Op afstudeerfestival ENTER begeleidt Theaterkrant nieuwe theaterwerkers bij hun eerste recensies. Deze recensie is geschreven door een van de deelnemers van het traject, Emma Ekering.

Het publiek zit rondom een houten bak van drie bij drie meter gevuld met aarde. De performers staan al klaar in een omhelzing. Vanuit een ritmische ademhaling ontstaan schokkende bewegingen die zich langzaam uitbreiden.

Op de grond verkennen spelers en makers Sadie Delintzis en Jemaya Douwes zowel de aarde als elkaar, waarna de spanning toeneemt. Ze gooien elkaar in het zand, trekken met kracht elkaars shirts uit en eindigen uiteindelijk in sportkleding, met hun handen gewikkeld in gaas. Dat gaas wordt vervolgens ritueel af- en weer omgebonden. De voorstelling eindigt in dezelfde omhelzing als waarmee zij begon, terwijl de tekst klinkt: If I’m anything it is violence. Brutally bred. Travelled through ages of blood cells. Stored into the roots of my core. It belongs to me. It belongs.

De ademhaling vormt duidelijk het startritme van de voorstelling en is de motor achter de fysieke transformatie. De beweging blijft gedurende de voorstelling echter vrij gecontroleerd. Ondanks de opbouw in ruimtegebruik en het gooien, duwen en trekken van elkaar. Ik vraag me af of dit een bewuste stijlkeuze is geweest of een veiligheidskeuze vanwege de beperkte speelruimte.

Door het choreografische element voelt de bak met aarde voor mij eerder als een podium dan als een leefomgeving of reservaat van een wild dier. Op het moment dat aarde richting het publiek wordt geworpen, wordt de vierde wand weliswaar intentioneel doorbroken en reageert de zaal zichtbaar geschrokken, maar ik voel me als toeschouwer niet werkelijk bedreigd. Dat komt voor mijn gevoel doordat de fysieke strijd steeds binnen de grenzen van de choreografie blijft en het contact volledig tussen de spelers blijft plaatsvinden.

De beheerstheid werkt daarentegen juist heel goed tijdens het ritueel van het af- en omwikkelen van de bandages. Het doet me denken aan het inwikkelen van handen voorafgaand aan vechtsporten zoals Muay Thai, zeker in combinatie met de sportkleding die de performers dragen. Die sporten zijn een van de weinige manieren waarop we tegenwoordig nog op een gecontroleerde, bijna dierlijke manier fysiek met elkaar vechten en toch sociale afspraken waarborgen.

Ik heb zeker een poging tot verwildering gezien, maar voor mij voelde dat vooral als het begin van het onderzoek. Ik ben benieuwd of een verder doorgevoerde, minder gecontroleerde vorm van dierlijkheid de spanning tussen instinct en empathie scherper zichtbaar had gemaakt. Juist wanneer een wild dier onverwacht op het glas van een dierentuin afstormt, verdwijnt het gevoel van veiligheid ineens. Die omslag miste ik hier nog. Wanneer de voorstelling erin slaagt datzelfde ongemak op te roepen, zou de centrale onderzoeksvraag nog veel directer binnen kunnen komen.

Foto: Derk Stenvers