In het dansprogramma Origin – The Future is Feminine geeft Scapino Ballet Rotterdam ruimte aan jonge makers die activistisch én met een vrouwelijk perspectief naar de wereld kijken. Dat levert een ijzersterk staaltje horrordans op (Waxes), maar ook een herinterpretatie van Le Sacre du printemps die de plank lelijk misslaat. (meer…)
Dans drukt alleen dans uit. Dat adagium van Hans van Manen wordt vaak aangehaald als het gaat om zin en onzin van het beschrijven en interpreteren van danskunst. Dans moet je ondergaan, beweging in woorden vangen is onmogelijk, zo zou je denken. Maar als recensent zul je toch moeten, iets anders dan woorden heb je niet.
Over F*cking Future, de openingsvoorstelling van Julidans 2026 – het prestigieuze en altijd avontuurlijke dansfestival in Internationaal Theater Amsterdam – staat een toelichting op de site. Chique woorden, over dat deze voorstelling van de Portugese choreograaf Marco da Silva Ferreira zou gaan over toxische mannelijkheid, macht en verzet (met verwijzing naar onder meer queer-cultuur). Interessant, dus kom maar op!

Op het podium van de Rabozaal in ITA zit het publiek in een vierkant rondom de dansvloer. Duisternis overheerst, ook als vanuit een van de vier hoeken een danser op de staccato dreun van de soundtrack het podium betreedt. Zwarte plastic broek, glitterhemdje, felrode oogmake-up. Zijn bewegingen zijn strak, gedisciplineerd – schouders op en neer, hoofd in eenzelfde ritme naar voren en naar achteren. Na hem volgen stuk voor stuk de andere dansers, acht in totaal, en de muziek zwelt aan, van minimaal naar vol en hard. Elektronische beats, steeds vaker aangevuld met symfonische zwierigheid, dan weer neigend naar marsmuziek.
Al snel vormen de acht dansers (groot, stoer, klein, snor, geen snor, m/v/x) een bijna militair afgerichte groep, zich voortbewegend in een uniforme bewegingstaal. En toch is hier geen sprake van toxische mannelijkheid, laat staan dat die bedreigend wordt – daarvoor is dit gezelschap simpelweg te divers. Steeds vaker ook worden de dansers van groepslid een individu en naarmate de voorstelling vordert, maken ze zich losser van de groep. Soms verdwijnen ze zelfs van het podium, om zich even later weer bij hun kameraden te voegen. Formaties vallen uiteen, armen worden omhoog gestoken, handen fladderen als vlinders, op zeker moment raken ze elkaar onderling zelfs aan, worden haren gestreeld, en de bewegingen frivoler (queer-cultuur?).
Van onderdanig zijn, wordt de groep vrijmoediger, ze roepen zelfs unisono teksten als ‘I don’t care what people say, I can make it all the way, my own way, yes, I will make it my own way, yes, I will make it’. Behalve de bewegingstaal veranderen ondertussen ook de soundscape en het licht: er is een schitterend lichtplan met felle verticale lampen, groene laserstralen en ook het podium wordt regelmatig in een ander nachtlicht gezet.
F*cking Future van Marco da Silva Ferreira gaat zeker over groepsdiscipline, maar ook hoe je je daar van binnenuit los kunt maken. En toch: zo’n groep biedt ook bescherming, speelsheid, misschien wel liefde, of zeker toch: geborgenheid. Tegen het eind gaan de acht briljante dansers ineens zachtjes zingen, en horen we in een soort van meditatieve community-singing Bruce Spingsteens Dream baby dream (‘Come on and dream baby dream, we gotta keep the light burning’). Dan klimmen ze door het publiek heen naar de bovenkant van de tribunes, verdwijnen daarachter, om even daarna aan de andere kant weer terug te keren. Na deze even originele als magische wending volgt het louterende slotbeeld, waarin de performers naast elkaar op de vloer liggen, over elkaar heen rollen, even op elkaar blijven liggen, om dan eindelijk rust te vinden.
Jazeker: F*cking Future drukt bezwerende, energieke, enerverende, troostrijke dans uit. Zeg maar gerust: danskunst.















