Ik denk dat ik dertig jaar geleden het boek Uit talloos veel miljoenen van W. F. Hermans gelezen heb. Ik weet het niet meer. Het staat nochtans in mijn boekenkast. Blijkbaar heeft dat boek van Hermans geen indruk achtergelaten. (meer…)
In de bloedhete turnzaal van middelbare school VTI Oostende ging op het festival Theater aan Zee de tweede monoloog van David Labi in première, onder de vleugels van MartHa!tentatief (Johan Petit). Van eerlijke zelfinzichten over depressie en het vaderschap, tot flauwe woordspelingen met pipi en kaka. Dat was: Fatherload.
Onder luide feestmuziek en met een brede smile op zijn gezicht komt de Britse, nu in Brussel gevestigde, acteur David Labi het podium op. Hij scant het publiek, als een ondeugend jongetje dat een mop gaat tappen. Dat doet hij niet (meteen). In plaats daarvan vertelt hij dat hij papa is geworden van baby Zelda. Zonder omwegen gaat hij met de billen bloot. Hij is in het begin niet de beste vader geweest voor het meisje. ‘Anders zou mijn vrouw hier wel naast mij gestaan hebben.’

Dat doet hij in het Engels, want behalve een paar Nederlandstalige woorden met een stevig Brits accent, wordt de voorstelling volledig in het Engels gespeeld. Voor wie de taal niet machtig genoeg is, is er boventiteling. Al vermeldt de acteur er met een knipoog bij dat hij liever zou hebben dat het publiek naar hem kijkt in plaats van de hele tijd naar het schermpje dat boven zijn hoofd zweeft.
De toon van de voorstelling is hiermee gezet: het wordt een gemoedelijke monoloog over herkenbare onzekerheden, met om de haverklap een mopje. Hij hangt zijn vertelling op aan de zeven dagelijkse to-do’s die hij voor zichzelf heeft opgeschreven: een stappenplan voor wanneer hij baby Zelda gaat ophalen bij de crèche, tot ze gaat slapen. Elke tussenstap biedt ruimte voor een nieuw verhaal of een hersenspinsel dat zijn eigen traject van zoon tot vader, tussen drugs en depressie, kadert.
Het geheel is zeker vermakelijk. Labi is een vlotte verteller waar je naar graag wilt luisteren. Een grapje is nooit ver weg. Muziek en licht worden daarbij op een slimme manier ingezet om spannende of ontroerende momenten te benadrukken, of om het publiek op sommige momenten ook net even op het foute spoor te zetten.
Maar soms heb je zo van die voorstellingen waarvan je denkt: ik ben gewoon het doelpubliek niet. Dat gevoel gaf Fatherload mij. De onzekerheden die komen kijken bij het jonge ouderschap en hoe je jezelf plots gaat spiegelen aan je ouders, dat komt bij mij, als jonge vrouw, enigszins minder sterk emotioneel binnen.

Mede doordat het tijdens mijn bezoek echt benauwend heet was in de turnzaal, werd het bij momenten een opdracht om anderhalf uur te blijven luisteren naar de depressieve piekergedachtenstroom van een jonge vader die de neiging heeft om alles in het leven te overdenken, ondanks de dikke strooplaag van humor eroverheen.
Echt verfrissende of origineel is de vertelling niet. In dat opzicht kan Fatherload wat mij betreft qua originaliteit of scenografie niet helemaal opboksen tegen verschillende andere voorstellingen die Theater aan Zee dit jaar aanbiedt, zoals Being Brittney (Colette Goossens) of Océanisé-e-s (De Roovers).
Op het speelvlak staat een zestal statieven met daaraan uit latjes samengestelde vormen, waarvan sommige zijn ingekleed met een gouden folie. Verder is er nog een heel klein tafeltje met daarop een astronaut. Labi zelf houdt de hele voorstelling een klikker vast waarmee hij zelf de boventiteling aanstuurt.
Pas helemaal op het eind blijkt dat alle decorelementen als een soort van tangram bij elkaar horen en een figuur maken die naadloos past bij het ontroerende vader-dochtermomentje ‘verhaaltje vertellen’ van David en Zelda, wat de zevende stap is op zijn to-dolijst. Met een verhaaltje voor het slapengaan sluit Labi de voorstelling af, waardoor ik toch met een gevoel van vertedering de zaal verlaat.
Foto’s: Koen Broos













