Toneelgroep Oostpool
Kletsmajoor
★★★☆☆
Een geslaagde ode aan de kletsmajoors
Ayden Dijkstra
26 juni 2016
Gezien op 24 juni 2016, De Parade, Rotterdam

Kletsmajoor van Toneelgroep Oostpool is ontstaan in de kleedkamers van andere voorstellingen, waar Teun Luijkx en Vincent van der Valk hun type kletsmajoor vorm gaven. Deze kletsmajoor praat niet alleen veel, maar draagt ook een gouden glitterlegging, een rode baret en bijpassende schoenen. Het resultaat is een vier uur durende, vocabulaire waterval die na de startceremonie doorgaat tijdens de drie voorstellingen, in de kleedkamer en pas ophoudt na de eindceremonie.

De spraakwaterval begint, bij de eerste voorstelling van de avond, met het idee voor een nieuwe, veel te pretentieuze voorstelling. De kletsmajoors nemen het publiek mee in het maakproces, inclusief kort commentaar op het verkrijgen van subsidie in de kunstsector.

Razendsnel gaan we van de repetitieruimte via de Veluwe naar het Bijbelse verhaal van Noach en de Zondvloed, dat op een vernieuwende manier wordt verteld, met veel zangerige ‘ehms’. De twee kletsmajoors dagen elkaar constant uit om net iets te ver te gaan, waardoor het lijkt alsof je luistert naar twee dronken vrienden met een rijke fantasie en een goed gevoel voor taal. Verdomd irritant op een feestje, maar nu is er gelukkig de afstand om schaamteloos te observeren en te lachen. Hoe Luijkx en Van der Valk elkaar bijvallen, aftroeven en verbeteren is een plezier om naar te kijken.

Inhoudelijk is het verhaal allesbehalve spannend en het sobere decor, een glitterkist met daarvoor een appel op een sokkel, evenmin. Alle leegte die er in de tent is wordt zo snel mogelijk opgevuld met taal, die voor niets anders is bedoeld dan het opvullen van leegtes. De woorden vervallen na verloop van tijd in een aangename combinatie van ritme en klanken. Dit is een welkome adempauze van een verhaal dat moeiteloos alle kanten op gaat. Op het moment dat je besluit om het verhaal weer verder tot je te nemen, kom je er achter dat je, gelukkig, eigenlijk niks gemist hebt.

De grote hoeveelheid taal maakt elk onderwerp inwisselbaar. Dat geldt ook voor het verhaal van de Zondvloed, dat in combinatie met de appel op de sokkel wel degelijk symbolische waarde heeft. Die inwisselbaarheid voelt als een statement. Het gaat over niets, dus het maakt niet uit als je even bent afgedwaald. Totdat aan het einde de presentator zwaaiend met de symbolische appel, de samenvattende woorden ‘zijn we niet allemaal gelijk?’ uitspreekt.

Foto: Sanne Peper

Elders

de Volkskrant

'Het is soms alsof je in de trein die irritante vent in zakenoutfit hoort lullen over een meeting, of vriendinnen in een koffietent hoort babbelen over niks, mensen in hun mobiel zonder boodschap, en maar praten. Virtuoos doen deze spelers dat, hilarisch, en ook zo terloops allemaal, dat het je nog zou ontgaan hoe slim het in elkaar steekt. En dat onder het motto: ik klets dus ik ben.' Karin Veraart

NRC Handelsblad
'Ze spelen twee acteurs die bijna voortdurend hetzelfde zeggen: soms tegelijk, soms vlak na elkaar en soms even niet. Het effect is een onstuitbare woordenstroom van twee mannen die knap het idee van een kletsmajoor belichamen. Dat is even leuk, dan begint het te vervelen, omdat het ook slap geklets over theatermaken is. Tot ze na weer vijf minuten belanden bij een verhaal over flirten en feesten op de Ark van Noach, en de absurditeit van de vertelling gelijk opgaat met de vorm.' Ron Rijghard

Reageer

Uw E-mail adres zal niet gepubliceerd worden.