New skin van Hannah De Meyer gaat over geboren worden: uit maar ook in de schoot van de aarde, met onder het vel van de nieuwgeborene miljoenen jaren aan cultuur- en biologische geschiedenis. De solo maakt ons bewust van de onlosmakelijke verbondenheid van het individu met zijn kosmische oorsprong. (meer…)
Op afstudeerfestival ENTER begeleidt Theaterkrant nieuwe theaterwerkers bij hun eerste recensies. Deze recensie is geschreven door een van de deelnemers van het traject, Emma Ekering.
Het publiek zit rondom een houten bak van drie bij drie meter gevuld met aarde. De performers staan al klaar in een omhelzing. Vanuit een ritmische ademhaling ontstaan schokkende bewegingen die zich langzaam uitbreiden.
Op de grond verkennen spelers en makers Sadie Delintzis en Jemaya Douwes zowel de aarde als elkaar, waarna de spanning toeneemt. Ze gooien elkaar in het zand, trekken met kracht elkaars shirts uit en eindigen uiteindelijk in sportkleding, met hun handen gewikkeld in gaas. Dat gaas wordt vervolgens ritueel af- en weer omgebonden. De voorstelling eindigt in dezelfde omhelzing als waarmee zij begon, terwijl de tekst klinkt: If I’m anything it is violence. Brutally bred. Travelled through ages of blood cells. Stored into the roots of my core. It belongs to me. It belongs.
De ademhaling vormt duidelijk het startritme van de voorstelling en is de motor achter de fysieke transformatie. De beweging blijft gedurende de voorstelling echter vrij gecontroleerd. Ondanks de opbouw in ruimtegebruik en het gooien, duwen en trekken van elkaar. Ik vraag me af of dit een bewuste stijlkeuze is geweest of een veiligheidskeuze vanwege de beperkte speelruimte.
Door het choreografische element voelt de bak met aarde voor mij eerder als een podium dan als een leefomgeving of reservaat van een wild dier. Op het moment dat aarde richting het publiek wordt geworpen, wordt de vierde wand weliswaar intentioneel doorbroken en reageert de zaal zichtbaar geschrokken, maar ik voel me als toeschouwer niet werkelijk bedreigd. Dat komt voor mijn gevoel doordat de fysieke strijd steeds binnen de grenzen van de choreografie blijft en het contact volledig tussen de spelers blijft plaatsvinden.
De beheerstheid werkt daarentegen juist heel goed tijdens het ritueel van het af- en omwikkelen van de bandages. Het doet me denken aan het inwikkelen van handen voorafgaand aan vechtsporten zoals Muay Thai, zeker in combinatie met de sportkleding die de performers dragen. Die sporten zijn een van de weinige manieren waarop we tegenwoordig nog op een gecontroleerde, bijna dierlijke manier fysiek met elkaar vechten en toch sociale afspraken waarborgen.
Ik heb zeker een poging tot verwildering gezien, maar voor mij voelde dat vooral als het begin van het onderzoek. Ik ben benieuwd of een verder doorgevoerde, minder gecontroleerde vorm van dierlijkheid de spanning tussen instinct en empathie scherper zichtbaar had gemaakt. Juist wanneer een wild dier onverwacht op het glas van een dierentuin afstormt, verdwijnt het gevoel van veiligheid ineens. Die omslag miste ik hier nog. Wanneer de voorstelling erin slaagt datzelfde ongemak op te roepen, zou de centrale onderzoeksvraag nog veel directer binnen kunnen komen.
Foto: Derk Stenvers















De ervaring die Emma Ekering beschrijft herken ik. Hoewel ik zie hoe de makers in deze vorm zoeken naar een fysieke en zintuiglijke ervaring voor het publiek, denk aan opspattende aarde, ritmische ademhaling en muziek met zo’n diepe bas dat je hart ervan gaat trillen, voelt het werk afstandelijk en naar binnen gekeerd. Dat komt vooral doordat veel scenes naar elkaar toegespeeld worden en naar de grond, waardoor ik voornamelijk naar ruggen en haren kijk.
Het lijkt voor mij alsof elke scène het begin is van een bewegingsonderzoek waar eigenlijk nog veel dieper in gedoken zou kunnen worden. Ik vraag me af wat er gebeurt als ze doorzetten in het graven en zoeken in de aarde. Wat doet dat met een lichaam als het op zo’n hoge energie moet blijven zoeken? Ik zie veel mogelijkheden in de scènes die nog niet volledig worden benut.
Wat in bovenstaande recensie terecht naar voren komt, is de vraag over stijl. Het dierlijke wordt soms ineens afgewisseld met heel stilistische dansfrasen die bijna op een gebarentaal lijken. Daardoor ontstaan harde scheidingen in het werk, waardoor ik me als toeschouwer verder verwijderd voel van het animalistische en instinctieve waar de makers naar op zoek zijn.
Een moment dat me raakte en waar ik graag meer van had gezien, is wanneer Jemaya Douwes al duwend en trekkend Sadie Delintiz manipuleert. Ze doet dit door haar kleren uit te trekken op een manier waardoor haar lichaam in allerlei bochten wordt gewrongen. De spanning die ontstaat door het hangen en trekken roept ineens een afhankelijkheid op die ik daarvoor nog niet zag. In dat moment van afhankelijkheid voel ik voor het eerst de noodzaak om te overleven en weten de makers neer te zetten wat ik in de rest van de voorstelling nog niet ervaar.