Wies Bloemen neemt afscheid als artistiek leider van haar op jeugdig publiek gerichte gezelschap Danstheater Aya, met een voorstelling over hoop in een niet zo hoopvolle wereld. De geïntegreerde stukken publieksparticipatie zijn opmerkelijk goed gelukt. (meer…)
In Erkels hoop haalt antropoloog Arjan Erkel de herinneringen op van zijn ontvoering in Dagestan ruim twintig jaar geleden. Erkel werkte voor Artsen zonder Grenzen en werd 607 dagen vastgehouden door Tsjetsjeense rebellen, tussen 2002 en 2004.
Hoewel Erkels hoop al eerder speelde tijdens De Parade in 2022, is de halfronde tribune van de Paradetent in Rotterdam goed gevuld. De voorstelling begint met een bijdrage van gitarist en zanger Jan Wim Tolkamp, die Erkels autobiografische relaas muzikaal ondersteunt. Tolkamp speelde onder meer met Normaal en de muziek van die band heeft een bijzonder plekje in Erkels hart.
De gijzeling van Erkel begon met veel geweld, hij hield er een kromme vinger aan over. Op een nuchtere manier maakt hij ons deelgenoot van zijn ervaringen. Die kennen behalve agressie en vernederingen ook momenten van begrip tussen agressor en slachtoffer. We krijgen een goed beeld van de enorme angsten die Erkel doormaakte, maar hij maakt ons ook deelgenoot van de kleine overwinningen die hij ervoer in de communicatie met zijn bewakers.
Dit heeft als gevolg dat ze hem bij tijd en wijle ook kopieerden. Dat roept naast dramatische ook humorvolle anekdotes en beelden op. Zeker als het nummer ‘Oerend hard’ van Normaal en de bewegingen die daarbij horen een inspiratiebron worden voor de Tsjetsjeense rebellen.
Eenvoudige details ondersteunen Erkels verhaal. Zo heeft hij op de vloer de afmeting van het piepkleine kamertje waarin hij maandenlang verbleef met tape afgeplakt, en draagt hij het Adidas-tenue dat hij destijds dag in dag uit aan had. Tolkamps fantastische gitaarspel is effectief en zet emoties kracht bij. Korte adempauzes en stiltes ondervangen de sleetsheid van een verhaal dat al vaak verteld is. Erkel zet ze heel bewust in en op die momenten neemt de luidruchtige Parade-omgeving de voorstelling even over. Heel storend is dat verrassend genoeg niet.
Dankzij de vragen uit het publiek krijgt Erkels hoop een bruggetje naar het heden. Dat nagesprek, dat nu terloops ontstond in resterende tijd, lijkt dan ook een wezenlijk onderdeel van de voorstelling. Op de vraag of Erkel zijn bewakers nog ontmoet heeft na de gijzeling is het antwoord schrijnend. ‘Die leven allemaal niet meer’, antwoord hij terloops.
Oorlog voeren is ‘oerend harde’ business, zoveel is duidelijk. Erkel mag dan een nieuw leven hebben kunnen opbouwen na zijn vrijlating, zijn bewakers – bewoners van een door Rusland onderdrukt land – duidelijk niet. Erkel probeert buiten die politiek te blijven en dat is ook begrijpelijk.
Foto: Casper Koster













