mogen maken van de Jury van het Amsterdam Fringe Festival. Het waren een bonte 11 dagen waarin ik er slechts in slaagde om 18 van de 57 geprogrammeerde voorstellingen te zien. Vanwege deze rol heb ik geen van de voorstellingen gerecenseerd. (meer…)
In haar soloperformance HA zet de Letse choreografe Jana Jacuka de lach centraal, niet als uiting van plezier of blijdschap maar juist als uiting van ongemak. Met woorden, geluiden en een uiterst geconcentreerd spel tussen stem, lichaam en adem weet ze tot de kern te komen van dat ongemak.
Haar witte kostuum – broek en blouse – creëert een helder contrast met de donkere ruimte om haar heen. Midden in die kale ruimte neemt ze haar publiek geconcentreerd op. We volgen de richting van haar ogen. Korte zinnetjes beschrijven vervolgens de real-time observaties, tot we heel organisch in het hoofd van Jacuka belanden.
HA is het afstudeerwerk van Jacuka, die de master DAS Theatre volgde en een achtergrond heeft als danser en choreograaf. In dit nieuwe werk neemt ze haar publiek mee in een wereld vol alledaags ongerief. ‘A dog came into the zoo’, ‘saliva on the floor’; in zinnen komen de beelden voorbij. Ze worden opgevolgd door een consequent en ritmisch commentaar: ‘ha’ of ‘haha’. Sommige zinnen schetsen dramatische beelden, andere duiden op herkenbaar sociaal ongemak of ‘ongelukjes’ met digitale systemen.
De voorstelling kent een zeer technisch benadering van adem en stem. Zo komen de zinnen die Jacuka produceert op de inademing uit haar mond en ontstaat er een vreemde manier van spreken. Dit terwijl de woordjes ‘ha’ op de uitademing steeds gemakkelijk uit haar mond rollen. Dat gegeven creëert een interessante spanning. Als toeschouwer word je gedwongen geconcentreerd te luisteren en zit je direct op het puntje van je stoel. Gaandeweg de opsomming verandert Jacuka heel bewust de toonhoogte van het ha-commentaar en belanden we in een nieuw hoofdstuk van de performance, waarin vanuit lange uithalen met de ha-klank een gezang, een song, ontstaat.
‘Lost keys’, ‘being late’; een nieuwe reeks zinnen in HA benadrukt hoe lachen ook een uiting kan zijn van angst, als Jacuka de ha-klank achter het zinnetje bewust laat stokken. Dan volgt een emotionele rollercoaster, waarin het lichaam fungeert als klankkast. Met verschillende lichaamshoudingen en standen van de mond, beïnvloedt Jacuka haar stem en vocabulaire.
Woorden vervormen. Beheerst transformeert ze vervolgens van een diepgrommend dierlijk monster tot Lorrelei. Ronduit imponerend is het, hoe haar stem de ruimte vult en soms zo scherp en hoog is dat de trommelvliezen het maar nauwelijks houden. Onontkoombaar is de fysieke beleving van HA op die momenten.
Humor is er volop, niet alleen in de herkenbare alledaagse situaties die Jacuka spiegelt in de eerste helft van haar overweldigende performance. Ook het ontroerende, piepende speeltje dat ze tegen het einde creëert, werkt op de lachspieren. Poëtisch en to the point is het verstilde slot van de performance, waarin ze in een eenvoudig, bewegend beeld en een spel met haar adem en kostuum samenvat hoe lachen vaak een uitvlucht is voor beklemmende emoties.
Foto: Annelies Verhelst













