Het is feest in de Amersfoortse Veerensmederij bij Holland Opera: Anna keert terug thuis van een lange tijd in het buitenland. Niet alleen de zangers en musici, ook wij, het publiek, ontvangen haar met een surprise. Dat betekent dat we bij aanvang op de speelvloer een erehaag vormen met een dansje en applaus.

Met dit actieve begin betrekt Holland Opera de bezoekers rechtstreeks bij hun nieuwe opera Feest, die als ondertitel heeft ‘Scandi-thriller-opera’. Regisseur en librettist Joke Hoolboom voegt aan deze thriller-opera een mooie, diepere symboliek toe van familieleden die van elkaar vervreemden.

De keurig gedekte tafels in de foyer, met gesteven tafellinnen, glanzend bestek en glimmende wijnglazen en de titel roepen associatie op met de befaamde film Festen (1998) van de Deense Dogma 95-regisseur Thomas Vinterberg, die als genre-aanduiding black comedy-drama heeft. Ook Feest is een zwarte komedie, evenals Festen gesitueerd in een getroebleerde familie.

De ontvangst van Anna, gezongen door de IJslandse sopraan Björk Níelsdóttir, is hartelijk. Haar zwager Peter (bariton Marcel van Dieren) zingt haar toe in de openingsaria ‘Welkom thuis, Anna/ welkom hier/ kom bij ons/ en blijf.’ Om de surpriseparty extra cachet te geven, heeft hij zich uitgedost als piraat, compleet met pistool.

Hoolboom regisseerde bij Holland Opera in 2023 Tsjechovs Kersentuin en welbewust is Feest hierdoor geïnspireerd. Niet alleen omdat nu ook een vrouw terugkeert naar het huis van vroeger, er is zelfs een Tsjechoviaans citaat, gezongen door Sacha (sopraan Veronika Akhmetchina), de vrouw van Anna’s zoon Gunnar: ‘Ik ben in de rouw over mijn leven. Ik ben ongelukkig.’

De sfeer van melancholie en het niet weten wie je bent en welke plaats je inneemt in het familieleven, vormen de leidraad van Feest. Anna was getrouwd met Johan, die is overleden. In restaurant Dendoo te Amersfoort viert ieder Anna’s terugkeer; de naam is ontleend aan de familienaam, Den Doolaerd. Peter is de broer van de overleden Johan en voelt zich zijn leven lang gepasseerd, en nu opnieuw: schoonzus Anna presenteert haar nieuwe geliefde Ben (bariton Tom Jansen).

Zijn komst zet alles op scherp: Peter koestert wraak. Zoon Gunnar (tenor Koen Masteling) had ooit een verwarrende liefdesrelatie met deze Ben en raakt in paniek; pijnlijke herinneringen keren terug. Dan is er dochter Emma-Kristin (mezzosopraan Fee Suzanne de Ruiter) die in gespannen verhouding tot haar moeder leeft.

De plotlijn is té gecompliceerd om tijdens de voorstelling zelf alles te ontrafelen. Daarbij komt ook nog dat werkelijkheid en inbeelding door elkaar beginnen te lopen en er plotse overgangen zijn. Zo komt Anna aan het slot als bruid op en ziet ze zoon Gunnar aan voor haar overleden man Johan.

Alle personages verhouden zich op een bepaalde manier tot mater familias Anna. Zij is het middelpunt en veroorzaakt, soms onwetend, het uiteenvallen van de familie. Componist Niek Idelenburg zorgt voor een werkelijk schitterende compositie, die helderheid schept waar het verhaal zowel op papier als in de voorstelling weleens hapert. Strijkkwartet Flare, aangevuld met percussionist Ivan Gianakis plus vocaal ensemble, is meer dan begeleiding: de klanken stuwen de handeling voort, maken de personages onderscheidend van elkaar en geven met een scala aan mineurklanken een weelderige rijkdom. Kortom: perfecte operamuziek.

Dreigende pianoklanken, expressief slagwerk, sublieme cello en vloeiende violen maken de emoties van de personages bijna tastbaar. De zangers hebben niet altijd even toegankelijke teksten, zo zingt Anna op cruciale momenten IJslands. Ook schrijft het libretto meer dialoogvorm voor dan langere aria’s, waardoor de solisten nooit echt tot schitteren komen. Het is desalniettemin overtuigend knap van de cast dat ze, gesteund door de muziek, tot een groots muzikaal geheel komen.

Er is nog veel meer te beleven dan tekst en muziek alleen. Filmbeelden van de diverse locaties worden geprojecteerd op een groot scherm; we zien het hooggebergte van de Alpen, natuurbeelden van IJsland en Nederland, steden als Reykjavik en New York (respectievelijk de woonplaatsen van Anna), Amersfoort met de Koppelpoort ook. De kostumering door het eigen Atelier Holland Opera getuigt van grote veelzijdigheid.

Goedbeschouwd is het verhaal, hoe uitvoerig met stamboom en al zoals in het programmaboek staat beschreven, niet zozeer essentieel; dat had veel strakker gekund. Een opera is geen Nexflix-serie, zoals de regie betoogt; er worden te veel lijnen in één keer samengepropt. Essentieel is toch het geheel, gedragen door zangers en muziek.

In de tekst schuilen van begin tot het slot heel wat gewichtig aandoende, poëtische sententies, zoals dit refrein: ‘Drink op wat verloren is. Drink op wat nooit kwam.’  Of deze aan het slot, gezongen door het koor: ‘Bloed, haat, wraak, dood. Het huis roept zijn naam. In wraak rust de dood.’ Uiteindelijk ontaardt het feest in een wraaktragedie, aangewakkerd door de gewapende Peter van Van Dieren, die een meesterrol vervult. Dat komt vooral omdat zijn teksten strak zijn, daarom kan hij zijn rol dwingend maken en minder vagelijk dan de andere personages.

Dat Feest toch indruk maakt, dankt Holland Opera aan de compositie van artistiek leider Idelenburg: op vleugels van de muziek brengt hij met vaardige, onopgesmukte stijl de uitvoering tot een grote dramatische eenheid.

Foto’s: Ben van Duin