Op afstudeerfestival ENTER begeleidt Theaterkrant nieuwe theaterwerkers bij hun eerste recensies. Deze recensie is geschreven door een van de deelnemers van het traject, Mila Milošević. (meer…)
Op afstudeerfestival ENTER begeleidt Theaterkrant nieuwe theaterwerkers bij hun eerste recensies. Deze recensie is geschreven door een van de deelnemers van het traject, Emma Hanekroot.
‘Neuken, ik wil je neuken!’ De woorden die ze zelf naar haar hoofd kreeg toen ze 16 was, schreeuwt de actrice nu zonder angst terug tegen een man uit het publiek. In de voorstelling Etymologie dwingt theatermaker Jonnah Lee Goldberg twee mannen om naar haar te luisteren en neemt hen, én haar hele publiek, mee naar de krochten van haar belevingswereld: donkere plekken vol enge hoekjes, vage gedaanten, duistere parken, alleen over straat fietsen, mistige winterlandschappen, de woonkamer van haar kindertijd en vooral mannen. En dan met name: alle mannen die niet luisteren.
Op de laatste dag van het Enter festival loopt het publiek de bloedhete Koepelzaal in op de vierde verdieping van Theater Utrecht. Terwijl we plaatsnemen, staat Jonnah Lee Goldberg naast een houten keukenblok op wieltjes te wachten tot iedereen op zijn plaats zit. Ze loopt heen en weer, kijkt om zich heen, staat even stil en loopt dan weer door. Wanneer iedereen zit, richt ze zich tot ons.
In haar korte Adidas-broek, blauwe sokken en witte hemdje neemt Goldberg ons in vogelvlucht mee door een krantenartikel over eerwraak, crime passionnel, Gisèle Pelicot, een parfummerk en hoe een gewelddadige daad met een liefdesmotief (of dat bestaat is zeker te bevragen) leidt tot romantisering van het kwaad. Hoe in 1975 een man minder celstraf kon krijgen als hij zijn vrouw uit jaloezie vermoord had, omdat zij een affaire had. Of die wet voor echtgenotes ook geldt? Goldberg spreekt op een ietwat nonchalante toon, maar laat hier en daar uitdagende stiltes vallen. Er is een zinderende woede voelbaar.
De actrice vraagt om twee mannen uit het publiek. Ze heeft een man nodig die niet is komen opdagen en een man die misschien nog komt, op wie ze haar hoop kan vestigen. Of nee, toch een vader en een broer. Zo zet Goldberg de twee lijnen van familiedynamiek en vreemde onbetrouwbare mannen treffend naast elkaar. Maar voor mij ontstaat er een steeds grotere verwarring over wat ze daar eigenlijk over wil vertellen.
Het keukenblok wordt een klimrek van herinneringen. Ze staat erop, dan weer zit ze tegen de zijkant of hangt ze op een hoek terwijl ze tegen de fruitschaal spreekt. De mannen vormen een levend decor en ontvangen af en toe korte instructies.
Zo neemt ze ons mee naar haar eerste feestje toen ze twaalf was. In een jegging en onder haar shirt drie bh’s gevuld met wc-papier. Waar ze voor het eerst danst met een jongen die haar vervolgens ongevraagd bij haar vulva vast pakt. We vallen in een rabbithole van verhalen, steeds verder neemt de vrouw ons mee in haar herinneringen. De filmische beeldtaal doet denken aan een oude videoband met jeugdfilmpjes. Vooral het licht en de kadering van het werk spelen daarin een belangrijke rol.
Door de (fysieke) beelden die Goldberg maakt, schetst ze langzaamaan een leven dat geleid wordt door het omzeilen van gevaar. Waarin de vrouw steeds harder wordt, afgewisseld met stiekeme, grote huilbuien. Heel treffend zegt ze: ‘Alleen dan verzacht ik even, terwijl er niemand kijkt.’
De maker schetst een leven dat ik herken. Een leven waarin ik mij als jonge vrouw gespiegeld zie. Tegelijkertijd brengt ze me in verwarring. Soms volg ik niet meer hoe het ene met het andere te maken heeft. Ik verdwaal in de veelheid van Goldbergs verhalen. Of verdwaal ik in mijn eigen verhalen? Waar brengt ze mij naartoe? Ook al vertelt ze over gruwelijke dingen, ik krijg niet het gevoel dat ik echt bij haar naar binnen mag kijken. De hardheid blijft, als een muurtje om haar heen, en ik vraag me af die verharding bij mij ook plaatsvindt wanneer ik over deze thematiek spreek. Dat ik haar kwetsbaarheid mis, zegt misschien ook iets over hoe ik die bij mezelf mis.
