De zaal gaat uit z’n dak, na de explosieve dans waarmee Marleen Hendrickx haar entree maakt. ‘Ik heb erop geoefend’, zegt ze, nog nahijgend. Ze heeft er haar hele jeugd op geoefend zelfs, vertelt ze – om te dansen als een vrouw.

Hendrickx is een intersekse persoon, ‘geboren als meisje, maar met het dna van een jongen’. Vanaf haar vroegste jeugd heeft ze het gevoel gehad ervoor te moeten werken om als een ‘echt meisje’ gezien te worden, steevast bang om door de mand te vallen. Maar hier, in de grote zaal van Theater Bellevue, hoeft er niet gewerkt te worden, daaraan herinnert ze zichzelf opgelucht. Ook het publiek kan de teugels laten vieren. ‘Hier ben je goed zoals je bent.’ Weer een open doekje.

Girls won’t be girls is de nieuwste productie van Boys won’t be boys, een maatschappelijke theaterbeweging die sinds 2018 ruimte maakt om gendernormen te doorbreken. Hun programma Boys won’t be boys, dat in 2019 in première ging en nog altijd in wisselende bezetting het land rondtoert, ging over de vooroordelen en stereotypen rondom mannelijkheid. Girls won’t be girls richt zich op de vraag wat ‘vrouwelijkheid’ zoal kan behelzen. Uit maar liefst negenenzestig spelers bestaat de cast, die elkaar per speelbeurt afwisselen. Op een avond zie je er acht, en na afloop krijg je een heuse spaarkaart met stickers mee, als aansporing om ook de andere eenenzestig te verzamelen.

Hendrickx host de avond samen met de Surinaams-Nederlandse singer/songwriter Shaynah (‘mijn naam is Shaynah en ik heb autisme, maar dat is niet het probleem’), die niet alleen over een geweldige soulstem beschikt maar ook, net als Hendrickx, veel lucht en humor in het programma blaast, zonder daarmee de ernst van het thema te ontkennen. Ze is geen ‘femme’, zegt Shaynah, en geen ‘stud’, zelfs geen ‘stem’ – ze valt overal net buiten. En juist dat, de bevrijding die kan schuilen in de acceptatie ‘erbuiten te vallen’, is wat deze avond viert.

Het is bijzonder indrukwekkend hoeveel liefde zich samenbalt, in de twee uur waarin de acht prachtige solo’s zich op deze première-avond voltrekken. Zowel van de performers richting elkaar, als richting het publiek, als, andersom, van publiek richting performers. Het raakt en ontroert, hoe onbekenden elkaar hier zonder reserves met gulle genegenheid bejegenen. Het maakte dat ondergetekende de glimlach na afloop amper van het gezicht gepoetst kreeg.

Hoe indrukwekkend dat aspect van de avond ook is, het zou de artistieke kwaliteit van de solo’s tekort doen enkel die sfeer te benoemen. Zo is er de fantastische danssolo van Diede Vermeesch, die als kind b-boy wilde worden, maar in plaats daarvan in een roze maillot werd gehesen. Als ze, na afloop van balletroutines, ‘als zichzelf’ het podium af liep, vertelt ze, werd ze teruggefloten: dat moest vrouwelijker. ‘Ik heb mij laten vertellen dat ik mij beweeg als een man’, zegt ze. ‘Ik trek mijn kleren aan als een man, ik rook als een man, ik eet als een man.’ Of ze ook een man wil zijn? ‘Nee, man.’

In haar bewegingstaal laat Vermeesch prachtig zien hoe het masculiene en het feminiene simpelweg twee krachten zijn die een lichaam tot zijn beschikking heeft, en hoe geforceerd het is je om tot een van de twee te beperken. Haar routine maakt voelbaar hoe er met name ook in het masculiene spectrum kwetsbaarheid kan huizen.

Danser en choreograaf Vincenzo Turiano vertelt een vergelijkbaar verhaal, maar volgde een omgekeerde route. Hen voelde zich beperkt in het mannelijke keurslijf waarnaar hen, onder andere in dansgezelschap Introdans, gevraagd werd zich te voegen. In een jurk met lange sleep komt Turiano op. Tijdens hun aangrijpende danssolo blijkt de sleep zich, als de verentooi van een pauw, op te kunnen richten, daarmee de hele ruimte vullend; sierlijk, kleurrijk, onbevreesd.

Zangeres en rapper Zulu Green houdt een aanstekelijke ode voor de vrouw die als ‘hoer’ wordt weggezet: ‘A whore is the biggest thread to the patriarchy.’ We maken kennis met Wandana Biekram, die vanaf een barkruk deelt hoe ze, als single, pogingen doet om haar huidhonger te stillen.

Liggend, vanaf een bed, spreekt Noli Kat (‘content warning: ik ben een beetje triggering, dat vind ik zelf ook’) over hoe zij door chronische vermoeidheid jarenlang echt aan haar bed gekluisterd is geweest, en daar tamelijk gedeprimeerd van werd. Jayliah Jada van Gorkum spreekt over de neiging van haar omgeving om haar te reduceren tot haar huidskleur en eist, door middel van een imponerende, uiterst beheerste katanaroutine (een soort samuraizwaard) het recht op om los van haar huidskleur te worden gezien: ‘I am human, before I am black. I am a woman, before I am black. I am everything, before I am black.’

Het allermooiste fragment van de avond is de dans waarmee Hendrickx uiteindelijk het podium verlaat, een dans waarin ze de koeien van de boerderij waar ze opgroeide, de lessen die ze leerde op de catwalk van Hellevoetsluis en het bewegingsrepertoire van Beyoncé met elkaar verenigt. Het is grappig, het is absurd, het is theatraal, en de tranen schieten je erbij in de ogen, want hartverscheurend is het ook. Laat anderen niet beslissen over wie je bent en hoe je je leven vormgeeft, zegt dat beeld, en zegt de avond. Iedereen is anders, en iedereen is precies goed zoals-ie is. Dat mag dan een cliché zijn, zelden wordt het besef je zo onverdund toegediend. Een weldaad.

Op naar de volgende eenenzestig.

Foto: Mark Engelen