Met De Clown door de Veenfabriek reizen we op het Oerol Festival naar de Arabische wereld. Het voormalige festivalhart Westerkeyn ontvangt 500 bezoekers die allemaal aanschuiven voor een Arabische maaltijd; zo massaal is het festival inmiddels geworden, ooit begonnen met tien toeschouwers en een enkele toneelkunstenaar op een hooizolder of in een duinpan. (meer…)
Hedendaags circus ontwikkelt zich razendsnel. Vaak onverwacht is er ineens een voorstelling die een nieuw niveau aantikt en onbekende terreinen verkent. Frames van Alexander Vantournhout/Not Standing is er zo een, zo blijkt bij de avant-première op Oerol. Zowel het concept als de uitvoering zijn meesterlijk en adembenemend. Vier acrobaten laten een uur lang zien hoe verbazingwekkend ze hun lichamen onder controle hebben. Wat een beheersing, wat een kracht, wat een samenspel!
In 2019 maakte Alexander Vantournhout de locatievoorstelling Screws waarin zijn acrobaten hun lichamen, vooral de benen, op onnavolgbare wijze verstrengelden. Met Frames, dat hij ontwikkelde met de acrobaten Axel Guerin, Emma Vaisanen en Chia-Hung Chung, borduurt de Belgische choreograaf en circusmaker daar verder op door.
In de voorganger speelden techniek en effect een grote rol. Zo bewogen de performers in Screws met spikes onder hun schoenen voor meer grip op de vloer en hingen acrobaten via schoenen met beugels ondersteboven aan een rekstok. In Frames zijn die hulpmiddelen achterwege gelaten, ze zijn totaal overbodig.
De artiesten, onder wie Vantournhout zelf, zijn voor honderd procent aangewezen op hun fysieke kracht, flexibiliteit, focus en op elkaar. Het resultaat is een magische ervaring. Het is ongelooflijk wat de vier met hun lijven presteren.
De titel Frames ligt voor de hand. Waarschijnlijk is het de meest eenvoudige keuze bij het maken van deze productie. De artiesten bewegen in kaders, dat is nog het meest duidelijk bij de eerste en tweede scène. De plaats waar de toeschouwer zit, bepaalt wat ie wel en wat ie niet ziet.
Het Oerolpubliek op Terschelling wandelt door het bos en passeert onderweg drie locaties waar delen van de voorstelling zijn te zien. De eerste stop is bij een vijf meter hoge overkapping in de vorm van een tent met stoelen en bankjes voor toeschouwers op de grond. Als ze omhoog kijken, zien ze in de nok van de tent een rechthoekige uitsparing. Deze opening heeft de grootte van een omvangrijk schilderij.
Een arm is zichtbaar, een hand, een voet. Drie performers bewegen aan de buitenzijde van het tentdoek. In het begin zijn ze nauwelijks zichtbaar, af en toe een lichaamsdeel: voeten, benen die elkaar eventjes raken. Een speler tast met zijn handen en voeten het kader af, de voeten aan de ene kant, de handen aan de overzijde en beweegt zo door de leegte. Meteen daarna rolt een performer over hem heen. Daar stopt het niet mee, de bewegingen worden ingewikkelder en niet altijd is duidelijk welke hand of welk been van wie is. Een hand grijpt de voet van een medespeler die vanuit de nok naar beneden hangt en dan via voeten, armen, schouders van de collega’s omhoog klimt. Ook loopt een acrobaat over de voeten van de anderen. Zo ontstaan steeds nieuwe sculpturen van vlees en bloed en dat steeds dichter boven de hoofden van de toeschouwers. Dit begin is beresterk en indrukwekkend.
Na een minuutje wandelen door het bos doemt een raamwerk op. Het staat op een bospad, rechtop. Vantournhout tast de open ruimte af en vouwt zich op in een bovenhoek van het frame. Een voor een klimmen ook de drie andere acrobaten in het kader. En ook nu bouwen ze sculpturen van hun lichamen. Wederom denk je: dit kan niet, maar het kan wel.
Twee performers liggen horizontaal boven elkaar in het kader, met een halve meter tussen hen in, de voeten en handen stevig tegen de wanden geklemd. Vervolgens klemmen twee performers zich tegen een zijkant, de een links, de ander rechts, de benen steken ze vooruit. Daartussen hangt een derde artiest. Eerst met haar hoofd omhoog, dan met haar hoofd naar beneden. De ingewikkelde lichaamscomposities wissen voortdurend. Het oogt wetenschappelijk, vooral meetkundig, de geometrie is tot in detail overdacht.
De derde locatie is een arena met een betonnen vloer in het midden. Daarop staat een sokkel waar Chung met een handstand zijn act begint om zich daarna in ongelooflijke houdingen te vouwen. Vantournhout stapt ook op de sokkel waarna zich een intiem en kwetsbaar acrobatisch duet ontwikkelt. Chung staat op de schouders van zijn compagnon, zit op diens knieën of helt vervaarlijk voorover. De fragiele lijven op de sokkel, de harde betonnen vloer daaronder, het contrast kan niet groter. Een enkele keer gaat het even mis, maar het verlies van evenwicht wordt losjes opgelost.
De performances zijn zonder muziek, zonder enige vorm van geluid. Dat is passend. Deze ingelijste kijk op wat met acrobatiek mogelijk is, is om stil van te worden.
Foto: Bart Grietens














