In de platte polder van Waterland in Landelijk Noord zijn surrealistisch uitgedoste vogels neergestreken; ze hebben exotische kuiven, kleurrijke vleugels en hoge stelten. Niet alleen vogels, ook de mier, snoek en karper doen als personages mee. Zij vertegenwoordigen het landschap, zingen over de schoonheid en ook de kwetsbaarheid ervan.

In de muziektheatervoorstelling Grutto’s, guerrilla en het Goudriaankanaal vecht de natuur tegen onze eigen historische kanalenkoning Willem I, die dwars door Waterland toestemming gaf een kanaal  te graven, genoemd naar inspecteur Goudriaan van Rijkswaterstaat. De locatie is de Stadshoeve bij Zunderdorp.

Alles speelt zich af rond 1825. Het IJ bij Amsterdam en de haven verzandden, zeeschepen lagen voor Pampus. Er moest een nieuwe vaarroute komen die de stad verbond met de Zuiderzee. Stichting Waterland Projecten en Theaterorganisatie BUOG belichten deze geschiedenis, bijgestaan door de Waterlandse Harmonie.

Het is een enorme community die eraan meewerkt, met tekstschrijvers (Jibbe Willems, Frank Siera), choreografie in het weiland (Dieke de Jong), uitbundige kostumering (Dianne Bonnema), vormgever Kees Botman (BUOG) en muziek met koor en zangsolisten begeleid door componist en dirigent Thomas Geerts. Regisseur Pieter Stellingwerf van BUOG maakt er een soort eenheid van. Ook wandelt het publiek door het weiland naar drie verre locaties, onder hoede van gidsen die met de Lonely Planet in de hand curieuze toeristische wetenswaardigheden opdissen.

Het is veel. Omdat lang niet alles goed is te verstaan, verbleekt de verhaallijn. De makers hebben de historie niet echt losgelaten, maar verpakt in poëtisch-surrealistische teksten en liederen. Zo zingt sopraan Nienke Nasserian in het weiland, gekleed in een wit kostuum waaruit water stroomt, het lied ‘Vloeibaarheid’ over de dreigende zondvloed en over het alomtegenwoordige water. Door de concentratie van muziek en zang is dit een van de mooiste momenten. In een volgende scène spreken drie advocaten namens het landschap. Ze dragen reusachtige, witte diermaskers en bepleiten een interessante casus, namelijk dat het landschap zelf jurisprudentie moet bezitten, een actueel thema.

De scenaristen hebben met inventieve taalrijkdom aan de teksten gewerkt, waarbij vooral klankassociaties, alliteraties (zoals de drie G’s uit de titel), vogelgeluiden en woordspelingen de boventoon voeren. Dat geldt met name voor het grutto-lied van bariton Wessel van der Ham waarin hij, met de andere bedreigde fauna, stem geeft aan de dieren. We horen hen kwinkeleren, kakelen, kwaken, ‘grutto grutto’ roepen. Af en toe is een tekstflard goed te verstaan, zoals het refrein over waar de mens verschijnt de grutto ‘verdwijnt op de rode lijst’.

In het slotspektakel blinken uitgelichte hijskranen, die lijken op vogelkoppen met snavels, tegen de skyline van Amsterdam. Koning Willem I (Erik Min) zetelt op zijn troon; gekleurde rookwolken trekken langs hem heen, de Waterlandse Harmonie speelt voluit en de spanning tussen stad en platteland wordt opgevoerd.

Ondertussen is het thema van het Goudriaankanaal op de achtergrond geraakt, evenals de guerrilla uit de titel. Of het zouden de vogels moeten zijn. Ik herinner me een eerdere muziekvoorstelling over ditzelfde onderwerp gezien te hebben, maar dan varend per schuit op een stuk nog echt bestaand kanaal. De historische context over de roemruchte waterweg waarover veel literatuur bestaat, kwam toen uitvoeriger ter sprake.

In Grutto’s, Guerrilla en het Goudriaankanaal ligt de nadruk op de natuur. De tekst van Willem I die in de apotheose op zijn hoge zetel orakelt over de mens die zelf water wordt en dus verdrinkt, is vol van klanknabootsende woorden, maar behoorlijk onnavolgbaar. Een in het wit gekleed meisje aan de voet van zijn troon symboliseert de jeugd en houdt een fragiel vertelde monoloog over de verloren natuur; dan zijgt ze neer bij een spade die als een kruis in de grond staat. Dit is een nogal heftig, ongerijmd beeld dat op geen enkele manier dramaturgisch is voorbereid.

Er moet een nieuw scheppingsverhaal komen, nog zo’n onverwachte inval, ditmaal met een Bijbelse context. Dus gaan we de zeven dagen der schepping langs, zoals in Genesis. Weliswaar een visueel en muzikaal spektakel, maar de vraag blijft: wat is de focus van deze uitvoering? Wat willen de makers ons vertellen? Het gaat veel over de bedreiging door water, maar het kanaal was mede bestemd om juist de waterhuishouding in Waterland te verbeteren, zo schiet de voorstelling alle kanten op. Er zijn te veel ideeën, teveel invalshoeken om tot een gerichte interessante vertelling te komen.

Foto: Rachel Corner