Zou een buitenaards wezen de fantasie bezitten om een bloemkool te verbeelden als menselijke hersenen en er een wetenschapper naar hartenlust in laten snijden? De locatievoorstelling Geesten van Joost Oomen en de twee Poezieboys oppert dat als een theoretische mogelijkheid. Maar het is toch echt de genialiteit van de drie dichters aan wiens prettig gestoorde brein deze scène is ontsproten.

Geesten is een spervuur aan poëtisch, gelaagde kolder. De première op Oerol is bij de Nollekes, ooit een vuilnisbelt, nu een sober natuurtheater in een glooiend duinenlandschap. De toeschouwers zitten op bankjes of een zandwal en zien een fiets, een schommel, een toren, een blauwe glijbaan, kronkelende oranje buizen, een schoorsteen, vlaggen, een solitair staande blauwe deur en een ontvangstschotel, lukraak geplaatst in de duinen. Het is een vervreemdend beeld. En dan zag het publiek eerder bij aankomst al het plaatsnaambord ‘Eierland’, wat eveneens vragen oproept.

De dichters Joost Oomen, Joep Hendrikx en Jos Nargy staan er ook gekleurd op: een blauwe overall, rode rol, paarse pet. Ze nemen alle tijd om het publiek strak aan te staren: ‘Saai hè, als er niet gebeurt.’ Meteen daarna gaat het los met een dollemansrit aan maffe sketches. Het verhaal dat de drie vertellen is verpakt in humor en dwaasheid, ook in mooie, heldere taal.

De dichters duiken in het onderwerp ‘inspiratie’. Waar komen creatieve ideeën vandaan? Van marsmannetjes, zoals de Amerikaanse dichter Jack Spicer (1925-1965) betoogde? ‘Maak je hoofd leeg en laat aliens hun gedachten aan je doorsturen’.  Of van een luide stofzuiger, zoals bij Simon Vestdijk? Of is het belangrijk om altijd dronken te zijn, van drank en drugs, zoals Charles Baudelaire overtuigd promootte.

Oomen en de Poezieboys gaan op onderzoek uit en dan blijken de losse elementen in het landschap deel uit te maken van een installatie om inspiratie op te vangen. En dus rennen ze als een kip zonder kop, antennes en telescoop in de hand, door de duinen, in de hoop een bruikbare ingeving te kunnen detecteren. Zelf hebben de drie zo hun eigen bronnen om geïnspireerd te raken, zo vertellen ze terloops. De gedachten printen, de vellen papier ophangen en dan een dartpijl gooien, is zo eentje. Oomen zoekt de juiste woorden liever bij bessen.

En het kan nog gekker. Voor de schrijfwedstrijd voor dichters, ‘Eierland Open Kampioenschap’, concentreert Oomen zich vanuit zijn strandstoel, terwijl hij door zijn maten becommentarieerd wordt alsof het een sportwedstrijd is. ‘Hij pakt de pen, oei, hij heeft opstartproblemen.’ Tussen de interacties door komt ook nog even de stofzuiger voorbij die Vestdijk zou hebben geïnspireerd. De performers stuiven door de installatie in de duinen en een van hen danst met een stofzuiger, zoals Freddie Mercury’s ‘I want to break free’.

En dan is die bloemkool nog niet eens gepasseerd. Die zit geklemd in een tulband op het hoofd van Joep Hendrikx en doet onmiddellijk denken aan een hersenpan. Poezieboy Nargy stapt in de huid van een neuroloog met een Duits accent, fileert de bloemkool en haalt er – zo zegt ie – de hippocampus uit. Hoezo marsmannetjes?, stelt de snijdende wetenschapper. Inspiratie komt uit de hersenen.

Het landschap op Terschelling waar het publiek op uitkijkt, wordt door het drietal effectief en overijverig gebruikt, al is de betekenis van alle uitsloverij in de duinen niet altijd goed te duiden. Ze klimmen op duintoppen, zwaaien met vlaggen en marcheren als in een middeleeuwse kruistocht met vlaggen en handtrom over de paden. Daarbij worden ze op blokfluit begeleid door muzikant Nick Feenstra. Bij andere scènes speelt hij onder meer gitaar en toetsen.

Deze Geesten, in een regie van Ellen Goemans, is absurd, licht van toon en uitermate geschikt voor zomerfestivals. Het is een uur lol, maar onderweg zijn er ook triggers om na te denken. De voorstelling blijkt een slim vehikel om op toegankelijke manier te strooien met gedichten en taal. Daar zouden de drie nog een stap verder in kunnen gaan. Ze belichten het thema inspiratie van meerdere kanten, scheren erlangs, raken alles lichtjes aan, maar vooral in dienst van het vermaak.

Foto’s: Nichon Glerum