De titel van deze ‘herinneringsvoorstelling’ is intrigerend, of ook misleidend: Forget to Remember. Terwijl juist de hele uitvoering in H’Art Museum en Amsterdam Museum gericht is op herdenken, herinneren, de rol van sterke vrouwen die vaak genegeerd zijn in de anti-koloniale strijd opnieuw onder de aandacht te brengen. ‘Forget to remember’ is, te oordelen naar de inhoud, juist niet te vergeten.

Maar anderzijds: herinneringen aan het slavernijverleden in Suriname en het geweld dat de Nederlandse kolonialisten in vroeger eeuwen de oorspronkelijke bewoners toebrachten is pijnlijk en hartverscheurend, vandaar forget tot remember. In elk geval, onder de hoede van Sites of Memory komt in een collectieve performance de harde schaduwzijde van het koloniale verleden aan de orde.

Sinds 2016 maakt Sites of Memory voorstellingen over wat oprichters Katy Streek (theatermaker) en Jennifer Tosch (cultureel historicus) onderbelichte verhalen uit de koloniale geschiedenis noemen. Intussen, zo zou je denken, zijn er duizenden verhalen verteld over het koloniale verleden, en toch is er vraag en verlangen naar meer.

In Forget to Remember neemt een collectief van zeven vrouwen de toeschouwers mee naar drie locaties van het H’Art Museum: de vroegere kerkzaal van wat toen Amstelhof heette, een lange gang en de tuin. Muzikant Shishani begeleidt op een keur van ritmische instrumenten de verhalen, verteld door onder meer Tieka Masfar, over strijdbare vrouwen uit de koloniale tijd.

Een van hen is Laksamana Malahayati, de eerste vrouwelijke admiraal uit Indonesië. Ze vocht tegen de witte overheersers, ofwel de Nederlanders en de Portugezen. Ook de Afrikaanse koningin Nzinga van de staten Ndongo en Matamba (in het Angola van nu) leverde in zeventiende eeuw strijd tegen de Portugezen. Zij was vrouw én strateeg, leider en strijder. In de koloniale geschiedschrijving, zeker de Nederlandse, zoek je haar naam vaak vergeefs.

In de performance door het collectief met dansers afkomstig van DOX en op choreografie van Jomecia Oosterwolde ontstaat een toegewijd, soms emotioneel beeld van deze vrouwen. In oogverblindende kostumering door Alejita en in de tekst, deels in het Engels deels in het Nederlands, krijgen deze sterke vrouwen een eerbetoon. Het zijn beslist geen historische verhalen die verteld worden, maar persoonlijke die ingekleurd worden en op hun beurt kleuring geven aan de collectieve belevenissen.

In de kapel draait het vooral om het Surinaamse koloniale verleden, met een kleine uitstap naar de Minangkabau, een volk dat op West-Sumatra woont en dat geheel een matriarchaat is, dus de bloedlijnen zijn matrilineair. Dit levert in de tekst mooi beelden op over bijvoorbeeld ‘haarstrengen’ die generaties vrouwen met elkaar verbinden – van dochter op moeder op grootmoeder naar overgrootmoeder.

In de smalle gang, beklemmend door zijn engte, komen verhalen aan de orde over Molukse vrouwen die in in de naoorlogse tijd in Westerbork met hun gezin terechtkwamen, op de plek vanwaar kort ervoor nog Joodse mensen naar de kampen werden afgevoerd.

Zelf koken mochten de vrouwen niet, ze moesten aardappelen met kapot gestampte andijvie hun gezinsleden voorzetten. Ze waren anders, leerden ze langzaam in het witte Nederland. Tot slot belanden we in de binnentuin van museum aan de Amstel waar zang, dans en muziek als een bevrijdingsritueel samenkomen. Een dwingende dans met een klewang (kapmes) zorgt voor een lichte huivering en Sishani zingt een lied ter ondersteuning van onder meer de RMS, en ook over Black Lives Matter en Free Palestina Now.

Theater en zang worden actueel en dwingend, altijd opgestuwd door schitterende ritmes en verrassende tekstwendingen over de rol van vrouwen in de geschiedenis. De uitvoering geldt opmaat voor het Keti Koti Festival en spoort aan tot denken, tot herdenken van het slavernijverleden, dus niet vergeten, maar juist het tegenovergestelde daarvan, dat voor alles belangwekkend is.

Beeld: Rien de Jager