Waar gaan mensen naartoe nadat ze overlijden? Naar een bos of een vallei met ladekasten vol maquettes van alle plekken waar ze ooit zijn geweest? Of worden ze vastgezet in één moment, gevangen in een soort fotolijstje, zoals in Harry Potter? Kunnen we iemand die weg is eigenlijk omvatten in één herinnering: een oude keuken met een druppende kraan, een diepe wasbak en een emaille steelpannetje? Of hebben we daarvoor een boekwerk nodig over alle plekken waar ze ooit zijn geweest, elk huis waarin is gewoond: een eindeloze speech vol opsommingen en voetnoten? 

Voor hun nieuwste voorstelling Et cetera of Een begrepen kubieke meter van het heelal schreven Jurjen Zeelen en Dinda Provily van Collectief BrugMan een filosofische tekst over rouw en de onmogelijkheid om een mens vast te leggen in woorden, beelden of ervaringen. 

De vertelling meandert tussen poëtisch, nuchter, spiritueel en recht voor z’n raap. Waar Provily zich vastklampt aan kennis, informatie, wetenschap, logica, wetten en héél veel taal, beweegt Zeelen zich juist richting het ongrijpbare, het symbolische, het spirituele en de verwondering over de grootsheid van wat hem overkomt. Het onverwachtse verlies van zijn vader is voor hem verschrikkelijk, maar het draagt ook iets onbegrijpelijks moois in zich. 

Ondertussen bouwen de twee op een verhoogd podiumdeel zorgvuldig aan een kleine straathoek. Een regenpijp wordt met veel aandacht aan een muurtje vastgeschroefd. Elk blaadje krijgt zijn eigen plek. Sigarettenpeuken en kauwgomverpakkingen worden met pincetten tussen de stoeptegels gedrukt en een leeg frisdrankblikje wordt niet neergeknald, maar voorzichtig naast de blaadjes neergelegd. 

Binnen die ene kubieke meter lijkt de controle totaal, maar er hoeft maar een windvlaag langs te trekken of het zo zorgvuldig opgebouwde en gecontroleerde tafereeltje blijkt, net als al het andere, onderhevig aan verandering. De herfstbladeren maken plaats voor een bloempje, dan een straatopbreking, een vuilniszak, opstuivend zand, een plastic tasje waait bedachtzaam langs. 

Simpele maar geweldig mooie lichtstanden van Luc Huisman verbeelden moeiteloos het verstrijken van de dagen en seizoenen en samen met scenograaf Peter Vandemeulebroecke weten Zeelen en Provily naast die prachtige tekst ook een geweldige beeldtaal te vinden voor alle uitdagende, filosofische overdenkingen die ze het publiek presenteren.

Want uiteindelijk gaat het ze over vergankelijkheid. Alle momenten die we meemaken vormen ons, maar verdwijnen zodra ze voorbij zijn. En dus is een straathoek niet te vangen in een enkel moment, een mens niet in een herinnering en een vader niet in een speech op zijn begrafenis.

Na het schrijven over deze voorstelling knaagt het gevoel dat het medium toneel zich, meer dan het medium recensie, leent voor filosofische overdenkingen over vergaan, vervliegen en verstrijken en dat voorstellingen als deze, net als mensen, niet echt in woorden te vatten zijn, dus ga! Al is het alleen voor het knappe, droogkomische dan weer overtuigende, emotionele spel of voor een contemplatief en existentieel avondje toneel. Deze voorstelling is één van een gelimiteerd aantal vluchtige momenten meer dan waard.

Foto: Sofie Knijff