Hoe verder we naar het einde komen, hoe vaker Goldberg de vraag opwerpt: waarom zeggen we niet wat we denken? De actrice laat haar twee mannen uiteindelijk achter bij het keukenblok. De een leest de krant, de ander ligt op de grond. Zachte muziek en geel licht schetsen een warm beeld.
‘Waarom zeggen we niet wat we denken?’ klinkt nog een laatste keer. Het licht gaat uit. Pas hier in het donker verzacht ook ik even terwijl er niemand kijkt. De wijze waarop Goldberg de thematiek van (on)veiligheid en eenzaamheid uitkleedt en tastbaar maakt is bewonderenswaardig, maar de boodschap van haar werk landt nog niet helemaal.
Foto: Derk Stenvers














Emma Hanekroot neemt mij beeldend mee in een ervaring die ik zelf ook had, daar in die bloedhete Koepelzaal van Theater Utrecht. Haar recensie is vlot geschreven, vol liefde voor taal en stelt tegelijkertijd precies de vragen die de voorstelling bij mij ook opriep.
De uiteenlopende verhalen die theatermaker Jonnah Lee Goldberg vertelt, doen mij denken aan de theatrale uitstapjes die Erik Whien ook maakt. Van een woonkamer naar een weiland: zulke sprongen kunnen soms voelen als theatrale lijm, bedoeld om een verhaal extra energie of betekenis te geven. De kunst is om die sprongen zo te maken dat je publiek meegaat. Voor mij slaagt Jonnah Lee daar bijna voortdurend in. Misschien hoeft dat zelfs niet altijd volledig te lukken; misschien schuilt juist in dat verdwalen een deel van de magie.
De filmische beelden die ze maakt zijn, gezien haar achtergrond aan de Willem de Kooning Academie, niet verrassend, maar wel essentieel. Ze vormen niet simpelweg een decor, maar een kader voor de mentale ruimtes waarin ze ons uitnodigt. Een strand op het toneel maken is niet zo moeilijk: zet het geluid van de zee aan, verf een achterdoek blauw en bijna iedereen gelooft dat we aan zee zijn. Jonnah kiest een veel interessantere weg. Ze neemt ons mee in herinneringen en vreemde gedachten naar plekken waar ik nog nooit ben geweest, zonder dat ik ooit het gevoel heb de uitgesneden balletvloer met daarop een keukeneiland werkelijk te hebben verlaten. Juist daarin zit voor mij de kracht van haar beeldtaal.
Emma schrijft dat ze soms niet meer kan volgen hoe het ene verhaal met het andere samenhangt. Dat herken ik, maar voor mij voelde die associatieve manier van vertellen juist als de logica van een herinnering. Niet lineair, maar springend, zoekend en voortdurend terugkerend naar hetzelfde gevoel van onveiligheid.
De manier waarop Goldberg een opgroeiend meisje beschrijft terwijl ze zelf inmiddels een vrouw is, voelt voor mij als vrouw pijnlijk herkenbaar. Alsof ik in het publiek eindelijk onder haar dekens durfde toe te geven dat ik ooit vijf sokken in mijn sport-bh propte. Er zit een gevoel van bondgenootschap in haar verhalen. Van gedeelde geheimen. Tegelijkertijd legt ze bloot hoe woorden als crime passionnel geweld romantiseren dat in werkelijkheid allesbehalve romantisch is. Daarmee ontstaat een ongezoet, bijna anti-Nabokoviaans beeld van vrouw-zijn: niet als object van verlangen, maar als iemand die voortdurend leeft met de wetenschap dat er altijd ogen op haar gericht kunnen zijn.
Juist daarom vond ik het interessant dat Emma verlangde naar meer kwetsbaarheid. Ik ervoer Goldbergs hardheid juist als de kwetsbaarheid. Niet als een muur die haar afschermt, maar als een litteken: een vorm die ontstaan is dóór wat ze vertelt. Cynisme, droge humor en scherpe taal voelden voor mij niet als afstand, maar als een overlevingsstrategie. Misschien is dat precies de verharding waar Emma zelf ook over schrijft.
Voor een voorstelling die zo sterk op taal leunt, had die taal van mij af en toe nog iets vuiler, grilliger of gemener mogen zijn. Juist wanneer Goldberg cynisch werd, voelde ik dat de voorstelling nog meer begon te schuren.
Emma eindigt met de vraag of de boodschap uiteindelijk helemaal landt. Zelf denk ik dat Goldberg geen antwoord wil geven en daarmee misschien de boodschap ook niet. De voorstelling cirkelt steeds opnieuw om dezelfde vraag:
Waarom zeggen we niet wat we denken?
Die vraag is al door talloze mensen gesteld en op evenzoveel manieren beantwoord.
Ik denk niet dat Jonnah Lee Goldberg die vraag wil beantwoorden.
Ik denk dat ze hem vooral wil laten blijven hangen.