Samen op zoek naar een duurzame werkcultuur binnen de culturele sector. Tijdens vier afzonderlijke festivals in België en Nederland gingen makers en curators met elkaar in gesprek over hun artistieke praktijk en over de manier waarop een meer solidair evenwicht kan worden bereikt. (meer…)
In 1818 publiceerde Mary Wollstonecraft Shelley de genrebepalende horror-roman Frankenstein; or, The Modern Prometheus. De titel verwijst naar de arrogante wetenschapper die de natuurlijke orde tart door leven te creëren uit dode materie. In de titels van latere vertalingen en verfilmingen verschoof de focus van Victor Frankenstein naar diens creatie: het Monster van Frankenstein. In de voorstelling Frank onderzoekt Cherish Menzo datgene wat Frankenstein en zijn monster bindt: het monsterlijke.
De ruimte waarin de voorstelling zich voltrekt kon zomaar een set zijn voor een horrorfilm. Aan drie zijden wordt het vierkante speelvlak gescheiden door flappen transparant plastic. Het zou een abattoir kunnen zijn, of een kill room in de seriemoordenaarsserie Dexter. En omdat het publiek aan drie kanten rond het podium zit, op oplopende tribunes doet de setting ook denken aan een anatomisch theater. In een toelichting op de voorstelling voegt Menzo daar nog een ruimte aan toe: de Baka Gorong. Dit was in het gekoloniseerde Suriname een geheime ontmoetingsplaats tussen de plantages en moerassen. Tot slaaf gemaakte mensen voerden hier verboden Winti-rituelen uit, en ze maakten er plannen om te vluchten.

In deze evocatieve ruimte voeren Menzo en haar co-creatoren Malick Cissé, Mulunesh en Omagbitse Omagbemi diverse, ritueel aandoende exercities uit. In lange regenjassen paraderen ze langs de wanden, het vierkant volgend. Hun bovenlichamen hellen grotesk naar achter. Als ze de hoek om gaan maken ze af en toe malle passen. Je zou er gevangenen in kunnen zien die hun bewakers belachelijk maken. Heel anders wordt de sfeer bij het lied Aisa na Baka Gorong van de Surinaamse zangeres Anne Goedhart. De dans van de performers is hier uitgelaten en carnavalesk, maar heeft ook een exorcistisch randje.
Nu ik dit allemaal zo opschrijf klinkt het behoorlijk spannend. Maar net als in de vorige producties Jezebel (2019) en vooral D̶A̶R̶K̶MATTER (2022) vind ik Menzo veel overtuigender in het creëren van associatieve beelden en intrigerende ruimtes, dan in het invullen daarvan. Een relatief kleine hoeveelheid bewegingsmateriaal transformeert door vertraging en repetitie in eindeloos aanvoelende loops. De schraalheid van het bewegingsmateriaal steekt af tegen de overdaad aan contexten en subtexten die over de toeschouwer wordt uitgestort. In Engels en Frans gesproken teksten, die ook op het achterdoek worden geprojecteerd, komen flarden voorbij uit George Orwells 1984, een duister-romantisch gedicht van Shelley’s echtgenoot Percy Bysshe Shelley, de reggaeklassieker Bam Bam van Toots and the Maytals en een luguber Surinaams kinderliedje.

De voorstelling wordt boeiender wanneer de performers zich buiten de plastic schermen begeven. ‘Je dacht toch niet dat we hier zouden blijven?’, vraagt Omagbemi provocerend. En nadat ze verschillende mensen in het publiek heeft aangesproken voegt ze daar plagerig aan toe dat het theater best een enge plek is. Zingend en stampend begeven de performers zich tussen de toeschouwers. Terwijl zij het decor ontmantelen begint onder een tribune een rookmachine te dampen. Regelmatig worden de kijkers in het door de zaal golvende licht gezet, waarmee zij onderdeel worden van de voorstelling.
De titel Frank verwijst niet alleen naar Victor Frankenstein en diens monster, maar ook naar het Engelse woord voor ‘eerlijk’ en ‘oprecht’. De manier waarop de kijker medeplichtig wordt gemaakt aan het in stand houden van monster-narratieven alsmede de beeldvorming rond zwarte lichamen is af en toe behoorlijk in your face. Maar eerlijk en oprecht zou ik het niet willen noemen. Daarvoor is de aanpak van Menzo en haar co-creatoren te veel gestoeld op suggestie, associatie en – in de interactie met het publiek – zelfs een snufje intimidatie.

Pas helemaal aan het eind gebeurt er iets dat ik pijnlijk frank zou willen noemen. Zo frank als een stomp in de maag, in feite. We horen en lezen de tekst van het voornoemde kinderliedje: Agen masra Jantje e kiri suma pikin. Dat klinkt best vrolijk. Totdat je de vertaling leest: Alweer vermoordt meester Jantje een mensenkind.
Foto’s: Bas de Brouwer














