Flux, de nieuwste voorstelling van Marta & Kim, voelt als een gefaseerde maar adembenemende stortvloed van memorabele belevenissen (omdat beelden de dynamische spanning hier niet dekt). De volle zaal van Korzo hield tijdens de wereldpremière lang haar adem in, en al leidde het ritme van de voorstelling enigszins onder meerdere valse eindes, de combinatie van lichamelijke ambacht en een smart licht-en-geluidsontwerp, zorgden alsnog voor een zeer spannende en ontroerende avond.

De ambacht zit in de verfijnde combinatie van circus-acrobatiek en dans, die vooral voelbaar is in de manier waarop het stuk is gecomponeerd. Zonder duidelijke verhaallijn maar wel met een coherente, gebroken dramaturgie die hint naar ‘een wereld die nooit stilstaat’, komt in Flux de focus onvermijdelijk te liggen op de handelingen van performers Marie Khatib-Shahidi, Hellen Boyko, en Kim-Jomi Alstadsæter. 

Er gebeurt lichamelijk van alles. De rollen van porteur/portée worden vaak omgedraaid, wat zorgt voor zowel grote als kleine evenwicht-momenten met egale poëtische kracht. Er wordt veel op schouders geklommen en ervan afgesprongen, en hierin worden veel mogelijkheden onderzocht: nu haalt Khatib-Shahidi haar benen door de armen van Alstadsæter terwijl ze op zijn kop en schouders balanceert, dan commandeert ze haar twee mede-performers als twee paarden door de ruimte, met een voet op ieders schouder, haar benen op momenten gevaarlijk wijd.

De grootste hit: ze laten ook zien dat het soms niet lukt, dat de angst te groot wordt. Wanneer dat gebeurt stappen ze voorzichtig van elkaar af, kijken ze elkaar aan en nemen ze de nodige tijd om zich te herpakken – waarmee het stuk als geheel een extra laag van in-leven-zijn wint. 

Het past ook naadloos op het breder concept: de risico’s die ze opzoeken, de menselijke kwetsbaarheid die ze hierin vertonen, het afwisselen tussen dragen en gedragen worden, tussen initiatief nemen en zich overgeven aan de ander en het vertrouwen en de zorg. In alles resoneert de mogelijkheid om het opgewekte gevoel te koppelen aan dat van een complex leven in flux, in verandering, waar het onverwachte altijd op de loer ligt en waar rollen, vermogen om in actie te komen en gemoedstoestand ook in constante beweging zijn. 

Het slimme, minimalistische maar zeer doeltreffende lichtontwerp van Loes Schakenbos speelt in dit opzicht een sleutelrol. Drie lampen balanceren op de twee uitersten van een gebogen ijzeren stang die boven de hoofden van de performers hangt. Verder is de ruimte helemaal leeg. In het aan- en uitzetten of draaien van stang en lampen vinden de performers als het ware een vierde danser. Plotse en onverwachte black-outs verrassen ons, een warm licht versterkt een intieme solo van Boyko, stroboscopische lichtflitsen ontnemen ons delen van het bewegend geheel.

Net als de dansers als ze op elkaars schouders balanceren, werkt deze lichtchoreografie op cruciale momenten als een cliffhanger voor het publiek, het gevoel van quasi-val in het donker wordt zo lichamelijk voelbaar. De sfeervolle muziek van Rutger Zuydervelt – warm, emotioneel beladen zonder te veel zoets – balanceert op zijn beurt mee tegen de soms scherpe randen van het lichtgebruik, en biedt waar nodig verstilling en troost. 

Marta Alstadsæter, voor de eerste keer solo in de rol van regisseur, verdient de slotzin: in haar compositionele keuzes slaagt ze erin om de beleving van het publiek verder te laten reiken dan de visuele impact van de acrobatiek alleen, en dat is op zichzelf ook een hele kunst.

Foto’s: Jostijn Ligtvoet